Een kennis stuurde mij een videoclip van een interview met Jonathan Cogliano, een econoom die aan de University of Massachusetts onderzoek doet naar ongelijkheid en uitbuiting. Ik begreep uit zijn uiteenzetting dat hij een nieuw instrument heeft ontwikkeld om uitbuiting te meten. Samen met anderen heeft hij een index gemaakt die volgens hem beter dan de gangbare maten de omvang van de uitbuiting in beeld brengt. Hoe die index precies in elkaar zit en welke variabelen in zijn model zijn verwerkt wordt mij uit het interview niet duidelijk, maar het komt er op neer dat de verhouding gemeten wordt tussen geleverde inspanning en inkomen. Er wordt gekeken naar de baten die mensen uit een bepaalde productieverhouding halen in relatie tot hun inspanning.
Freeloaders
Uitbuiters en slachtoffers kunnen worden geidentificeerd met deze index. Er wordt gekeken naar de arbeid die wordt verricht en de materiele beloning die wordt ontvangen. Er zijn mensen (of landen) die in een bepaalde productieverhouding (met andere mensen of landen) met relatief weinig inspanning (arbeid) een relatief groot deel krijgen van het in die productieverhouding geproduceerde surplus. En er zijn mensen die voor relatief grote inspanningen (arbeid) een klein aandeel krijgen van het geproduceerde surplus. We kennen allen wel de Freeloaders die een organisatie gebruiken voor eigen gewin zonder zelf een bijdrage te leveren.
Cogliano zegt dat zijn model toegepast kan worden op de relaties tussen rijke en arme landen, maar ook tussen rijken en armen binnen een land, en ook andere vormen van ongelijke relaties. Hij noemt geen voorbeelden van die andere relaties, maar ik moest denken aan machtsmisbruik binnen bedrijven, op scholen, aan man-vrouw verhoudingen in traditionele culturen,
in sommige traditionele Hindoestaans families worden schoondochters behandeld als bediende. Zij is de eerste die moet opstaan als er gewerkt moet worden maar de laatste die een nieuwe sari krijgt. Ze is assepoester. De materiele bijdrage (arbeid) die zij levert aan het huishouden is groter dan van schoonmoeder, maar de voordelen van de relatie zijn voor de schoonmoeder, die opdrachten uitdeelt en geniet van gratis zorg. Het probleem is dat machtsongelijkheid tendeert naar machtmisbruik.
Wat heeft waarde?
Kijken naar de verhouding tussen geleverde arbeid en verkregen voordeel lijkt me een goede zaak, en als die economisch gemeten kan worden nog beter. Ik ben geen econoom, maar ik denk dat het probleem is, hoe schat je de waarde van arbeid en de waarde van het behaalde voordeel?
“Waarde” is een kernbegrip in de economie, en dus ook in het model van Cogliano. Sommigen krijgen voor weinig arbeid veel waarde uit een bepaalde relatie, anderen voor hard werken weinig. We zien het om ons heen. Een productierelatie brengt “waarde” voort. Waarde is dus iets dat wordt toegevoegd aan dingen door arbeid. Marxisten menen dat de uitbuiting van arbeiders wortelt in het feit dat de kapitalist zich meester maakt van de door arbeid voortgebrachte “meerwaarde”. Deze Marxistische denkwijze gaat uit van de gedachte dat “waarde” iets is dat door arbeid tot stand wordt gebracht, een klassieke idee die tot in de Oudheid, terug te traceren is..
Deze gedachte wordt door veel hedendaagse economen verworpen. Zij zeggen dat “waarde” een product is van de menselijke geest. De waarde van een ding hangt af van de behoefte die mensen eraan hebben, van de betekenis die zij eraan geven.
De eerstgenoemde klassieke opvatting staat bekend als de Arbeidswaardetheorie van Waarde Parallel aan de opkomst van het neo-liberalisme zagen we de publicaties van economen die zeiden dat waarde varieert afhankelijk van nut en schaarste. Deze gedachte staat bekend als Subjectieve Waardetheorie en is tegenwoordig het dominante paradigma in de economie. Volgens de Subjectieve Waardetheorie bestaat er geen uitbuiting.Ongelijke waardering is een kwestie van marktwerking. Het doet er niet toe hoeveel arbeid iets gekost heeft, vraag en aanbod bepalen de prijs cq de waarde.
