Monorath: ‘Zo nu en dan moet je het beestje bij naam noemen’

Harish Monorath, minister van Justitie en Politie, is gisteren voorafgaand aan de vergadering van de Raad van Ministers (RvM), ingegaan op een aantal vragen van journalisten. Er werd onder meer gevraagd naar de situatie bij de politiepost Rijsdijk, waar zou zijn gemeld, dat rekruten worden ingezet om cellenhuizen en toiletten schoon te maken. Ook werd de minister gevraagd over het geval van een noodvaarweg, waar een illegale olieopslagplaats was gevestigd en waar zich een enorme explosie en grote brand hebben voorgedaan.
Volgens Monorath zijn rekruten multifunctioneel inzetbaar. Dat betekent volgens hem, dat zij onder alle omstandigheden moeten kunnen overleven. “Ik dacht niet dat poep schoonmaken, daaronder behoorde”, aldus de minister. Hij zei dat hij de waarnemend korpschef heeft gevraagd, verslag en rapportage uit te brengen over de kwestie. Het onderzoek duurt voort. “Zodra ik die informatie heb, kan ik het met u delen.”
Monorath werd ook geconfronteerd met uitspraken, die hij bij een eerdere RvM-vergadering zou hebben gedaan en die volgens veiligheidskorpsen, niet goed zijn gevallen. Daarbij zou hij hebben gesteld, dat korpsen omkoopbaar zijn. Op de vraag wat zijn reactie is op de kritiek, dat hij als bewindsman moet letten op zijn uitspraken, zei de minister dat hij minister is voor eenieder, maar ook vakminister voor de mensen die specifiek onder hem ressorteren.
“Het enige wat ik heb aangegeven, is dat er bepaalde mensen zijn die het verpesten voor de rest en daar moeten we aan werken”, aldus Monorath. Hij zei inmiddels een brief te hebben ontvangen naar aanleiding van zijn uitspraken. De brief heeft hij besproken met twee korpsen en hij is voornemens, die ook met de andere twee korpsen te bespreken, zodat ‘’de plooien gladgestreken kunnen worden’’.
In het kader van een open dialoog mogen mensen volgens hem aangeven, of zij het wel of niet eens zijn met de minister. Hij benadrukte met klem, dat hij onder geen enkele omstandigheid heeft gezegd, dat alle korpsen of iedereen binnen die korpsen, zich schuldig maakt aan omkoopbaarheid. “Ik ben degene als minister die mensen recht houdt, vooral wanneer het fout gaat, om aan te geven, dat er transformaties zijn om ervoor te zorgen dat het beter gaat. Zo nu en dan, moet je het beestje wel bij de naam noemen”, aldus Monorath.
Zijn basisuitgangspunt is naar eigen zeggen, dat hij het volste vertrouwen heeft in alle vier korpsen. “Dat heb ik altijd gezegd, maar ik heb ook gezegd: inclusie. Dat betekent dat we alles samen gaan doen, waarbij u, de samenleving, de korpsen en het ministerie, geconfronteerd zullen worden met alle zaken die het ministerie raken. Ook zaken die minder prettig zijn.”
De minister ging ook in op het oliebedrijf, waar afgelopen zondag een explosie heeft plaatsgevonden en brand is uitgebroken. In deze kwestie zou de ondernemer meerdere aanmaningen hebben ontvangen. Monorath benadrukte, dat hij een rapportage heeft ontvangen, d.d. 10 februari 2026, waarin terecht is aangegeven, dat een aantal zaken zorgwekkend zijn. Volgens het rapport zouden sinds 9 december 2025 bedrijfsactiviteiten op onverantwoorde en milieugevaarlijke wijze hebben plaatsgevonden. Zo zou de persoon niet beschikken over een hinderwetvergunning, zou de vloer op het terrein vervuild zijn met residuafval en zouden over het gehele terrein, olievlekken zichtbaar zijn. Ook zou een adequate opvang-voorziening voor lekkages ontbreken, zou de werkruimte rommelig zijn en langs de oever een oliefilm zijn waargenomen. Daarnaast zou residuafval op ongecontroleerde wijze op het terrein zijn gedumpt als opvulmateriaal.
“Dat is heel ernstig”, stelde de minister. Hij zei dat moet worden gekeken, hoe de wetgeving verder kan worden aangescherpt. In afwachting daarvan moet volgens hem worden bekeken, hoe de zaak onmiddellijk kan worden opgelost. Volgens Monorath wordt Suriname vaker geconfronteerd met dit soort incidenten. Enkele weken geleden was er nog sprake van een olielek, waarbij liters olie uit een tanker in de rivier terecht waren gekomen en moesten worden opgezogen en verwijderd.
“Het wordt de hoogste tijd dat specifieke wetgeving niet alleen wordt gemaakt en uitgebreid, maar ook wordt nageleefd”, aldus de minister. Hij zei dat hij daarvoor binnen het ministerie specifieke deskundigheid wil aantrekken en uitwerken. Dat onderwerp staat naar eigen zeggen, ook op de agenda in een gesprek met de waarnemend korpschef. “Het onderzoek duurt voort, maar er zijn wel al mensen in beeld gebracht”, aldus Monorath.
The post Monorath: ‘Zo nu en dan moet je het beestje bij naam noemen’ ..