Er zijn momenten waarop een samenleving zichzelf een spiegel moet durven voorhouden, niet om te beschuldigen, maar om te begrijpen waar het opnieuw mis dreigt te gaan. Suriname bevindt zich opnieuw op zo’n moment. Niet omdat de problemen nieuw zijn, maar juist omdat ze zo herkenbaar beginnen te worden dat ze nauwelijks nog als probleem worden benoemd.
Voor de verkiezingen werd het volk een breed palet aan beloftes voorgehouden. Elke partij trok de samenleving in met een eigen verhaal, een eigen ideologische positie en een duidelijke afbakening ten opzichte van de ander.
De NDP sprak over herstel, hervorming en nationale regie. De NPS presenteerde zich als sociaal hervormingsgericht met nadruk op transparantie en rechtvaardig grondbeleid. ABOP legde de focus op ontwikkeling van het binnenland en sociale versterking. A20 profileerde zich als breker met de oude politiek, als hoeder van integriteit en transparantie.
BEP stond voor decentralisatie en macht naar de districten. PL sprak over hervorming van het overheidsapparaat en economische stimulering.
Dat waren geen kleine nuanceverschillen. Dat waren fundamentele positioneringen, vaak zelfs lijnrecht tegenover elkaar geplaatst in toon, aanpak en politieke cultuur. Het volk heeft niet gestemd op één richting, maar op een veelheid aan overtuigingen waarvan verwacht mocht worden dat zij, na onderhandelingen, in een herkenbaar en coherent geheel zouden worden samengebracht.
Maar wat zich vervolgens voltrok, ging niet over zorgvuldige afweging of inhoudelijke bruggenbouw. Binnen 24 uur na de verkiezingsuitslag, werden fundamentele verschillen zonder zichtbare moeite terzijde geschoven. Ideologische tegenstellingen die maandenlang centraal stonden in de campagne, verdwenen geruisloos naar de achtergrond. Wat overbleef was snelheid. Snelheid om te formeren, snelheid om posities te verdelen, snelheid om aan tafel te zitten. Of zoals het treffend werd verwoord door de partijvoorzitter van de NPS: men wilde zo snel mogelijk bij de koekverdeling zijn.
Daar, precies daar, ligt de pijnlijke kern van wat zich nu ontvouwt.
Want wie met een nuchtere blik kijkt naar de eerste contouren van het regeringsbeleid, ziet geen zorgvuldig samengebracht geheel van deze uiteenlopende programma’s. Wat zichtbaar wordt, is een lijn die opvallend eendimensionaal is en in sterke mate de signatuur draagt van één politieke kracht. De richting van beleid, de manier waarop besluitvorming plaatsvindt en de structuur waarin macht wordt georganiseerd, wijzen niet op een evenwichtige coalitie, maar op dominantie.
De NDP is in deze constructie niet slechts de grootste partij, maar in de praktijk de allesbepalende factor geworden. Niet omdat dat expliciet zo wordt benoemd, maar omdat het zichtbaar is in de wijze waarop het bestuur wordt ingericht. En nergens wordt dat duidelijker dan in de opkomst van wat eerst commissies waren en nu gemakshalve werkgroepen worden genoemd.
Op papier lijkt dit een onschuldige keuze. In werkelijkheid is het een vernietigende en fundamentele verschuiving van macht. Besluitvorming wordt voorbereid en in feite gestuurd buiten de formele instituties om, via structuren die niet dezelfde transparantie, controle en verantwoordingsplicht kennen als ministeries en wettelijke organen. Het is een parallel systeem dat zich naast de bestaande instituties ontwikkelt, maar in de praktijk steeds meer gewicht en invloed krijgt.
Hier ontstaat een directe botsing met wat vrijwel alle coalitiepartijen hebben beloofd in hun programma’s.
Men sprak over versterking van instituties, over transparantie, over goed bestuur. Wat nu gebeurt, is keihard het tegenovergestelde. Niet in woorden, maar in structuur. Want elke keer dat besluitvorming verschuift naar informele werkgroepen, verliest het formele systeem meer en meer aan betekenis. En wat verzwakt wordt, kan op termijn niet meer dragen, met alle ellendige gevolgen van dien.
Dat is geen theoretisch risico. Dat is een structurele ontwikkeling.
En juist op dit moment is dat gevaar groter dan ooit. Suriname staat aan de vooravond van mogelijke miljardeninkomsten in USD uit olie en gas. Dat vraagt om het tegenovergestelde van wat nu zichtbaar is. Het vraagt om sterke instituties, heldere verantwoordelijkheden, transparante besluitvorming en robuuste controlemechanismen. Niet om diffuse structuren waarin macht zich onttrekt aan zicht en toetsing.
Als deze middelen terechtkomen in een systeem waarin de lijnen van verantwoordelijkheid vervagen, dan wordt het risico niet alleen financieel, maar existentieel. Dan ontstaat de reële kans dat nationale rijkdom niet wordt ingezet voor ontwikkeling, maar verdwijnt in een systeem dat niet is ingericht om zulke stromen te beheren.
Wat deze situatie extra schrijnend maakt, is dat vrijwel alle coalitiepartijen precies dit scenario in hun programma’s zeiden te willen voorkomen. En toch maken zij nu deel uit van een constructie die diezelfde risico’s vergroot.
Daarmee verschuift ook hun rol. Want meeregeren is niet vrijblijvend. Het betekent niet alleen aanwezig zijn bij besluitvorming, maar ook verantwoordelijkheid dragen voor de richting ervan. Wanneer hun eigen speerpunten niet zichtbaar worden gerealiseerd, wanneer hun ideologische uitgangspunten verdwijnen in een dominante lijn die niet de hunne is, dan resteert de vraag, wat hun deelname werkelijk betekent.
Is het invloed, of is het aanwezigheid. Is het uitvoering van mandaat, of slechts deelname aan macht. Voor het volk is dit geen abstracte analyse. Het is de vraag of de stem die is uitgebracht nog enige betekenis heeft in het beleid dat wordt gevoerd. Of dat die stem is opgegaan in een constructie waarin snelheid van formeren belangrijker was dan inhoud, en waarin beloftes plaats hebben gemaakt voor posities.
Daarom is dit geen moment voor stilte. Dit is een moment voor scherpte. Voor het voortdurend naast elkaar leggen van wat beloofd is en wat wordt uitgevoerd. Voor het zichtbaar maken van elke afwijking, elke verschuiving, elke uitholling van instituties.
Voor de coalitie moet duidelijk zijn dat deze periode niet geruisloos zal verlopen. Voor de kleinere partijen dat hun achterban niet eindeloos zal accepteren dat hun programma’s verdwijnen in de praktijk van de macht. En voor het volk dat democratie niet eindigt bij het uitbrengen van een stem, maar begint bij het bewaken van wat daarmee wordt gedaan.
De komende maanden zullen niet bepalen of alles al is gerealiseerd, maar wel welke richting wordt gekozen!
En richting is precies waar het nu om draait. Want zonder herkenbare lijn tussen belofte en beleid blijft er uiteindelijk maar één conclusie over. Dat niet het programma de koers bepaalt, maar de macht. En dat is precies de cirkel waar Suriname al vijftig jaar in vastzit.
Romeo Stienstra
The post NIET PARTIJPROGRAMMA BEPAALT DE KOERS, MAAR DE MACHT ..