Miljoenen voor onderzoek naar doorwerkingen slavernijverleden

AMSTERDAM — Voor het onderzoeksproject ‘Slavery past present: Dutch slavery and colonialism and their present-day impact’, is een bedrag van maar liefst ruim 3,2 miljoen euro beschikbaar gesteld. Deze subsidie wordt toegekend vanuit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). Het onderzoek wordt uitgevoerd door een groot internationaal consortium onder leiding van sociaal wetenschapper Alana Helberg-Proctor van de Universiteit van Amsterdam (UvA).

De koloniale slavernij heeft diepe sporen nagelaten in de wereldgeschiedenis. De Nederlandse slavernij en het kolonialisme werken nog altijd door in de huidige maatschappij, vooral in Suriname en Caribisch Nederland. Ondanks formele excuses van de Nederlandse regering, blijven onrechtvaardigheden bestaan en ontbreken deze grotendeels in wetenschappelijk onderzoek en in het publieke debat.

“De Nederlandse slavernij en het kolonialisme werken nog altijd door in de huidige maatschappij, vooral in Suriname en Caribisch Nederland”

Het project gaat volgens de onderzoekers een impuls geven aan wetenschappelijk en toegepast onderzoek naar onderbelichte doorwerkingen van het slavernijverleden. Het gaat om projectfinanciering binnen de NWA-Call ‘Slavernijverleden: (onderbelichte vormen van) doorwerkingen en perspectieven’. Het wordt uitgevoerd door verschillende wetenschappers van verschillende universiteiten en kennisinstellingen uit binnen- en buitenland.

Mogelijkheden voor herstel

In het NWA-project onderzoeken Helberg-Proctor, die interdisciplinair sociaal wetenschapper aan de afdeling Antropologie van de UvA is, en haar (inter)nationale collega’s de doorwerking van de slavernij en het kolonialisme. Zij verkennen mogelijkheden voor herstel vanuit de perspectieven van nazaten van tot slaaf gemaakte mensen en inheemse gemeenschappen in en uit Suriname, het Caribisch deel van het Koninkrijk, Zuid-Afrika, Indonesië en Nederland.

Academische kennisproductie over de doorwerkingen van het Nederlandse slavernij- en koloniale verleden heeft binnen de Nederlandse wetenschap verzet en tegenwerking gekend, ook binnen de UvA. Daardoor is dit onderwerp onvoldoende onderzocht. Met deze NWA-beurs kan dit geadresseerd worden en het academische kennishiaat worden gedicht.

De basis van de totstandkoming en vernieuwing van de Nationale Wetenschapsagenda ligt volgens een uitgegeven verklaring ‘bij burgers’. ‘In het NWA-programma is de verbinding van samenleving en wetenschap essentieel. Overheden, onderzoekers, maatschappelijke organisaties en burgers ontwikkelen en benutten samen kennis om tot wetenschappelijke en maatschappelijke impact te komen’. Tot slot wordt gesteld dat ‘aan de hand van wetenschapscommunicatie kennis wordt gedeeld in de samenleving om de betrokkenheid bij en het vertrouwen in wetenschap te vergroten’.