Nieuw-Koffiekampers willen niet opnieuw tot verhuizing worden gedwongen

Tekst Samuel Wens

Beeld Privécollectie

PARAMARIBO — Het sterke verlangen van het dorp Nieuw-Koffiekamp dat hun nazaten nooit meer gedwongen zouden moeten verhuizen lijkt met de concessieverlening aan goudmaatschappij Golden Star (in 1992) een utopie te worden. Sinds vroeg in 1995 heeft de gemeenschap van het dorp de regering gevraagd een einde te maken aan het schenden van hun rechten. De dorpelingen noemen het ‘concessiebeleid’ van de regering een bedreiging voor het voortbestaan van hun woongemeenschap.

Oud-districtscommissaris Richène Libretto betreurt in gesprek met de Ware Tijd dat geen enkele regering erop heeft toegezien dat het dorp als serieuze gesprekspartner door opeenvolgende goudmaatschappijen wordt gezien. Conform de overeenkomst met de staat, moet Zijin Rosebel Gold Mines de bewoners tijdens onderhandelingen overtuigen dat het niet meer mogelijk is in het dorp te wonen. Daarbij mogen geen ‘onmogelijke maatregelen’ worden toegepast, bijvoorbeeld mensen verbieden naar hun kostgronden te gaan. “Het lijkt net als in 1964 toen hun ouders werden gedwongen te verhuizen”, zegt Libretto, zelf kind van het binnenland, met name Maipa Ondo.

Nare herinneringen

Libretto gaat in het gesprek met de krant terug tot 1964 toen voor de aanleg van het stuwmeer dorpelingen van onder meer Ganda Kampoe, Maipa Ondo en Baka Mbuju van het Sarakreekgebied gedwongen moesten vluchten voor het wassende water. “De angsten die de mensen hebben doorstaan tijdens de gedwongen verhuizing, zoals drijvende lijkkisten op de rivier van personen die net waren begraven, heeft de mensen doen besluiten niet meer langs de Surinamerivier (benedenwaarts van de stuwdam) te gaan wonen. Dat dierbaren in hun graven noodgedwongen op de bodem van de rivier zijn achtergebleven en families tegen hun wil afscheid moesten nemen van hun traditionele omgeving, is voor de dorpelingen een blijvende pijnlijke herinnering”, meent Libretto. “De mensen willen niet nogmaals een gedwongen verhuizing meemaken en willen dit ook niet voor zij die na hen komen.”

‘Het lijkt net als in 1964 toen hun ouders werden gedwongen te verhuizen.’

Hij was tijdens de migratie voor aanleg van het stuwmeer onderwijzer op de school in de toenmalige woongemeenschap Suralco Konde. “Ik gaf les aan de kinderen van de Suralconiërs.”

De mensen die gedwongen moesten verhuizen hebben er een trauma aan overgehouden. “Traditioneel liggen marrondorpen aan een rivier. Maar de inwoners uit de drie dorpen van het Sarakreekgebied weigerden faliekant om zich in de nederzetting Boslanti, langs de Surinamerivier, benedenwaarts van de stuwdam, te gaan vestigen. Die nederzetting was speciaal voor hen aangelegd”, weet hij.

Libretto vertelt dat de mensen bang waren geworden voor de kracht van het water van de rivier en toen ervoor hebben gekozen zich onder erbarmelijke situaties – kampen zonder drinkwater en elektriciteit – te gaan vestigen langs de spoorbaan te kilometer 106, het huidige Nieuw-Koffiekamp.-.