Positieve afsluiting van 2025

DE SNIJD / Armand Snijders

Ik had veel lezers beloofd dit jaar op zijn minst één keer een wat positievere column te schrijven dan ik doorgaans doe. Aangezien dit de laatste column van dit jaar is, moet ik daar nu op de valreep nog aan voldoen. Ik geef toe dat het mij veel moeite kost, maar belofte maakt schuld. Mijn stemming is er op dit moment in ieder geval wel naar, want veel regeringsleden verkeren momenteel in een kerst- en owru yari-roes, waardoor ze even weinig verkeerds kunnen doen. En dat is toch heel positief als je ziet hoe menigeen normaal gesproken maar aanrommelt.

Om bij lanti-dingen te blijven: ik vind echt dat tante Jenny er heel goed aan heeft gedaan om de eindejaarsfeestbudgetten van de verschillende ministeries terug te schroeven van SRD 2,5 miljoen naar een half miljoen per departement. Want het was natuurlijk van de gekke dat al die ambtenaren, die toch al weinig redenen hebben om te klagen, op kosten van de belastingbetalers worden gefêteerd op schrans- en zuippartijen en – al dan niet ingevlogen – bandjes voor een dansi. Ik vind een half miljoen nog steeds te veel, maar om het positieve karakter van dit stuk te bewaren zal ik daar nu verder niets over zeggen.

Positief vind ik – net als vele anderen – dat Suriname eindelijk een vrouwelijke president heeft. Dat dit (nog) geen garantie biedt dat het echt beter zal gaan, is uiteraard geen verrassing. Het vertrouwen begint te wankelen, maar tante Jenny moet wel een eerlijke kans krijgen om haar presidentiële sporen te verdienen. De komende jaren zal ze echt wat dingen moeten laten zien en moet ze voorkomen dat ze massaal negatieve gevoelens gaat oproepen, zoals haar voorgangers Chan en Desi dat wél presteerden.

Het fijne van de afgelopen maanden vond ik vooral dat koning ‘Bravo’ Ka nagenoeg van het politieke toneel lijkt te zijn verdwenen. Bij de verkiezingen haalde hij met zijn ABOP veel minder stemmen dan hij vooraf, op de berg van Mozes in het binnenland, had gedroomd. Tot grote vreugde van bijna heel Suriname, omdat daarmee zijn onhaalbare wens – voor anderen een nachtmerrie – om president te worden definitief om zeep was geholpen. Dat hij zijn belofte niet nakwam om uit de politiek te treden als ABOP geen honderdduizend stemmen zou krijgen, verbaasde eigenlijk niemand. Ook ik had dit voorspeld; politici – met typetjes als ‘Bravo’ voorop – zijn immers bijna allemaal onbetrouwbaar en je moet nooit op hun woorden vertrouwen.

Het fijne van de afgelopen maanden vond ik vooral dat koning ‘Bravo’ Ka nagenoeg van het politieke toneel lijkt te zijn verdwenen.

Toch verdween hij na de verkiezingen grotendeels naar de achtergrond. Hij werd door tante Jenny gedegradeerd van veepee tot ondervoorzitter van het nationale praathuis en kan niet meer chanteren en dreigen zoals hij dat vijf jaar lang onder Chan kon doen. Tante Jenny heeft wat dat betreft duidelijk de broek aan. Bravo heeft zich teruggetrokken op zijn steeds lucratievere goudvelden. Dat hij die heeft, is de kleine prijs die het volk moet betalen voor zijn afwezigheid in het machtscentrum. Ik vind dat oprecht een positief pluspuntje, al zijn er natuurlijk veel negatieve kanttekeningen bij te plaatsen. Maar nogmaals: ik moet míjn belofte nakomen en deze niet, zoals Bravo en anderen, in de prullenbak gooien.

Heel iets anders is dat een deel van de Waterkant na vele jaren van gesteggel en geruzie eindelijk ingrijpend is verfraaid; dat verdient echt een pluim. Ik ben er een keer geweest en hoop oprecht dat de beheersraad, zoals beloofd, iets gaat doen aan de onophoudelijke stroom zwervers en al die aso’s die menen hun voertuigen gerust dubbel te kunnen parkeren. Want dat is allemaal onveranderd gebleven. Dat vormt een behoorlijke smet op deze ooit zo geliefde pleisterplek. Misschien worden de autoriteiten eindelijk eens wakker en wordt er een echte oplossing bedacht voor de zwervers én wordt ervoor gezorgd dat de politie consequent foutparkeerders dagelijks wegsleept en hen een flinke financiële poot uitdraait. Dát zou pas een positieve ontwikkeling zijn.

Het meest positieve van de afgelopen dagen vond ik de manier waarop religies en etnische verschillen met elkaar versmolten, na dit verkiezingsjaar waarin de verschillende groepen weer eens rollebollend over straat stuiterden, met de kronto oil-Hindostanen van NDP’er Pakkitow als één van de trieste dieptepunten. Chan kon er trouwens na zijn nederlaag ook wat van door opnieuw de etnische snaar te bespelen en te suggereren dat Hindostanen bewust buiten het machtscentrum werden gehouden. Het positieve is dat vrijwel niemand zijn gevaarlijke gejammer serieus nam en dat ook niemand de straat opging om te protesteren.

Tussen al dat haatzaaien door waren er gelukkig ook verbroederende gebeurtenissen waarbij religies en etnische verschillen ongemerkt samensmolten. U weet dat ik regelmatig heb geschreven over de Indiase voedselpakketten die massaal naar Suriname werden verscheept, omdat Chan zijn collega in New Delhi had wijsgemaakt dat wij hier met z’n allen lagen te verhongeren. En dat heel veel van die producten niet terechtkwamen bij de mensen die ze het hardst nodig hadden. Wel werden er pakketten uitgedeeld om kiezers te paaien, maar dat bleef zonder succes – voor Chan.

Ik vind het echter een mooi gegeven dat moslims ter gelegenheid van een christelijk feest producten uit het grootste hindoeïstische land ter wereld verstrekten.

Twee maanden geleden onthulde deze krant dat veel van de geschonken goederen levendig werden verhandeld en dat er mensen waren die er een mooie njan mee maakten. Politici zwegen bij het bekend worden daarvan uiteraard als het graf en staken hun kop in het zand. Ik vond het echter bijna ontroerend om te zien dat de moskee waar mijn vrouw bij is aangesloten met kerst pakketten uitdeelde die vrijwel volledig bestonden uit Indiase producten. Hoe ze daaraan zijn gekomen, mag Joost weten – that’s the mystery of Christmas. Ik vind het in elk geval een mooi gegeven dat moslims ter gelegenheid van een christelijk feest producten uit het grootste hindoeïstische land ter wereld verstrekten.

Uiteraard ging het niet om de spijsolie en andere goederen waar al die politiek gelieerde boeven een njan mee hebben gemaakt, maar wie maalt daar nu om? Het is het typerende bewijs dat Suriname nog steeds een echte smeltkroes van rassen en religies is. En zolang dat zo blijft, mogen we blijven hopen dat het toch nog goed komt met ons fraaie land. Als dát geen positief slot is van mijn – best wel zeldzame – positieve column, dan weet ik het ook niet meer.

Met al deze positiviteit wil ik u allen een voorspoedig 2026 toewensen!

Armand Snijders

(armand.snijders@gmail.com)