PARAMARIBO — Procureur-generaal Garcia Paragsingh heeft maandag de richtlijn die de aanpak regelt van het niet of ontijdig indienen van de Verplichte Verklaring van Inkomen en Vermogen (VIV) door publieke functionarissen bekendgemaakt. Deze richtlijn is specifiek gericht op de eerste invoeringsfase van de VIV-verplichting en biedt het Openbaar Ministerie een kader voor de handhaving op basis van het opportuniteitsbeginsel. Bij wet is een bepaalde categorie pubieke functionarissen onder wie regeringsleden verplicht hun inkomen en vermogen te laten registreren.
Het hoofddoel van de richtlijn is het bevorderen van vrijwillige naleving boven onmiddellijke strafvervolging, waarbij zorgvuldigheid, proportionaliteit en rechtszekerheid als centrale uitgangspunten dienen. Hoewel de Anti-corruptiewet het niet naleven van de indieningsplicht strafbaar stelt, hanteert het Openbaar Ministerie nu een beleidsmatige hersteltermijn van zes maanden na het verstrijken van de wettelijke termijn. Binnen deze periode krijgt de betreffende publieke functionaris alsnog de gelegenheid om aan de wettelijke verplichting te voldoen.
Deze herstelruimte wordt echter uitsluitend geboden onder strikte voorwaarden. Er mag geen sprake zijn van opzettelijke weigering, misleiding of fraude, en de betrokkene moet bereidheid tonen om alsnog de vereiste verklaring in te dienen. De procedure volgt een gefaseerde werkwijze waarbij de functionaris na een melding van de Anti-corruptie Commissie eerst een formele waarschuwing ontvangt. In deze waarschuwing wordt gewezen op de strafbaarheid conform de Anti-corruptiewet en de specifieke herstelmogelijkheid.
Tijdens de monitoringsfase controleert de Anti-corruptie Commissie of de verklaring alsnog wordt ingediend, terwijl het Openbaar Ministerie de zaak aanhoudt. Indien naleving na de hersteltermijn van zes maanden nog steeds uitblijft, volgt een inhoudelijke beoordeling waarbij beslist wordt over verdere stappen, zoals een strafrechtelijk onderzoek of vervolging. De richtlijn is uitdrukkelijk niet van toepassing bij expliciete weigering, het bewust frustreren van toezicht of vervalsing; in die gevallen kan onmiddellijke vervolging worden ingezet.
De procureur-generaal benadrukt dat deze richtlijn geen wetswijziging of formele termijnverlenging inhoudt, maar een beleidsmatige invulling is van het vervolgingsbeleid. De wettelijke verplichtingen en strafbaarheid blijven onverkort van kracht. De richtlijn heeft een geldigheidsduur van zes maanden en zal uiterlijk aan het einde van deze periode worden geëvalueerd op basis van onder andere de nalevingspercentages en de ervaringen van de Anti-corruptie Commissie.
- Ministerie van LVV intensiveert voorlichting over cassavezi…..
- Landelijke evenredigheid heeft partijen aan zetels geholpen..
- Column: Samen voelen? Dan eerst samen inleveren..
- Politie zal bandeloosheid en anarchie niet accepteren op co…..
- Politie kondigt ontruiming goudgebied aan, Sampie pleit voo…..
- Melkcentrale viert 65 jaar met sociale acties, nieuwe produ…..
- Reyme: nog twee moeilijke jaren te gaan..