Suriname staat deze maand in het teken van erfgoed. In die context krijgt een recent gesprek van de krant met de inmiddels vertrokken Nederlandse ambassadeur Walter Oostelbos een bijzondere betekenis. Erfgoed is namelijk niet alleen een onderdeel geweest van zijn diplomatieke werk; het is ook een persoonlijke passie geworden. Sinds 2018 heeft hij iedere dag, geen uitgezonderd, een op zijn Instagrampagina (@walteroostelbos) geplaatst altijd met een verhaal over het erfgoed of de cultuur van het land. Het gaat om meer dan 3000 post en zijn laatste post was een tas van Suriname, met daarop afgebeeld de kaart van Suriname.
Tekst en beeld Sharon Singh
“Het is altijd makkelijk om de negatieve zaken te belichten, maar het is veel leuker om positieve verhalen te delen”, vertelt Oostelbos. Zijn boodschap blijft actueel, zeker nu in Suriname de aandacht deze maand nadrukkelijk op erfgoed is gericht. “Dit land heeft echt een heel speciale plek in mijn hart gekregen”, zei hij kort voor zijn vertrek op 14 augustus.
“Dit land heeft echt een heel speciale plek in mijn hart gekregen”
Drieduizend dagen
Zijn liefde voor erfgoed kreeg een bijzondere vorm toen hij in 2018 met zijn oudste dochter het binnenland van Suriname bezocht. Zij zat voortdurend op haar telefoon. Toen hij vroeg wat ze aan het doen was, kreeg hij een antwoord dat hem aanvankelijk weinig zei: Instagram: ‘dat snap je toch niet’. Zijn nieuwsgierigheid won het uiteindelijk. Hij maakte ter plekke een account aan en plaatste zijn eerste . “De volgende dag vroeg ik: wat is nou daaraan? Er gebeurt helemaal niks. Toen zei ze: ‘Duh! Je moet volgers en hashtags hebben.’” Hij volgde haar advies. Bij de volgende plaatste hij hashtags en kreeg hij zijn eerste like.
“Toen heb ik een volgende geplaatst. Inmiddels zijn we bijna drieduizend dagen verder en ik heb sinds juni 2018 geen dag gemist. Elke dag heb ik een geplaatst over dit land waar ik woonde, altijd over iets wat ik zag, met een historisch verhaal erbij.”Hij heeft voordat hij naar Suriname kwam gewerkt in Tunesië, Saoedi-Arabië, Polen, Turkije en Nederland en heeft altijd belangstelling gehad voor cultuur en erfgoed.
Over zijn posts vertelt hij: “Ik doe zelden mensen. Heel af en toe maak ik een uitzondering, omdat je aan mensen toestemming moet vragen. En als je mensen toestemming vraagt, is het niet meer spontaan.” Zijn gezin vindt dat hij inmiddels wat ver gaat. “Mijn gezin zegt dat het een obsessie is, maar ik noem het een hobby.”
In Suriname heeft die dagelijkse zoektocht naar verhalen hem naar verschillende delen van het land gebracht. Hij noemt Frimangron als een van de plekken waar hij bijzonder van is gaan houden. “Daar heb je pareltjes van huisjes. Alleen zijn die minder mooi opgeknapt dan de grote huizen in Paramaribo, in het Werelderfgoedgebied. Ik vind eigenlijk dat daar ook aandacht voor zou moeten komen.” Dat sluit volgens hem aan bij de bredere discussie over het Surinaamse erfgoed.
De historische binnenstad van Paramaribo staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco, maar Oostelbos vindt dat erfgoed niet beperkt mag blijven tot de bekende monumentale panden. “Buiten dat Werelderfgoed zijn er heel veel mooie dingen te zien.” Soms gebruikt hij zijn Instagram-account ook om aandacht te vragen voor zaken die minder fraai zijn. “Dan zet ik er een kleine oproep bij van: waarom is er niet wat meer aandacht voor dit minder fraaie?”
Jullie warmte neem ik mee
De aandacht voor erfgoed raakt ook aan de Nederlandse middelen die beschikbaar komen voor de verwerking van het slavernijverleden. Nederland stelt hiervoor 66 miljoen euro beschikbaar. Volgens Oostelbos wordt dat verdeeld over twee fondsen. De helft is bestemd voor beleidsontwikkeling, waarvoor de Surinaamse overheid voorstellen mag doen. De andere helft gaat naar maatschappelijke initiatieven. “Daar kunnen individuele Surinamers een beroep op doen, NGO’s, maar dat kunnen ook onderwijzers zijn.”
