MALARIAVRIJ, MAAR ONVOLDOENDE SCHERP OP HIV

De officiële certificering van Suriname als malariavrij land in 2025, is zonder twijfel een historische prestatie. Het laat zien wat mogelijk is wanneer beleid consistent wordt uitgevoerd, middelen worden vrijgemaakt en verantwoordelijkheid helder wordt belegd. Juist daarom wringt de huidige aanpak van de hiv-problematiek des te meer. Terwijl malaria met discipline en volharding is teruggedrongen tot nul, vertonen de hiv-cijfers al twee jaar een zorgwekkende stijgende lijn. Dat contrast roept de vraag op: waarom wordt hiv bestuurlijk niet met dezelfde urgentie behandeld?
De minister van Volksgezondheid, Arbeid en Welzijn, André Misiekaba, erkent dat er een beleidsplan bestaat, maar stelt tegelijkertijd, dat de uitvoering daarvan onvoldoende aandacht heeft gekregen. Die constatering is opmerkelijk en problematisch. Beleid zonder uitvoering is geen beleid, maar papier. Wanneer een stijgende trend al twee jaar zichtbaar is en pas nu wordt gesproken over het ‘opnieuw op tafel leggen’ en ‘actualiseren van plannen’, dringt de vraag zich op, of de ernst van de situatie daadwerkelijk tot de politieke top is doorgedrongen. Internationale gezondheidsorganisaties zoals de PAHO en de WHO benadrukken dat hiv-bestrijding staat of valt met continue preventie, consistente voorlichting en laagdrempelige toegang tot testen. Juist op die onderdelen lijkt Suriname terrein te hebben verloren. De verwijzing naar afnemende gezondheidseducatie is veelzeggend. Voorlichting is geen luxe en geen bijzaak, maar een kerninstrument. Dat jongeren nauwelijks worden bereikt via traditionele media is geen nieuwe constatering, maar al jaren bekend. Het feit dat hier nu pas structureel op wordt gereageerd, wijst op bestuurlijke traagheid.
De vergelijking met de malaria-aanpak is pijnlijk, maar leerzaam. Daar werd ingezet op duidelijke regie, meetbare doelen, langdurige samenwerking met internationale partners en actieve betrokkenheid van gemeenschappen. Bij hiv lijkt die regie te ontbreken. Overleg met interne structuren en jongerenorganisaties is waardevol, maar vormt geen vervanging voor zichtbaar leiderschap en concrete maatregelen. Overleg mag geen eindstation worden, zeker niet wanneer de cijfers al rood kleuren.
De minister benadrukt dat hiv geen lokaal fenomeen is en dat meerdere Caribische landen met dezelfde trend kampen. Dat is feitelijk juist, maar bestuurlijk weinig geruststellend. Regionale trends ontslaan een land niet van de plicht om nationaal daadkrachtig op te treden. Integendeel, ze onderstrepen juist de noodzaak om sneller en scherper te handelen om erger te voorkomen. Ook de nadruk op toekomstige acties, gepland voor het eerste kwartaal van het nieuwe jaar, roept vragen op. Waarom nu pas? Wat is er het afgelopen jaar concreet gedaan om de stijgende lijn te doorbreken? En wie draagt bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het uitblijven van zichtbare resultaten? Suriname heeft bewezen dat het complexe gezondheidsproblemen kan aanpakken wanneer prioriteiten helder zijn en politieke wil aanwezig is. De malariacertificering bewijst dat, maar het risico is dat dit succesverhaal wordt gebruikt als decor waarachter andere problemen blijven doorsudderen. Hiv vraagt niet om goede bedoelingen of nieuwe overlegtafels, maar om urgente, meetbare en publiek verantwoorde actie. De kernvraag blijft daarom niet of er plannen bestaan, maar waarom de uitvoering ervan zo lang is blijven liggen. Zolang die vraag onbeantwoord blijft, is het moeilijk vol te houden dat de hiv-problematiek met de vereiste ernst wordt aangepakt. In een land dat malaria wist te elimineren, zou acceptatie van bestuurlijke traagheid bij hiv, geen optie mogen zijn.
The post MALARIAVRIJ, MAAR ONVOLDOENDE SCHERP OP HIV ..