De aanblik van de straten in Suriname, is in 2026 drastisch veranderd, en niet ten goede. Wat voorheen een probleem leek dat zich concentreerde in de binnenstad van Paramaribo, is inmiddels verspreid naar de verste uithoeken van ieder district, volgens minister Monorath. Van Nickerie tot aan Commewijne: de groeiende groep dak- en thuislozen is een dagelijkse herinnering aan een falend systeem waarin het sociaal vangnet, de geestelijke zorg, de huisvesting en opvang, en de gerechtelijke afdoening en politionele surveillance kampen met gaten. Het nijpende tekort aan opvang, waar de minister aandacht voor heeft gevraagd, sluit aan op de dieperliggende oorzaken. De totale versnippering van verantwoordelijkheid. In Suriname is de dakloze voor iedereen een last, maar van geen enkel ministerie de prioriteit.
Het meest urgente struikelblok op dit moment is het uitblijven van de staatsbegroting voor 2026 en het ontbreken van investeringen in de beleidsgebieden die voor verbetering moeten zorgen. Terwijl de politiek in de hoofdstad steggelt over cijfers en posten, zitten instellingen die zorg moeten bieden aan deze kwetsbare groep, aan de grond. Zonder een aangenomen begroting is er geen structureel budget voor nieuwe opvanglocaties, medicatie of personeel. Maar met de laatste conceptbegroting is men ook zeker nog niet op weg geholpen. Dit creëert een verlammende situatie waarbij de overheid enkel aan incidentenbestrijding doet, terwijl de fundamenten van de zorginstellingen wegrotten. Het is onbestaanbaar dat een land in een humanitaire crisis van deze omvang, de financiële autorisatie laat gijzelen door politieke traagheid.
De problematiek wordt verergerd door het feit dat de scheidslijn tussen dakloosheid, psychiatrie en criminaliteit in Suriname nagenoeg is vervaagd. Veel zwervers op straat kampen met zware psychische stoornissen of verslavingen. Wanneer zij door een gebrek aan zorg ontsporen, worden ze een veiligheidsprobleem. Het voorval in Commewijne, dat de hele samenleving vorig jaar diep schokte, had het ultieme breekpunt moeten zijn. Het was een luid alarm dat aangaf, dat de straat geen plek is voor mensen die intensieve psychiatrische begeleiding nodig hebben. Toch lijkt de wake-up call te zijn gesmoord in een kussen van ambtelijke onverschilligheid.
Internationaal zien we een trend die Suriname tot voorbeeld zou moeten dienen om deze impasse te doorbreken. In andere landen, waaronder Nederland, wordt steeds vaker gekozen voor een nauwe integratie van psychiatrische zorg binnen het justitiële apparaat. Psychiatrische afdelingen en tbs-klinieken worden tegenwoordig vaak in of nabij gevangenissen en huizen van bewaring gebouwd. Dit gebeurt niet om zorgbehoevenden te criminaliseren, maar juist om te voorkomen dat zij in volledige isolatie belanden of op straat een gevaar vormen voor zichzelf en anderen. Door deze faciliteiten fysiek en beleidsmatig aan elkaar te koppelen, kunnen expertise en beveiliging worden gedeeld, wat de zorg menselijker en de samenleving veiliger maakt. In Suriname gebeurt het tegenovergestelde. Het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting wijst naar Volksgezondheid voor de psychiatrische component, terwijl Volksgezondheid naar Justitie en Politie wijst zodra de veiligheid in het geding is. Justitie op zijn beurt, claimt geen zorginstelling te zijn. Het resultaat? De dakloze blijft letterlijk en figuurlijk in de kou staan – of in de felle, brandende zon – terwijl de ministeries de schuldvraag subtiel naar elkaar doorschuiven.
Het ontbreken van één regievoerend orgaan of functionaris wreekt zich nu in alle districten. De aanpak van dak- en thuislozen mag niet langer een bijzaak zijn die ergens onderaan een begrotingsstaatje bungelt dat nog niet eens is goedgekeurd. Er is een gecoördineerde strategie nodig waarbij zorg en veiligheid hand in hand gaan. Als we de lessen uit de psychiatrische zorg en het gevangeniswezen niet integreren, en als de begrotingsperikelen niet onmiddellijk worden opgelost, zal de tragedie van Commewijne of het recente voorval van de steekverwondingen in het gezicht van een toevallige voorbijganger, zich herhalen. En dan moet geen enkele minister meer zeggen, dat de verantwoordelijkheid bij een ander lag.
The post MINISTERIES LATEN DAKLOZEN IN DE KOU STAAN ..
- AdeKUS ontvangt kennisagenda slavernij en doorwerking..
- Misiekaba: Chikungunya-aanpak heeft niet gefaald..
- President Simons doet aftrap Moederdagproject Stichting Amo…..
- Jules Wijdenbosch-lezing brengt eerbetoon aan academische e…..
- FOLS vraagt meer waardering voor onderwijsgevenden..
- ‘Turbulent en gevaarlijk’: Scheepvaart het nieu…..
- SBF pleit voor herwaardering van arbeid als motor voor econ…..
- Rusland: ‘Schoolvervoerders moeten worden betaald’..
- AZP-operaties hervat na noodoplossing voor defect apparaat..
- BEP en NPS benadrukken positie arbeider en economische uitd…..
- Onderwijssector vraagt meer investering voor duurzame groei..
- Reeks verdachten gehoord in omvangrijk SPSB-corruptiedossie…..
- ‘Vissector kan 80 miljoen dollar per jaar opleveren’..
- ABOP: Werkers zijn de ruggengraat van Suriname..
- Olieprijzen dalen licht na nieuw Iraans voorstel voor onder…..
- Door andermans bril..
- Suriname zet in op sterkere economische banden met Marokko..
- Leergang voor bejaardentehuizen van start om zorgkwaliteit …..
- Premier Gaston Browne wint vierde termijn met belofte van e…..
- De schijn alleen al is schadelijk..
- Ophef in parlement over ‘adviseur’ van minister Monorat…..