“De hele Surinaamse keuken is lekker, omdat je hier eigenlijk van alle continenten kunt eten. Veel mensen denken dan aan roti of nasi, maar ik vind pom het allerlekkerste“
Hij geeft een voorbeeld van een mogelijk project in het binnenland. Stel dat in een gemeenschap verhalen en tradities al 150 jaar van moeder op dochter of van vader op zoon worden doorgegeven. Een jongere uit die gemeenschap, die bijvoorbeeld aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname is afgestudeerd, zou die verhalen kunnen vastleggen. “Want als je nu kijkt, sommige verhalen die 150 jaar geleden zijn begonnen, worden nog steeds doorverteld. Maar het verhaal van 150 jaar geleden is niet hetzelfde verhaal dat je nu hoort. Als we dat gaan vastleggen, blijft het voor toekomstige generaties bewaard.” “Daarvan zeg ik: dat is een hartstikke mooi voorstel.” De projecten moeten volgens hem wel gerelateerd zijn aan nazaten van tot slaaf gemaakten of aan de Inheemse bevolking.
Wat neemt een ambassadeur mee wanneer hij een land verlaat? Bij Oostelbos is het antwoord opvallend eenvoudig. “Jullie warmte. Zowel de menselijke warmte als het klimaat.” Hij houdt van warm weer en zegt daar zelfs meer van te genieten dan veel Nederlanders. “Als het in Nederland in de zomer warm is, vinden we het al snel te warm. Wij gaan in de zomer juist op zoek naar warme oorden in Frankrijk, Spanje of Italië.” Oostelbos heeft een groot deel van zijn diplomatieke bestaan in warme landen doorgebracht, waaronder de Filipijnen, Saoedi-Arabië, Tunesië en Algerije. “Ik vind het heerlijk, die warmte.”
Ook de Surinaamse keuken heeft hem voor zich gewonnen. “Wat ik heel erg ben gaan waarderen, is pom. Dat vind ik ontzettend lekker, met alles erop en eraan. En met zuur en peper.” Volgens hem is juist de diversiteit een van de grote charmes van de Surinaamse keuken. “De hele Surinaamse keuken is lekker, omdat je hier eigenlijk van alle continenten kunt eten. Veel mensen denken dan aan roti of nasi, maar ik vind pom het allerlekkerste.”
Encyclopedie
Zijn keuze voor een diplomatieke carrière lijkt achteraf bijna logisch. Zijn vader was ondernemer en reisde veel. Als jonge jongen wachtte hij thuis op vaders terugkeer. “Maar voordat hij terugkwam, pakte ik een ouderwetse encyclopedie uit de kast.” Hij legt uit dat jongeren tegenwoordig nauwelijks weten wat hij daarmee bedoelt. “Wikipedia bestaat uit één website. Vroeger bestond een encyclopedie uit 25 dikke boeken die op een boekenplank stonden”.
Als mijn vader terug was vroeg ik: “heb je dit gezien en heb je dat gedaan? En dan zei hij: ‘Nee, mijn jongen, ik was daar voor mijn werk. Ik heb het vliegveld gezien, in de taxi gezeten en de conferentieruimte gezien waar ik was’.” Zijn conclusie als jonge jongen: “Toen dacht ik: maar dat ga ik zelf beter doen.” Hij wilde de wereld zien. “En wat is een mooiere manier om dat te doen dan diplomaat worden?”
“Ja, ik wens Suriname heel veel voorspoed toe. Maar het geld dat uit die olie en gas binnen gaat komen, moet wel op een goede manier en wijs worden uitgegeven”
Hij studeerde geschiedenis, omdat volgens hem kennis van het verleden noodzakelijk is om het heden te begrijpen. “Veel mensen denken dat geschiedenis saai is, dat mensen alleen in de boeken zitten om te lezen wat ooit is gebeurd. Maar geschiedenis helpt je om het heden te begrijpen en soms kun je ook dingen voorspellen die in de toekomst gaan gebeuren, omdat de geschiedenis zich vaak herhaalt.”
Zijn eerste kennismaking met Suriname dateert al van 1980. Hij was toen 21 jaar en nog student. Via een uitzendbureau werkte hij in de Jaarbeurs in Utrecht, waar vijf jaar onafhankelijkheid van Suriname werd gevierd. “Wij waren met veertig studenten en daar waren tienduizenden Surinamers. Het was een geweldig feest.”
Hij wist op dat moment nauwelijks iets over Suriname. “Er stond weinig over Suriname in de geschiedenisboeken. En toen ben ik Suriname echt gaan volgen.” Jaren later werd hij ambassadeur in het land dat hij toen voor het eerst goed leerde kennen. Tijdens zijn ambassadeurschap reisde hij veel. Hij bezocht onder meer Kwamalasamutu, Palumeu, Drietabbetje, Nickerie en Albina en zag veel van de kustvlakte. “Fantastisch om te zien dat jullie eenheid in diversiteit zijn. Dat zingen jullie ook in het volkslied: ‘hoe wij hier ook samenkwamen’. Dat is ook echt het beeld dat ik van Suriname overhoud en daar mag Suriname trots op zijn.”
