Nederlands onderzoeksrapport coup 1980:Een poging tot geschiedvervalsing

INGEZONDEN

Met grote interesse nam ik kennis van een voorpagina-artikel in de Ware Tijd van woensdag 24 december 2025, getiteld “Geen Nederlandse coupsteun aan Bouterse; wel falend toezicht”. Frappant vind ik de conclusie uit het onderzoek dat “er geen aanwijzingen zijn dat kolonel Hans Valk of een andere Nederlandse militair heeft meegewerkt aan de voorbereiding of uitvoering van de staatsgreep van 1980; ook is niet gebleken dat Valk en/of een andere Nederlandse militair vooraf wist dat deze stond te gebeuren.” Volgens het onderzoek steunde Nederland de coup niet, maar heeft het wel steken laten vallen in toezicht, afstand en informatiebeheer op een cruciaal moment in de Surinaamse geschiedenis.

Het voorgaande is voor mij oud nieuws. Dat ik er nu wel op reageer, komt omdat ik de publicatie hiervan op dit moment beschouw als een ernstige poging tot geschiedvervalsing. Deze poging tot historisch bedrog, neem ik fatsoenshalve aan, is veroorzaakt door de omstandigheid dat het onderzoek zich heeft beperkt tot de bestudering van archieven, interne rapporten en diplomatieke stukken.

“Hier komt nog bij dat Nederland binnen twee jaar na deze misstap iedere greep op de Surinaamse coupplegers had verloren. Dit gegeven is geen zaak waar Nederland trots op mag zijn, noch in diplomatiek, noch in militair opzicht”

De meerderen van kolonel Valk in Nederland zullen ter zake echt geen eenvoudige sporen hebben achtergelaten. Trouwens, volgens de onderzoekers zelf (dan wel medewerkers van de Ware Tijd die het rapport mochten inzien) zijn interne verslagen van de Landmacht Inlichtingendienst deels zoekgeraakt, deels onvolledig doorgestuurd, terwijl soms cruciale passages uit stukken werden verwijderd voordat zij Den Haag bereikten en diplomatieke berichten uit Paramaribo achteraf incompleet bleken te zijn.

Deze manipulatie van zaken is voor mij begrijpelijk; de reputatie van Nederland in de wereld is in het geding. Immers, met veel fanfare is op 25 november 1975 meegegaan met de staatkundige onafhankelijkheid van Suriname, onder toekenning van een ontwikkelingsbonus van populair gesteld 3,5 miljard (toenmalige) Nederlandse gulden, om binnen vijf jaar daarna mee te werken aan een staatsgreep tegen de wettig gekozen Surinaamse regering.

Hier komt nog bij dat Nederland binnen twee jaar na deze misstap iedere greep op de Surinaamse coupplegers had verloren. Dit gegeven is geen zaak waar Nederland trots op mag zijn, noch in diplomatiek, noch in militair opzicht.

Het onderzoeksrapport waarvan in dWT een samenvatting is gegeven, is gebaseerd op een “onderzoek” dat in 1984 is afgerond. Echter, duidelijk aangeslagen door de 8 december 1982-gebeurtenissen, heeft de toenmalige kolonel Valk reeds in december van hetzelfde jaar uitgebreide informatie verstrekt aan het (toenmalige) weekblad Vrij Nederland over de betrokkenheid van de Nederlandse militaire missie in Suriname bij de voorbereiding en uitvoering van de staatsgreep van 1980. Zie de editie van dit blad van 25 december 1982. Zie ook het Surinaamse avondblad De West van 10 februari 2001, pagina’s 8 en 9. Additionele informatie is gegeven in de editie van Vrij Nederland van 30 juli 1983 en desgewenst in die van het avondblad De West van 24 februari 2001, pagina 8.

Opstellers van het onderhavige rapport moeten zich diep schamen voor dit prul, dat versnipperd in een prullenmand thuishoort. In de edities van Vrij Nederland komen de volgende zaken niet aan de orde:

De spanning en daaruit geresulteerde patstelling die binnen de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland/Suriname (CONS) ontstonden door een verschil in visie op de ontwikkelingsrichting van Suriname. De Surinaamse zijde ging voor grote projecten (West-Suriname, Multi Purpose Corantijnproject, Patamacca, Victoria, Landbouwontwikkelingsplan Commewijne, enz.), terwijl de Nederlandse zijde dit alles ervoer als een verspilling van Nederlandse belastinggelden en ging voor kleinere projecten. Vermeldenswaard is een heftige discussie die op een CONS-vergadering ontstond tussen het lid Karamatali van de Surinaamse sectie en een lid van de Nederlandse. Onderwerp van de discussie was de kwaliteit van de Surinaamse democratie en het erop nahouden van een leger. Op een gegeven moment laaide de woordenwisseling zodanig op dat de Surinamer op het punt stond op de vuist te gaan met het Nederlandse lid. Ingrijpen van de voorzitter van de Surinaamse sectie van de CONS kon erger voorkomen.

De subtiele, naar Surinames minister-president toe gezagsondermijnende uitlatingen buiten de vergaderingen van leden van de Nederlandse CONS-sectie ten aanzien van ingediende projecten in het kader van het Ontwikkelingsfonds voor Particuliere Organisaties (de OPO-projecten).

Het wisselvallige beleid van Nederland ten aanzien van de suppletieregeling voor Surinaamse militairen die vóór de onafhankelijkheid in dienst waren van het Koninkrijk der Nederlanden.

Kolonel Valk had stafmedewerkers; het aantal is mij niet bekend. Eén van hen gaf aan zijn secretaresse (een dochter van een in 1979 overleden Statenlid) aan hoe te handelen de volgende morgen als zij ’s nachts schoten had gehoord. Een andere medewerker was met een Surinaamse gehuwd. Toenmalige kinderen van dit gezin zien nog als de dag van gisteren de gecamoufleerde gezichten van Surinaamse militairen die hun vader bezochten.

Tot slot zij opgemerkt dat het kennelijk krachtens militaire ethiek niet gebruikelijk is dat bij staatsgrepen nationale coupplegers verklappen van welke externe instanties zij eventueel hulp hebben ontvangen. Pinochet zei het in Chili alleen gedaan te hebben; Soeharto van Indonesië beweerde zulks eveneens. Onze Bouterse is niet verder gekomen dan de uitspraak dat Nederland van hem een Soeharto wilde maken, maar dat hij een Soekarno gebleken is. De historische vraag is of deze Nederlandse wens reeds vóór 1980 was geuit dan wel waargenomen. Aan Surinaamse historici de nationale opdracht om op basis van adequaat onderzoek zelfstandig ook deze episode uit de Surinaamse geschiedenis te schrijven. Een volk dat zijn (ware) geschiedenis niet kent, is gedoemd die te herhalen!

Ir. R.R. AssenGewezen minister van PLOS en Defensie

De redactie van de Ware Tijd stelt lezers in de gelegenheid stukken in te zenden ter publicatie. In principe worden alle ingezonden artikelen opgenomen, tenzij de inhoud schadelijk, kwetsend of beledigend is voor derden. Stukken die worden geplaatst komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de mening van de Ware Tijd. De redactie behoudt zich het recht voor om stukken niet te plaatsen, of in te korten of te redigeren zonder dat die uit hun context worden gehaald.