Mensenrechtenbeleid Suriname onder de loep bij Verenigde Naties

Suriname heeft op maandag 2 november, tijdens de vierde cyclus van het Universeel Periodiek Onderzoek (UPR) van de Verenigde Naties in Genève, zijn vierde nationale rapport over de mensenrechtensituatie gepresenteerd. Minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid leidde de Surinaamse delegatie en lichtte toe, welke stappen het land heeft gezet om de bescherming en bevordering van mensenrechten te versterken. Wel erkende de minister, dat er nog belangrijke uitdagingen bestaan.
Tijdens de beoordeling door de Mensenrechtenraad benadrukte Monorath, dat mensenrechtenbescherming een voortdurende verantwoordelijkheid van de staat is. Hij wees op ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, institutionele versterking, toegang tot het recht en de bescherming van kwetsbare groepen. Als voorbeelden noemde de minister de afschaffing van de doodstraf, de versterking van de rechterlijke capaciteit en maatregelen ter bestrijding van mensenhandel. Ook de verbetering van slachtofferzorg en de stappen richting de operationalisering van het Nationaal Mensenrechteninstituut en de kinderombudspersoon, kwamen aan de orde.
De Surinaamse delegatie besteedde tevens aandacht aan de bescherming van kinderen, personen met een beperking, ouderen en sociaal kwetsbare huishoudens. Ook de rechten van inheemse en tribale volken maakten deel uit van de presentatie.
Uitdagingen blijven bestaan
Monorath stelde dat de regering zich bewust is van zaken die nog moeten worden aangepakt, waaronder de verdere verbetering van detentieomstandigheden, de toegankelijkheid van onderwijs en gezondheidszorg en de bescherming van collectieve rechten. Ook de versterking van onafhankelijke mensenrechteninstellingen is volgens de minister noodzakelijk.
Tijdens de interactieve dialoog spraken verschillende landen hun waardering uit voor de vooruitgang die Suriname heeft geboekt.
De landen hebben daarnaast aanbevelingen gedaan voor verdere verbetering van de mensenrechtensituatie. Deze aanbevelingen moeten bijdragen aan het versterken van de nationale inspanningen en het nakomen van internationale verplichtingen. De minister benadrukte dat de beoordeling niet slechts moet worden beschouwd als een internationale verplichting, maar ook als een gelegenheid om kritisch te evalueren, wat is bereikt en welke stappen nog nodig zijn. Wetgeving en beleidsvoornemens moeten volgens de minister, uiteindelijk leiden tot daadwerkelijke bescherming van de rechten en waardigheid van iedere burger.
Suriname zegt de samenwerking met internationale partners, maatschappelijke organisaties en nationale instellingen te willen voortzetten om de mensenrechtenbescherming verder te versterken. Daarbij ligt de nadruk niet alleen op het vastleggen van rechten in wetgeving, maar vooral op de daadwerkelijke naleving ervan. De UPR is een periodiek beoordelingsmechanisme van de VN-Mensenrechtenraad waarbij de mensenrechtensituatie van alle 193 VN-lidstaten door andere landen wordt beoordeeld.
De vierde beoordelingsronde van Suriname vond plaats tijdens de 53ste zitting van de UPR-werkgroep. De aanbevelingen voor Suriname worden volgens de VN-planning op 13 november aanstaande behandeld voor aanneming door de werkgroep.
The post Mensenrechtenbeleid Suriname onder de loep bij Verenigde Naties ..