Onderwijsprofessional Lorraine Hooplot-Vreden: ‘Salarissen leerkrachten moeten omhoog’

“Er moet worden geïnvesteerd in een goede leer- en werkomgeving. Leerkrachten moeten plezier kunnen hebben in hun werk en onder omstandigheden kunnen werken die professioneel onderwijs mogelijk maken.” Met die boodschap richtte onderwijsprofessional Lorraine Hooplot-Vreden zich donderdagavond tot het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur tijdens een lezing in het Lalla Rookh-gebouw over de professionele ontwikkeling van leerkrachten.

Tekst en beeld Edwien Bodjie

Hooplot-Vreden vindt dat het ministerie professionalisering niet alleen verplicht moet stellen, maar ook moet faciliteren. In andere landen moeten leerkrachten binnen een bepaalde periode kunnen aantonen dat zij aan professionele ontwikkeling hebben gedaan. Suriname zou een vergelijkbare aanpak kunnen overwegen.

“Een schoolleider die zelf niet gelooft in professionalisering, kan moeilijk verwachten dat leerkrachten daar actief mee aan de slag gaan”

Tegelijkertijd moeten de omstandigheden waaronder leerkrachten werken verbeteren. “En tra fasi no de, de salarissen moeten omhoog!” stelde ze. Een hoger salaris betekent volgens haar niet automatisch dat mensen zich meer zullen inzetten of vaker cursussen zullen volgen, maar het beroep moet wel meer worden gewaardeerd.

Leerkrachten gaan soms bovendien in eigen zak voor voorzieningen in hun klas. “Je moet knikkers kopen, schriften kopen, brood kopen voor kinderen … Het wordt een beetje veel.”

Kwaliteit

De titel van haar lezing luidde: ‘Professionele ontwikkeling van leerkrachten: Wie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de leerkracht?’ Hooplot-Vreden gaf aan dat een leerkracht nooit is uitgeleerd. “One lifetime is not enough to master teaching“, citeerde zij onderwijswetenschapper Dylan Wiliam. Professionele ontwikkeling moet daarom een voortdurend proces zijn, waarbij de leerkracht, de school en het ministerie verantwoordelijkheid dragen.

De vraag wie verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de leerkracht is extra relevant tegen de achtergrond van het groeiende lerarentekort. De staat heeft de opdracht het recht op onderwijs te waarborgen en gelijke kansen te bieden. Ook Sustainable Development Goal 4 richt zich op kwaliteitsvol onderwijs en levenslang leren.

Tekort

Het lerarentekort is geen specifiek Surinaams probleem. Wereldwijd zijn volgens de Unesco tegen 2030 ongeveer 44 miljoen extra leerkrachten nodig. Slechte arbeidsomstandigheden, hoge werkdruk, lage salarissen en een afnemende waardering voor het beroep dragen eraan bij dat mensen het onderwijs verlaten of er niet meer voor kiezen.

Voor Suriname werd onlangs een tekort van minstens 214 leerkrachten gemeld. Het ministerie heeft onder meer gewezen op de inzet van studenten in de laatste fase van hun opleiding, het omscholen van leerkrachten, het inzetten van gepensioneerden en het verlengen van dienstverbanden. Maar daarmee is het probleem volgens Hooplot-Vreden niet opgelost. “Dat is kwantiteit. Maar hoe staat het met de kwaliteit?”

Ze wees op situaties waarin leerkrachten worden ingezet voor vakken waarvoor zij niet specifiek zijn opgeleid, omdat niemand anders beschikbaar is. Dat kan op korte termijn helpen om vacatures op te vullen, maar vraagt tegelijkertijd om begeleiding en verdere professionalisering.

Leren

Bij effectief onderwijs moet volgens Hooplot-Vreden niet alleen worden gekeken naar wat de leerkracht doet, maar vooral naar wat leerlingen daadwerkelijk leren. “Welk bewijs heeft u dat de leerlingen en studenten leren?” wierp ze retorisch op.

Een uitleg geven betekent niet automatisch dat de leerling de informatie ook heeft geleerd. Leren vindt plaats wanneer nieuwe kennis onderdeel wordt van het langetermijngeheugen. Als leerlingen tijdens een toets iets goed maken, betekent dat volgens haar evenmin vanzelfsprekend dat de kennis blijvend is opgeslagen.

Als voorbeeld stelde ze voor om leerlingen die vandaag een repetitie goed hebben gemaakt, enkele weken later dezelfde toets opnieuw te laten maken zonder hen daarop voor te bereiden. Wanneer de resultaten sterk terugvallen, kan dat erop wijzen dat de stof onvoldoende is blijven hangen.

Dat vraagt om een andere manier van lesgeven. Een leerkracht moet volgens haar regelmatig nagaan wat leerlingen nog weten en begrijpen en waar bijsturing nodig is. Daarbij speelt formatief handelen een belangrijke rol. In plaats van pas na een toets te ontdekken dat een leerling de stof niet begrijpt, kan de leerkracht tijdens het leerproces al nagaan waar de leerling staat. “Als je pas op die repetitie zegt: ‘Oh, Sarah heeft het niet begrepen’, dan is het te laat.” Door tijdens de les voortdurend te controleren of leerlingen de stof begrijpen, kan de leerkracht eerder besluiten om door te gaan of juist extra uitleg te geven.

