Minister van Justitie en Veiligheid, Harish Monorath, heeft verklaard dat ongeveer 60 mennonieten die zich illegaal op een terrein in Suriname bevonden, zijn overgebracht naar Paramaribo, met het oog op hun uitzetting. Het gaat voornamelijk om personen uit Brazilië, aangevuld met enkele personen uit Bolivia en Mexico.
Volgens de minister beschikken de betrokkenen niet over de vereiste verblijfsdocumenten en werkvergunningen.
Monorath lichtte de kwestie toe tijdens een gesprek. Hij zei dat het ministerie en de politie al in juli een oproep hadden gedaan aan de betrokkenen, het terrein te verlaten. Daarbij werden drie redenen genoemd: het ontbreken van een geldige verblijfsstatus, het verrichten van werkzaamheden zonder werkvergunning en het uitvoeren van werkzaamheden op een terrein, waarvoor zij geen toestemming hadden.
Bij een controle bleek dat verschillende personen hun paspoort niet konden overleggen. Volgens de minister gaven zij aan, dat de documenten bij de gezinshoofden waren en dat deze niet bereikbaar waren. De betrokkenen kregen vervolgens de gelegenheid hun documenten alsnog aan te leveren of het terrein te verlaten. Omdat zij daar geen gehoor aan hebben gegeven, werd opnieuw via de media een oproep gedaan. De betrokkenen waren volgens Monorath ook al officieel door deurwaarders aangeschreven. Uiteindelijk gingen de autoriteiten over tot ontruiming van het gebied. De advocaat van de betrokkenen diende daarop een spoedkortgeding in om de ontruiming tegen te houden. De rechter wees die vordering af, waarna de politie en het ministerie overgingen tot het overbrengen van de groep naar Paramaribo.
De minister maakte bekend dat de advocaat van de betrokkenen inmiddels opnieuw een kort geding heeft aangespannen, ditmaal om de uitzetting tegen te houden. De zaak begon op de ochtend van het gesprek. Vertegenwoordigers van het ministerie en de politie waren bij de zitting aanwezig om namens de Staat toe te lichten, waarom de uitzetting volgens hen gerechtvaardigd is. Monorath benadrukte dat bij de afdeling Vreemdelingenzaken geen documenten zijn aangetroffen, waaruit blijkt, dat de betrokkenen een verblijfsvergunning of machtiging tot kort verblijf (MKV) hebben aangevraagd.
Volgens de minister varieert de verblijfsduur van de groep. Sommige personen zouden al ongeveer een jaar in Suriname zijn. Vier van hen beschikten volgens hem nog over een geldig vakantieverblijf, dat vermoedelijk tot medio november loopt. Hij voegde eraan toe, dat ook deze personen niet zonder de vereiste toestemming mogen werken. Burgers uit bepaalde Caribische landen mogen volgens de minister onder de geldende regels, voor een beperkte periode als toerist in Suriname verblijven, maar mogen gedurende dat verblijf geen werkzaamheden verrichten.
Personen uit landen als Bolivia en Mexico, kunnen onder bepaalde voorwaarden verlenging van hun toeristisch verblijf aanvragen. Volgens Monorath hebben de betrokkenen echter geen bewijs overgelegd, dat zij een dergelijke verlenging hebben aangevraagd of verkregen. Op de vraag waarom de autoriteiten niet eerder hadden ingegrepen, stelde Monorath dat er wel degelijk actie was ondernomen, maar dat de operatie verschillende uitdagingen met zich meebracht. Het terrein ligt afgelegen en is moeilijk bereikbaar. Volgens hem heeft alleen het bereiken van het gebied ongeveer SRD 1 miljoen gekost. Voor de oversteek per boot moest bovendien SRD 3.000 per voertuig worden betaald, exclusief de terugreis. De minister bevestigde dat de paspoorten van de betrokkenen inmiddels zijn gecontroleerd en dat er een rapportage is opgesteld. Ook is nagegaan, of zij bij de bevoegde afdeling verblijfsdocumenten, hadden aangevraagd.
Tijdens het gesprek werd ook gevraagd of er consequenties zullen volgen voor ondernemers die de mennonieten naar Suriname hebben gehaald of hen werkzaamheden hebben laten verrichten.
Monorath stelde dat ondernemers ervoor moeten zorgen dat buitenlandse werknemers aan alle wettelijke voorwaarden voldoen. Een ondernemer kan volgens hem niet zomaar mensen naar Suriname halen om in een bedrijf te werken zonder de vereiste toestemmingen en vergunningen.
De minister zei verder aan dat zijn optreden in deze kwestie gericht is op de drie vastgestelde gronden: het ontbreken van een geldige verblijfsstatus, het ontbreken van een werkvergunning en het verrichten van werkzaamheden op een terrein zonder toestemming. Over eventuele verdere consequenties voor betrokken ondernemers, gaf hij geen uiteenzetting.
Onder de ongeveer 60 personen bevinden zich meerdere gezinnen, waaronder baby’s van tien maanden en kinderen van drie, zes en tien jaar. Monorath erkende dat dit de situatie extra ingewikkeld maakt.
Hij wees daarbij op de leerplicht in Suriname en merkte ook op dat de wetgeving op dit gebied aan vernieuwing toe is. Volgens hem is het onderscheid tussen leerplicht en een verplichting om daadwerkelijk naar school te gaan, een punt dat aandacht verdient. Op de vraag wie de reis van de betrokkenen heeft betaald en wie hen naar Suriname heeft gehaald, zei de minister dat er onderzoek is verricht. De specifieke details daarvan kende hij naar eigen zeggen niet. Voor zijn beoordeling van de verblijfs- en uitzettingskwestie, zijn vooral de ontbrekende documenten en vergunningen van belang. Monorath benadrukte dat de betrokkenen al in juli waren aangezegd te vertrekken en dat de rechter de eerdere vordering om de ontruiming tegen te houden had afgewezen. De verdere afhandeling van de uitzetting hangt af van de juridische procedure die inmiddels aanhangig is gemaakt.
The post Monorath: ‘Ongeveer 60 mennonieten overgebracht naar Paramaribo voor uitzetting’ ..