Er zijn problemen met de Arbeidstheorie van Waarde en Cogliani beseft dat ook. Een probleem is dat de waarde van geleverde arbeid, moeilijk te meten valt. Technologische hulpmiddelen kunnen de waarde van de nodige arbeid veranderen. De waarde van een product wordt niet alleen door arbeid, maar ook door kapitaal en technologie bepaald. Bevolkingsaantallen en verstedelijking hebben er ook invloed op. Mensen neigen ertoe hun eigen arbeid hoger in te schatten dan dat van anderen.
Tekortkomingen van de gangbare waardetheorieen.
Cogliani tacht de tekortkomingen van de Arbeidswaarde Theorie en de bezwaren van de neo-liberale economen te omzeilen met zijn nieuwe uitbuitingsindex. Ik heb op internet gezocht naar informative over het model, maar kon die niet vinden.
De Marxistische uitwerking van de Arbeidstheorie van Waarde (de meerwaarde theorie) heeft als groot voordeel dat het inzicht verschaft in sociale tegenstellingen.. De Subjectieve Waardetheorie verklaart de werking van de markt en de rol van schaarste, maar biedt geen aanknopingspunten voor een analyse van de uitbuiting. Het project van Cogliani lijkt een reddingsoperatie voor de herwaardering van de arbeid in de woeste oceaan van de vrije markt.
Cogliani heeft zijn model oorspronkelijk ontwikkeld om de uitbuitingssrelatie tussen rijke en arme landen scherper in beeld te brengen. Zijn model illustreert hoe rijke landen door het verstrekken van leningen aan arme landen de opbrengsten van de arbeid in de periferie afromen via schuldaflossingen. De arbeid die de kapitaalbezitters verrichten om de oogst binnen te halen is miniem. De hoeveelheid arbeid die in de perifierie wordt geleverd om de schulden af te lossen is vele malen groter dan de hoeveelheid arbeid die de kapitaalbezitters in de metropool verrichten.
De Arbeidswaarde Theorie leert dat de waarde van een product bepaald wordt door de daarvoor nodige maatschappelijke inspanning, met name arbeid, inclusief het gebruik van gereedscnappen en machines en de inzet van kapitaal en grondstoffen. Met andere woorden. waarde is een collectief oordeel, is cultureel bepaald. Dit in tegenstelling tot de Subjectieve Waardetheorie die waarde reduceert tot een beslissing van een individuele consument op een bepaald moment.
Cuturele Waardetheorie
Als ik de beide theorieen naast elkaar leg, denk ik dat ze met elkaar verzoend kunnen worden in een nieuw paradigma dat ik zou willen noemen de Collectieve Waardetheorie. In samenlevingen worden ogenschijnlijk willekeurige beslissingen genomen over de waarde van arbeid. De arbeid van een chirurg wordt hoger gewaardeerd dan die van een meubelmaker. Het werk van huisvrouwen en mantelzorgers wordt niet betaald. Deze verschillen in waardering zijn gerelateerd aan het maatschappelijke, politieke gewicht dat in een bepaalde cultuur aan bepaalde producten en diensten wordt gegeven.
Gevecht om collectieve waarden
Collectieve waarden zijn onderwerp van bijna alle politieke discussies. Waaraan hechten mensen collectief de meeste waarde. Water of goud. Bos of plantage. De beslissingen van kapitalisten om investeringen te doen in een onderneming zijn cultureel bepaald. Miljonairs die mijloenen betalen voor een schilderij van Picasso verkijgen daarmee een beschilderd doek waaraan Picasso een dag gewerkt heeft. Hoeveel zou dat kosten, verf, linnen, arbeidstijd. De waarde van het doek in termen van de Arbeidswaarde Theorie is gering. Maar de reputatie van Picasso verschaft de eigenaar van het schilderij status, een status die nuttig is bij het netwerken in de zakenwereld. Het doek heeft dus grote culturele waarde. Het kopen van een zeldzame Picasso lijkt op het eerste gezicht een bevestiging van de Subjectieve Waardetheorie, namelijk dat waarde wordt bepaald door wat een individu ervoor over heeft, maar dat is niet zo. Dergelijk gedrag, dat rijken over de hele wereld vertonen, is meer dan een uiting van individuele excessen, maar is een cultuur, waarin een uitgebreid netwerk van kunstverzamelaars, musea en veilingshuizen actief is.