Ook interactie is volgens Hooplot-Vreden belangrijk. “Ik zeg iets, jij zegt iets. Ik doe iets, jij doet iets.” Wanneer een leerkracht vooral praat en veel informatie tegelijk aanbiedt, kunnen leerlingen cognitief worden overbelast. Door leerlingen actief te laten reageren, wordt sneller zichtbaar wat zij wel en niet begrijpen.

Trainingen

Professionele ontwikkeling moet volgens Hooplot-Vreden structureel worden aangepakt. Een workshop of training alleen is onvoldoende. “Training op zich helpt niet.” Na een training moet de leerkracht ondersteuning krijgen om het geleerde daadwerkelijk in de klas toe te passen. Coaching, deskundige begeleiding, feedback en reflectie zijn daarbij nodig.

In een workshop kan een nieuwe onderwijsmethode eenvoudig lijken, maar in de klas krijgt de leerkracht te maken met leerlingen die verschillende behoeften hebben, afgeleid zijn of de stof op een andere manier verwerken. Daarom moet professionalisering praktijkgericht zijn. Leerkrachten moeten actief leren, samenwerken, voorbeelden zien en oefenen met wat zij in hun klas moeten toepassen.

Onderzoek dat Hooplot-Vreden aanhaalde, laat ook zien dat leerkrachten die in het beroep blijven vaker een mentor of begeleider hebben gehad, deelnamen aan een begeleidingsprogramma en toegang hadden tot vakgerichte professionalisering die direct bruikbaar was in de klas. Een werkomgeving waarin leerkrachten samenwerken en invloed hebben op hun onderwijspraktijk draagt eveneens bij aan het behoud van onderwijsgevenden.

Rol schoolleider

Ook schoolleiders hebben een belangrijke rol. Zij moeten tijd vrijmaken voor professionele ontwikkeling en ervoor zorgen dat leerkrachten samen over hun onderwijspraktijk kunnen praten. “Het is gewoon een kwestie van organisatie”, stelde Hooplot-Vreden. “Een schoolleider die zelf niet gelooft in professionalisering, kan moeilijk verwachten dat leerkrachten daar actief mee aan de slag gaan.”

Professionalisering moet daarom onderdeel worden van de schoolcultuur. Schoolleiders moeten niet alleen tijd beschikbaar stellen, maar er ook op toezien dat die tijd daadwerkelijk wordt gebruikt voor leren en samenwerking. Zelf moeten zij eveneens het voorbeeld geven.

Een aanwezige deelnemer sloot daarbij aan. Ook de school als geheel moet deelnemen aan professionele ontwikkeling, stelde zij. Het gaat om een voortdurend proces van lifelong learning, zolang iemand werkzaam is in het onderwijs.

Betere leraar worden

De verantwoordelijkheid voor professionele ontwikkeling ligt niet uitsluitend bij de leerkracht. “Het is een collectieve verantwoordelijkheid.” De leerkracht moet zelf blijven investeren, maar ook collega’s, schoolleiders en het ministerie hebben een rol.

Een aanwezige leerkracht verwees tijdens de lezing naar zijn ervaring in het binnenland. Daar heeft hij naar eigen zeggen tijdens zijn werkzaamheden nooit een onderwijsinspecteur gezien, terwijl de inspectie juist een belangrijke taak heeft bij het bewaken van de onderwijskwaliteit.

Professionalisering betekend uiteindelijk niet dat een leerkracht tekortschiet. “Je moet beter worden. Er is altijd ruimte. Iedere leraar kan een betere leraar worden.”

“En tra fasi no de, de salarissen moeten omhoog!”

Leerkrachten moeten zichzelf daarom voortdurend vragen stellen: ‘heb ik bewijs dat mijn leerlingen leren?’, ‘Wie heeft extra begeleiding nodig?’, ‘Wat weet ik over hoe kinderen leren?’ en ‘waar kan ik mezelf verbeteren?’ “Geef ik les in de leerstof of geef ik les aan kinderen?” is daarbij een wezenlijke vraag. Wie lesgeeft aan kinderen, moet zijn leerlingen kennen, rekening houden met verschillen in tempo en behoeften en tijdig herkennen wanneer extra ondersteuning nodig is.

Onderwijs is voortdurend in beweging. Professionalisering houdt daarom niet op na een diploma of een enkele training. “Zolang je in het proces bent als onderwijsgevende, zal je je moeten blijven professionaliseren”, werd meegegeven aan de aanwezigen.

Aanwezigen tijdens de lezing ‘Professionele ontwikkeling van leerkrachten’ die donderdag werd verzorgd door onderwijsprofessional Lorraine Hooplot-Vreden.