Minister Currie: ‘De voorbereiding op 2028 begint in het onderwijs’

SEOGS 2026 trekt veel jongeren en studenten op slotdag

Tekst en beeld Kevin Headley

PARAMARIBO – Suriname moet de komende twee jaar alles op alles zetten om jongeren voor te bereiden op de start van de offshore-olieproductie in 2028. Volgens minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur begint die voorbereiding niet pas wanneer de eerste olie wordt gewonnen, maar nu al in het onderwijs. Dat zei hij vrijdag tijdens de slotdag van de Suriname Energy, Oil & Gas Summit (SEOGS) 2026, die veel studenten en jongeren naar Roeli’s Event Venue trok.

De laatste dag van SEOGS 2026 was opengesteld voor het algemene publiek en stond in het teken van duurzaamheid, milieu, innovatie en een grote carrièrebeurs. Met de Youth, Entrepreneurship and Innovation Fair kregen studenten, jonge professionals en startende ondernemers de gelegenheid kennis te maken met bedrijven en carrièremogelijkheden binnen de snelgroeiende energiesector.

Minister Currie spreekt van een succesvolle afsluiting van de conferentie. “Er was een hele goede opkomst. Het is belangrijk dat ik vandaag veel studenten heb gezien. De belangstelling onder jongeren is groot om te kijken wat de perspectieven zijn bij de ondernemers die hier aanwezig zijn en welke kansen er voor henzelf liggen.”

Volgens de minister is de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij het onderwijs cruciaal. Hij wijst erop dat Staatsolie al geruime tijd investeert in technische opleidingen, onder meer bij het Natuurtechnisch Instituut (NATIN). Daarnaast ondertekenden de overheid, Staatsolie en TotalEnergies deze week, samen met drie ministeries, een Memorandum of Understanding (MoU) om het beroepsonderwijs verder te versterken.

“Ook het bedrijfsleven moet zijn rol vervullen, omdat iedereen die wordt opgeleid uiteindelijk in het bedrijfsleven terechtkomt. Zij hebben er dus belang bij dat de opleidingen voldoen aan de kwaliteitseisen. Tegen die achtergrond is hun rol heel belangrijk binnen het onderwijs.”

De minister erkent dat Suriname voor een grote uitdaging staat om voldoende gekwalificeerd personeel op te leiden voor de groeiende olie- en gassector. Volgens hem moet daarbij niet alleen worden gekeken naar technische beroepen, maar ook naar andere sectoren die kunnen profiteren van de economische ontwikkeling.

“We moeten alles op alles zetten om onze jongeren de gelegenheid te geven zich te ontwikkelen. Daarbij moet de rigiditeit in het onderwijs verdwijnen, omdat we ook de creatieve industrie moeten stimuleren. Ook dat is een belangrijk onderdeel van local content. Entertainment, muziek, dans en creatieve expressie zullen steeds belangrijker worden naarmate meer mensen zich hier vestigen.”

Volgens Currie moeten de jaren tot 2028 intensief worden benut om Suriname voor te bereiden op de inkomsten uit de olie-industrie. Daarbij gaat het volgens hem niet alleen om het opleiden van mensen, maar ook om verstandig economisch beleid.

“We moeten goed voorbereid zijn op het moment dat de middelen het land binnenkomen. We moeten zorgvuldig bekijken hoe we omgaan met het geld dat in het Spaar- en Stabilisatiefonds terechtkomt, omdat het van belang is waarin we investeren en hoe we onze economie weerbaarder maken.”

De minister benadrukt dat de basis voor die toekomst in het onderwijs wordt gelegd. Jongeren moeten volgens hem niet alleen vakkennis opdoen, maar ook vaardigheden ontwikkelen waarmee zij zich kunnen aanpassen aan een veranderende arbeidsmarkt.

“We moeten ervoor zorgen dat jongeren zich bewust zijn van de cultuur die we willen creëren. Welke competenties zijn belangrijk om in de toekomst succesvol te zijn? Vanuit het onderwijs moeten we jongeren stimuleren zichzelf weerbaar te maken en succesvol te zijn in de toekomst.”

De bewindsman pleit daarnaast voor meer samenwerking tussen Surinaamse bedrijven, zodat zij ook internationaal kunnen concurreren. De relatief kleine thuismarkt maakt het volgens hem noodzakelijk om uiteindelijk ook de blik op het buitenland te richten.

Hij sluit af met een oproep om verder te kijken dan de olie-inkomsten alleen. “Nog belangrijker is de vraag hoe we ervoor zorgen dat, als olie en gas over misschien vijftig jaar opraken, er voldoende andere sectoren zijn waarop onze economie kan blijven draaien.”