Macht en status: een Picasso aan de muur
Eerherstel van de arbeidende mens
Ondanks de ontkenning door de Subjectieve Waardetheorie, blijft arbeid (zoals die in een bepaalde cultuur is gedefinieerd) een essentieel onderdeel van de schepping van waarde. De grote ongelijkheden in de waardering van CEO’s, staf, maandloners, weekloners en dagloners, tussen intellectuele arbeid en lichamelijke arbeid, zijn onderdeel van een economisch systeem dat arbeid reduceert tot handelswaar en het milieu tot bron van grondstoffen.
Ongelijkheid in beloning is niet onrechtvaardig als die parallel loopt met ongelijke inspanning. Maar hoeveel maal groter is de inspanning van een chirurg dan de inspanning van een timmerman, hoeveel hartslagen en ademteugen, hoeveel lichamelijke en geestelijke inspanning, hoeveel mentale aandacht en concentratie zetten ze in per dag? Natuurlijk moeten we rekening houden met de jarenlange studie van de chirurg en met zijn bijzondere directe verantwoordelijkheid voor leven en welzijn van zijn patienten, maar de enorme verschillen zijn niet gerechtvaardigd. Ik denk hier aan de enorme kloof tussen de beloning van medische specialisten en verpleegkundigen, tussen artsen en andere zorgverleners. Vuilnismannen zijn net zo belangrijk als artsen voor de volksgezondheid. Het is maar hoe je het bekijkt.
Meerdere waarden in het geding
Het Fee for Service betalingssysteem voor medisch specialisten en de zogenaamde verrichtingenlijst van huisartsen breken het medisch proces van onderzoek, diagnose, behandeling, evaluatie in kleine stukjes waarvoor apart betaald moet worden. Voor elke stap of verrichting in de behandeling wordt apart gedeclareerd. Dit is de manier waarop een kleine groep een groot deel van het surplus dat in verzekeringspremies wordt opgehoopt, afroomt. Ik vraag me af of het meetinsturment van Cogliano ook in deze ongelijke machtsrelatie verhelderend zou kunnen werken.
Er zijn meer waarden in geding
Er zijn nog meer waarden in het geding dan de waarde van arbeid Welke waarde hechten we aan menselijk leven, aan de natuur, aan schoon drinkwater. aan kunst en cultuur. Zowel de Arbeidswaarde Theorie als de Subjectieve Waardetheorie schieten tekort om het belang van andere levende wezens in onze economieen ruimte te geven. Ik denk dat ook het model van Cogliano tekort schiet, omdat het geen rekening houdt met de schade die gepaard gaat met de onttrekking van grondstoffen uit de natuur, het proces waarmee arme landen hun schulden aflossen. Het systeem verdeelt niet alleen de baten ongelijk, maar ook lasten, die iedereen treffen, rijk en arm. Onze biosysteem gaat eraan.
Het is hoog tijd voor een herschikking van waarden. Geef arbeid weer de eer. Zet de mens en het leven centraal, niet dood kapitaal..
willemjanbakker95@gmail.com
The post Over de waarde van mensen en dingen ..
- Internationale spanningen slaan door naar Caribisch gebied;…..
- OAS-chef waarschuwt: situatie Venezuela test regionale orde..
- DNA-lid Hakiem: studietoelage voor studenten niet opgenomen…..
- Venezuela schort druk op Guyana mogelijk op na arrestatie M…..
- Politie en luchtvaartautoriteit maken afspraken over inzet …..
- Regering bespreekt achterstallige betalingen en toekomstpla…..
- Buitenlandse Zaken boos om uitlekken diplomatenlijst..
- Aashna Kanhai nieuwe ambassadeur van Suriname in Zwitserlan…..
- Iran legt internet landelijk plat tijdens massale anti-rege…..
- Speelfilm ‘Onder de Paramariboom’ wordt in februari opgenom…..
- Danilho Doekhi mogelijk onderweg naar Leeds United..
- Rubio schetst driedelig traject voor Venezuela..
- KPS waarschuwt: Investeer niet in cryptocurrency aanbieding…..
- Hugo Essed: ‘Initiatiefwet is een institutionele couppoging…..
- NVB-directeur: begroting 2025 had geen middelen meer voor b…..
- Nieuwe directeur wil NV Surzwam weer gezond maken..
- Santoe, nieuwe directeur wil verval NV Surzwam aanpakken..
- CLAD-rapport leidt tot diepgaand OM-onderzoek bij Binnenlan…..
- Wederom actiedreiging bij NVB..
- Sonia Noel: ‘Belangrijk nieuwe jaar in te gaan met intentie…..
- ‘Six’ opgepakt voor mensenhandel na ontdekking negen illega…..