DEN HAAG — Het Nederlandse herstelbeleid voor het slavernijverleden stuit in de praktijk op grote hindernissen. Hoewel de Nederlandse koning met de woorden ‘ten kon drai’ verandering beloofde, laat de uitvoering van het nieuwe subsidieprogramma ‘Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname (2026–2030)’ zien dat de verhoudingen nauwelijks zijn gewijzigd.
Lokale organisaties in Suriname worden stiefmoederlijk behandeld en dreigen opnieuw op achterstand te worden gezet. Tijdens een recent commissiedebat in de Nederlandse Tweede Kamer trok D66-Kamerlid Mpanzu Bamenga hierover aan de bel. Hij benadrukte dat louter erkenning en bewustwording onvoldoende zijn om historische ongelijkheden te bestrijden en drong aan op een concreet actieplan.
“De vrees bestaat dat als projecten straks mislukken of aanvragen uitblijven, er vanuit Nederland met een corrigerende vinger naar Suriname zal worden gewezen”
Hoe groot het gat tussen de Haagse ambities en de Surinaamse realiteit is, blijkt nu pijnlijk duidelijk uit de opzet van de subsidieregeling. Waar aanvragers in Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk uitvoerig worden ondersteund met voorlichtingsbijeenkomsten, ambtelijke hulp en lokale professionals, moeten Surinaamse niet-gouvernementele organisaties het maar zelf uitzoeken.
Geen enkele lokale voorziening
Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de uitvoering ondergebracht bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Echter, die instantie blijkt slecht bereikbaar, medewerkers zijn telefonisch vaak niet op de hoogte en de reactietermijn via e-mail loopt op tot wel zeven dagen. Er is in Suriname geen enkele fysieke of lokale voorziening ingericht waar initiatiefnemers terechtkunnen voor begeleiding.
Het schrijven van ingewikkelde subsidieaanvragen vereist specifieke expertise en capaciteit die bij veel Surinaamse maatschappelijke organisaties beperkt is. Hoewel er in Suriname genoeg deskundigen zijn die tijdig hadden kunnen worden ingehuurd om dit proces te faciliteren, heeft Den Haag nagelaten deze capaciteit te benutten. Het risico is groot dat een regeling die op papier toegankelijk lijkt, de doelgroep in Suriname in de praktijk uitsluit vanwege de bureaucratische drempels.
Ondersteuningsnetwerk in Suriname
De vrees bestaat dat als projecten straks mislukken of aanvragen uitblijven, er vanuit Nederland met een corrigerende vinger naar Suriname zal worden gewezen. Critici benadrukken dat dit getuigt van een onverschillige houding in plaats van een gelijkwaardige, ‘dekoloniale’ samenwerking.
Er klinkt een dringende oproep aan de Nederlandse regering om per direct een duurzaam en onafhankelijk ondersteuningsnetwerk in Suriname te financieren, zodat lokale professionals maatschappelijke organisaties effectief kunnen bijstaan bij het aanvragen en verantwoorden van de herstelgelden.
- KPS PROLONGEERT TITEL TIJDENS JAARLIJKS JUSVEIDOMI-SPORTEVE…..
- Edgar Leonard Boldewijn..
- Arthur Hilton Wehl..
- Freddy Arnold Lo-A-Njoe..
- Drie gebieden Paramaribo en omgeving woensdag zeven uur zon…..
- Mathoera: ‘Bij infiltratie moet veiligheid agent altijd voo…..
- Schoten gelost op woning te Sunny Point; verdachte voortvlu…..
- KPS verzorgt voorlichtings- en motivatiesessie op de Afaka …..
- Na afwijzing verzoek Somohardjo vraagt ook Jones vervolging…..
- OM licht weigering informatieverzoek Somohardjo toe; meldt…..
- De reislustige elite..
- Monorath oriënteert zich op oprichting Surinaams Mensenrech…..
- Breaking: VHP wil minister Monorath weg en bereidt motie va…..
- Pomba wint 10 kilometer in Nederland..
- Universal Periodic Review..
- Bestuurder zonder geldig rijbewijs rijdt driejarig meisje a…..
- GBB reikt ruim 900 grondpapieren uit in Wanica..
- Wie betaalt de hulp voordat iemand breekt?..
- Belastingbezwaren liggen al 35 jaar: nieuwe wet moet burger…..
- Driejarige kleuter aangereden door autobestuurder; automobi…..
- Onderdirecteur Veterinaire Diensten: ‘Uitbraak vogelgriep v…..