KEVINS KIJK / Kevin Headley
Zondag is het Palmzondag, de dag waarop de blijde intocht van Jezus Christus in Jeruzalem wordt gevierd. In de rooms-katholieke kerk krijg je meestal een ‘gewijde’ palmtak mee. Daarna gaan we richting de paasdagen.
Bij Palmzondag moet ik altijd denken aan mijn belijdenis. Op die dag deden andere belijdenis catechisanten en ik onze geloofsbelijdenis en werden we als lidmaat in de kerk aangenomen. De week daarop mochten we meedoen aan het Heilig Avondmaal. We waren officieel lid van de kerk en mochten aan alle onderdelen deelnemen.
“Wat ik interessant vond aan de catechisatie, is dat je mag – en soms moet – durven vragen te stellen over het geloof”
Ik deed mijn belijdenis in mijn tienerjaren. Volgens mij was ik zeventien. Er werd niet aangedrongen vanuit de kerk of thuis. Het kwam vanuit mezelf, maar de aanleiding was wel mijn grootmoeder, oma Gerda. Zij deed haar belijdenis op latere leeftijd.
In het begin twijfelde ze: was ze niet te oud, zou ze het traject wel aankunnen en had ze nog wel genoeg tijd voor de verplichte lessen? Ze was al in de zeventig. Toch ging ze ervoor. Op een gegeven moment keek ze elke week uit naar de belijdenislessen. Ze werd opgehaald en weer thuisgebracht door een bestuurslid van de kerk of soms door een medecatechisant. Na de catecheselessen vertelde ze uitgebreid over wat ze had geleerd en welke onderwerpen ze interessant vond.
Op de dag van haar geloofsbelijdenis straalde ze. Ze was helemaal in het wit gekleed. Ik zie haar in gedachten nog voor me met een stralende lach. Ze had het traject afgerond. Ze had veel geleerd over het geloof en had haar belijdenis gedaan. Vol trots nam ze na de dienst de felicitaties in ontvangst. Thuis kreeg ze veel bezoek, wat ook bij de belijdenis hoort. Ze deelde haar ervaringen met iedereen. Ze had iets belangrijks voor zichzelf volbracht.
Toen ik de gelegenheid kreeg, besloot ook ik belijdenis te doen. Jaren nadat mijn grootmoeder was overleden. Het was een leerzaam traject, vooral door de betekenisvolle gesprekken over het geloof. Na de dienst waarin ik mijn belijdenis had afgelegd, kreeg ik thuis bezoek, wat ik zeer waardeerde. Mijn moeder moest extra koken die dag om alle bezoekers te eten te geven. Het was deels trots dat het mij ook gelukt was en deels een eerbetoon aan mijn grootmoeder. In deze dagen denk ik aan beide.
Wat ik interessant vond aan de catechisatie, is dat je mag – en soms moet – durven vragen te stellen over het geloof. Dat betekent niet dat je twijfelt, maar juist dat je op zoek bent naar verdieping. Het voeren van die gesprekken moet je zien als moed, niet als zwakte.
We hadden ook een leuke groep met wie we het traject doorliepen. We kwamen uit verschillende achtergronden en verschilden in leeftijd, maar we hadden één gezamenlijk doel: belijdenis doen. En enkelen van de groep zie ik nog af en toe.
Het geloof dat mijn grootmoeder had – zowel in zichzelf als in het geloof zelf – vind ik nog steeds bijzonder. In deze dagen denk ik daarom niet alleen aan de opstanding, maar ook aan haar doorzettingsvermogen. Het geloof gaf haar niet alleen houvast, maar ook veel vreugde. Dat liet ze vol trots zien tijdens haar belijdenis. En ik ben blij dat ik het afleggen van belijdenis ook samen met haar kan en mag delen.
headleydwt@gmail.com
- Onrust rond Natio door paspoortonderzoek..
- Stroomstoring verstoort dienstverlening Kantongerecht Param…..
- Brunswijk over ‘in staat van beschuldigingstelling’: “Parle…..
- OM eist 15 jaar cel in hoger beroep zaak Pikin Saron..
- Column: Jeugdraad of Jeugdparlement?..
- Ruim 200.000 personen in bestand SOZAVO voor sociale uitker…..
- GOw2 trekt pompprijzen op tot price cap; druk op regeling n…..
- Hoger beroep Pikin Saron: OM eist vijftien jaar cel..
- Gajadien pleit voor zorgvuldigheid en rechtsgelijkheid..
- Na korte daling stijgen olieprijzen weer..