PARAMARIBO – Het Openbaar Ministerie (OM) heeft scherp gereageerd op de discussie over een strafrechtelijke zaak waarin een 39-jarige man onlangs is aangehouden op verdenking van het hebben van een seksuele relatie met een 13-jarig meisje. In die zaak voert de verdachte aan dat het meisje zijn “vrouw” zou zijn en dat dergelijke relaties binnen zijn culturele achtergrond normaal en aanvaard zouden zijn.
Cultuur geen uitzondering op wet
Het OM maakt in een verklaring duidelijk dat die redenering juridisch geen stand houdt. “Cultuur en tradities vormen nooit een uitzondering op de geldende wet- en regelgeving van Suriname,” stelt het Openbaar Ministerie. Het parket benadrukt dat de bescherming van minderjarigen en de handhaving van de wet altijd voorop staan, ongeacht culturele of traditionele overtuigingen.
Volgens het OM zijn de wettelijke bepalingen op dit punt helder en strikt. Artikel 297 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat wie seksuele handelingen verricht met een kind jonger dan twaalf jaar, waarbij sprake is van seksueel binnendringen, kan worden gestraft met een gevangenisstraf tot maximaal vijftien jaar en een geldboete van de vijfde categorie.
Daarnaast stelt artikel 298 dat iemand die buiten het huwelijk seksuele handelingen verricht met een persoon van twaalf jaar of ouder maar jonger dan zestien jaar, kan worden gestraft met een gevangenisstraf tot maximaal twaalf jaar en eveneens een geldboete van de vijfde categorie.
Zero tolerantie
Het OM onderstreept dat het hier gaat om ernstige zedendelicten tegen minderjarigen die onder geen enkele omstandigheid worden getolereerd. “Cultuur en tradities kunnen nooit een rechtvaardiging vormen voor het overtreden van de wet of voor het achterwege laten van strafrechtelijk optreden,” aldus het OM. De wet blijft volgens de autoriteiten leidend bij de bescherming van de rechten, veiligheid en waardigheid van burgers, in het bijzonder van minderjarigen.
In de verklaring wordt verder opgeroepen om signalen van mogelijk seksueel misbruik van minderjarigen altijd serieus te nemen en te melden bij de politie of andere bevoegde instanties. Ouders, familieleden en gezagsdragers worden nadrukkelijk aangespoord om hierin hun verantwoordelijkheid te nemen.
Het Openbaar Ministerie benadrukt tot slot dat het zich onverminderd zal blijven inzetten voor de bescherming van minderjarigen en consequent zal optreden tegen zedendelicten, ongeacht de achtergrond of overtuiging van betrokkenen.-.