President Simons: 2026 moet jaar van herstel en voorbereiding op de toekomst worden

PARAMARIBO – President Jennifer Simons heeft in haar nieuwjaarstoespraak de blik nadrukkelijk gericht op de toekomst van Suriname. Volgens het staatshoofd wordt 2026 een cruciaal jaar waarin de regering verder werkt aan herstel, terwijl tegelijkertijd de basis wordt gelegd voor duurzame ontwikkeling in de jaren daarna. Dit proces kan volgens haar alleen slagen als overheid en samenleving samen optrekken.

Simons blikte in haar toespraak eerst terug op het jaar 2025, dat zij typeerde als een veelbewogen periode. Het jaar stond in het teken van verkiezingen, de komst van een nieuwe regering en een overgangsperiode waarin het beleid vorm kreeg. Daarnaast waren er momenten van nationale trots en saamhorigheid, zoals de herdenking van 50 jaar staatkundige onafhankelijkheid en het bezoek van diverse buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders. Ook gezamenlijke vieringen, waaronder Kinderdag en Kerst, noemde zij als waardevolle herinneringen.

Tegelijkertijd benadrukte de president dat 2025 voor veel mensen ook een jaar van verdriet was. Zij stond stil bij het verlies van dierbaren en bij de ingrijpende tragedie die zich aan het einde van het jaar in Commewijne heeft voorgedaan. Deze gebeurtenis raakte volgens haar niet alleen de direct betrokken gezinnen, maar de hele samenleving. In dat kader kondigde zij aan dat op 2 januari 2026 een Nationale Dag van Rouw zal worden gehouden, bedoeld voor bezinning en reflectie. Zij sprak haar medeleven uit met alle getroffenen en wenste hen kracht toe in deze moeilijke periode.

Vooruitkijkend naar 2026 gaf Simons aan dat de regering doorgaat met de zogenoemde reparatiefase. Dit jaar moet volgens haar in het teken staan van het herstellen en verbeteren van essentiële voorzieningen, zodat deze aan het einde van het jaar weer op een aanvaardbaar niveau functioneren. Daarbij noemde zij met name de volksgezondheid, het onderwijs en de dienstverlening van het ministerie van Sociale Zaken als prioritaire beleidsterreinen.

Naast herstel is 2026 volgens de president ook een voorbereidend jaar. De regering wil samen met de samenleving de koers uitzetten voor de toekomst van Suriname, met het oog op de periode na 2028, wanneer hogere inkomsten worden verwacht. Daarbij rekent zij op de inbreng van de private sector, deskundigen en alle politieke partijen die vertegenwoordigd zijn in De Nationale Assemblée.

Simons lichtte toe dat de regering blijft werken met een beperkt aantal werkgroepen die in 2025 zijn ingesteld op basis van het regeerakkoord. Deze werkgroepen ondersteunen zowel het herstelproces als het uitwerken van toekomstplannen. Volgens haar is bewust gekozen voor deze aanpak, in tegenstelling tot het grote aantal commissies dat bij aantreden werd aangetroffen, omdat dit de slagkracht en samenwerking met de ministeries vergroot.

De president onderstreepte dat de regering zich ervan bewust is dat veel burgers het economisch zwaar hebben. Daarom blijft er niet alleen aandacht voor structurele sectoren als onderwijs en gezondheidszorg, maar ook voor de betaalbaarheid van eerste levensbehoeften. Zij benadrukte dat het essentieel is dat mensen in hun basisvoorzieningen kunnen blijven voorzien.

Verder ging Simons in op het belang van digitalisering van de overheid, dat zij omschreef als een noodzakelijke voorwaarde voor betere dienstverlening en de bestrijding van corruptie. Hoewel de economische situatie van het land nog kwetsbaar is en financiering een uitdaging vormt, kan volgens haar het uitstellen van hervormingen in de zorg en het onderwijs geen optie zijn.

Ook de wisselkoers kwam aan bod. De president erkende dat schommelingen daarin een belangrijke oorzaak zijn van inflatie. Voor 2026 wordt daarom samen met nationale en internationale partners gewerkt aan maatregelen om de koers zo stabiel mogelijk te houden.

Tot slot riep Simons de samenleving op tot saamhorigheid en vastberadenheid. De uitdagingen van de komende periode kunnen volgens haar alleen gezamenlijk worden overwonnen, met wederzijdse zorg tussen overheid en burgers en tussen burgers onderling. Met die oproep wenste zij alle Surinamers persoonlijk het beste toe voor 2026 en sprak zij de hoop uit dat het land samen kan werken aan een betere toekomst.