De berichtgeving over het vertrek van een groepje mennonieten in Suriname roept meer vragen op dan antwoorden. Nadat verschillende media afgelopen week meldden dat ruim zestig mennonieten het land zouden hebben verlaten, verscheen op sociale media opnieuw een filmpje waarop een groep mennonieten te zien zou zijn bij de aankomsthal van de Johan Adolf Pengel International Airport te Zanderij.
Zijn er mensen vertrokken, keren anderen terug of gaat het om nieuwe aankomsten? En waarom blijft de overheid zo stil over deze kwestie?
De kwestie is niet nieuw. In 2023 verklaarde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking, Albert Ramdin, dat vijftig mennonietenfamilies uit Bolivia belangstelling hadden om zich in Suriname te vestigen. Hun voornaamste interesse was de beschikbaarheid van voldoende landbouwgrond.
Ramdin verdedigde de mogelijke komst met het argument dat Suriname een immigrantenland is en open zou moeten staan voor deze groep. Daarbij verwees hij naar Belize, waar mennonieten volgens hem verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk deel van de export.
De belangstelling was overigens al eerder omgezet in een formele overheidsbeslissing. Uit een brief van het ministerie van BIBIS van 6 oktober 2022, ondertekend door Ramdin, blijkt dat toestemming was verleend aan vijftig mennonietenfamilies uit verschillende kolonies in Bolivia om naar Suriname te reizen en gedurende drie jaar in de agrarische sector werkzaam te zijn. Daarmee speelde deze kwestie al onder de regering van wijlen president Chandrikapersad Santokhi. Vijftig gezinnen kunnen, inclusief partners en kinderen, een aanzienlijk aantal personen vertegenwoordigen. De vraag is hoeveel van hen daadwerkelijk naar Suriname zijn gekomen, hoeveel zich hier hebben gevestigd en hoeveel momenteel nog in het land verblijven.
De recente berichtgeving maakt het dossier alleen maar onduidelijker.
Terwijl het vertrek van ruim zestig personen wordt gemeld, circuleren beelden van een groep mennonieten die op Zanderij zou zijn aangekomen. Betreft het dezelfde groep, zijn het terugkerende personen of gaat het om nieuwe migranten? Wie registreert hun aankomst en vertrek en welke verblijfsstatus hebben zij?
Ook de reden voor het vermeende vertrek moet worden opgehelderd. Er wordt gesproken over mogelijke overtredingen, maar wat is daarvan precies vastgesteld? Gaat het om schendingen van verblijfsvoorwaarden, problemen rond landbouwactiviteiten of andere overtredingen van wet- en regelgeving?
Hebben de autoriteiten maatregelen getroffen of hebben de betrokkenen zelf besloten te vertrekken? Zonder officiële informatie blijft het gissen.
Daarbij gaat het om meer dan een immigratiekwestie. Wanneer de overheid buitenlandse groepen toestemming geeft zich in Suriname te vestigen en landbouwgrond te benutten, moet duidelijk zijn on-der welke voorwaarden dat gebeurt.
Wie heeft de grond beschikbaar gesteld? Welke instanties hebben de vestiging goedgekeurd en wie houdt toezicht op de naleving van de afspraken, milieuregels en overige wettelijke verplichtingen? Het argument dat Suriname een immigrantenland is, ontslaat de overheid niet van haar verantwoordelijkheid om een transparant toelatings- en vestigingsbeleid te voeren. Buitenlandse agrarische investeringen kunnen bijdragen aan de economie, maar dan moeten de voorwaarden en gevolgen voor het land vooraf duidelijk zijn.
De huidige regering kan zich bovendien niet verschuilen achter besluiten van haar voorgangers. De toestemming uit 2022 is een overheidsbesluit en vraagt, ongeacht politieke wisselingen, om opvolging en controle.
De samenleving heeft recht te weten wat er met die toestemming is gebeurd en welke afspraken nog steeds van kracht zijn.
Na vier jaar is het opmerkelijk dat er nog zoveel onduidelijkheid bestaat over de omvang van de groep, hun activiteiten en hun huidige verblijfssituatie. Moet de samenleving haar informatie voortaan uit filmpjes op sociale media halen om te achterhalen wie Suriname binnenkomt of verlaat? Of worden we met tegenstrijdige berichten en gebrekkige informatievoorziening gewoon voor de gek gehouden?
De overheid heeft destijds toestemming verleend, maar moet nu ook verantwoording afleggen. Wie mensen uitnodigt om zich in Suriname te vestigen, moet kunnen uitleggen hoeveel mensen er zijn gekomen, onder welke voorwaarden zij hier verblijven en wat er uiteindelijk met de gemaakte afspraken is gebeurd.
The post MENNONIETEN IN, MENNONIETEN UIT, MAAR WIE WEET WAT ER SPEELT? ..
- VHP-fractieleden dienen drie initiatiefwetten in voor hervo…..
- Kappalani veroordeeld tot vier jaar cel; slachtoffer ontevr…..
- Column: Zonder besef, geen verbetering..
- Jap-A Joe in hoger beroep: einde benoemingstermijn betekent…..
- Commewijne groeit, maar infrastructuur blijft achter..
- Van Dijk-Silos eist vertrek Monorath na TAS-affaire: “Hij k…..
- Nieuwe loonreeks zorgpersoneel AZP bijna afgerond, uitbetal…..
- Lau vraagt ministerie alert te zijn op verkoop van dode kip…..