Toekomst
Oostelbos kijkt ook naar de toekomst. Met de verwachte inkomsten uit olie en gas ziet hij grote mogelijkheden, maar waarschuwt dat het geld verstandig moet worden besteed. “Ja, ik wens Suriname heel veel voorspoed toe. Maar het geld dat uit die olie en gas binnen gaat komen, moet wel op een goede manier en wijs worden uitgegeven.” Via het Makandra Project wil Nederland helpen om de capaciteit van de Surinaamse overheid te versterken. Het programma richt zich onder meer op de rechtsstaat, Belastingdienst, infrastructuur en sociaal-maatschappelijke versterking. “Er komt nogal wat op Suriname af. Tegelijkertijd zien we allemaal dat er op dit moment nogal wat beperkingen zijn in het land en daarmee willen we helpen.”
“Ik denk dat als ik over tien jaar terug zou komen, ik Paramaribo niet zou herkennen. Want er gaat echt wel wat gebeuren hier.” Een van de hoogtepunten van zijn ambassadeurschap was het bezoek van koning Willem-Alexander en Koningin Maxima aan Suriname. “Voor mij en al mijn collega’s is dat een hele bijzondere gebeurtenis. Dat je als ambassadeur mag meemaken dat het staatshoofd bij je op bezoek komt.” Het bezoek was bovendien historisch: Achtenveertig jaar na het vorige bezoek van een Nederlands staatshoofd aan Suriname. “Het was eigenlijk een groot feest.”
Geen Sranan
Heeft hij in zijn jaren in Suriname ook Sranan geleerd, zoals zijn voormalige Franse collega Nicolas de Lacoste? Oostelbos lacht. “In 2018, toen ik hier kwam wonen, ben ik begonnen met lessen bij Naks. Ik was een heel slechte student.” De lessen waren op woensdagavond en juist dan had hij vaak andere verplichtingen. “Toen besloot ik al heel snel: weet je wat, iedereen spreekt hier Nederlands.” Hij heeft uiteindelijk slechts twee of drie woorden Sranan geleerd. Toch zegt hij veel van Suriname te hebben geleerd. Vooral de diversiteit zal hem bijblijven.
Hij is intussen in Nederland herenigd met zijn gezin. Hij heeft drie dochters en vlak voor zijn vertrek werd zijn derde kleindochter geboren. “Nu heb ik dus een echte reden om naar mijn gezin terug te gaan”, vertelde hij kort vóór vertrek. Maar Suriname laat hij niet helemaal achter zich. “Ik wil toch wel iets blijven doen met Suriname. Dit land heeft echt een heel speciale plek in mijn hart gekregen.” Vooral het erfgoed wil hij blijven volgen. “Ik hoop dat ik vanuit Nederland Suriname kan helpen om het erfgoed te bewaren.”
- FAI Nickerie houdt half uur loon in na werkonderbreking..
- De vloek..
- TCT-minister laat veerdienst Canawaima doorlichten..
- Rodney Leysner spoorloos na werkoverleg in Saramacca..
- RETENTIE DWAASHEID DUURT VOORT..
- Schrijfster Etchica Voorn zoekt naar ‘jongens’ van ‘De Rijp…..
- Goedschalk wil mennonieten uit Suriname: “Liever vandaag da…..
- Canawaima onder vergrootglas: onderzoek naar financiële adm…..
- Nieuwe Associate Degree-opleidingen IOL trekken vooralsnog …..
- Vrijwilligers aan de slag voor erfgoed Jodensavanne..
- Parmessar: ‘Toezicht op virtuele activa moet ruimte laten v…..
- Warm en overwegend droog; lokaal kans op bui..
- Ontzielde lichamen niet geclaimd..
- WHO: Ebola-uitbraak in DR Congo ‘wereldwijde noodsituatie’..
- Meta ontkent verslavend ontwerp Instagram en Facebook in mi…..
- Nieuw middel tegen gevaarlijk lage bloedsuiker..
- Brandweer verwacht extreme droogte en verhoogt paraatheid..
- Israëlisch onderwijs bereidt jongeren volgens onderzoek voo…..
- VS BREIDT DRUGSOORLOG UIT NAAR LAND..
- Kapitale Delicten belast met onderzoek ‘vermiste’ Rodney Le…..
- Pokie legt eerste steen voor 150 woningen in Voorburg..