Lezing werpt blik op blijvende nalatenschap Anton de Kom: ‘Hij kreeg niet de kans om al die talenten te laten zien’

“Wij slaven van Suriname is voor mij bijna als een Bijbel. Het boek laat zien hoe onze geschiedenis eruitziet vanuit ons eigen perspectief, waarin figuren als Boni, Baron en Joli Coeur niet als criminelen, maar als helden worden neergezet.” Met deze woorden benadrukt Kevin Headley van stichting Skrifi het belang van het levend houden van de nalatenschap van Anton de Kom. Diens werk inspireert Headley persoonlijk om de Surinaamse geschiedenis vanuit een eigen blik te blijven vertellen en te presenteren.

Tekst en beeld Audry Wajwakana

Stichting Skrifi, de Anton de Kom Stichting en de bibliotheek van de Anton de Kom Universiteit van Suriname organiseerden vrijdag gezamenlijk de eerste Anton de Kom-lezing in Suriname. Literatuurwetenschapper Thalia Ostendorf verzorgde de inleiding. Daarvoor ging Headley in op de totstandkoming en de bedoeling van de lezing. In Nederland wordt al jaarlijks een Anton de Kom-lezing gehouden en ook het idee voor een Surinaamse editie speelde al langer.

“Pas in 1960 werd zijn stoffelijk overschot geïdentificeerd, onder meer aan de hand van zijn gaaf gebit en een litteken op zijn schedel”

Echter, volgens hem vraagt de Surinaamse context om een eigen insteek. “Veel mensen kennen de naam Anton de Kom en weten dat hij ‘Wij slaven van Suriname’ schreef en zich inzette voor mensen die het moeilijk hadden. Maar wat betekent zijn nalatenschap vandaag?” Die vraag moest voor hem centraal staan.

Rol Carl Haarnack

Een belangrijke rol in de voorbereiding speelde wijlen Carl Haarnack (1963-2026), voormalig voorzitter van de Anton de Kom Stichting. Headley omschreef Haarnack als iemand die zijn kennis royaal deelde en initiatieven rond De Kom’s werk actief ondersteunde. Zo hielp hij Stichting Skrifi bij het realiseren van een audioversie van ‘Wij slaven van Suriname’, waarvoor toestemming van de familie en aanvullende financiering nodig was.

Ook zorgde Haarnack ervoor dat in 2025 honderd exemplaren van de hernieuwde druk van het boek naar Suriname werden gestuurd. Op 4 juli 2025 werden die boeken overhandigd aan de universiteitsbibliotheek, waarna zij verder over bibliotheken in het land werden verspreid.

Het was de bedoeling dat Haarnack zelf de eerste officiële lezing in Suriname zou inleiden, maar door gezondheidsredenen kon hij dat niet. Uiteindelijk werd Ostendorf bereid gevonden de presentatie te verzorgen. Haarnack stemde daar nog mee in, maar maakte de eerste officiële editie niet mee. Hij overleed in januari van dit jaar. Headley droeg de bijeenkomst mede aan hem op en benadrukte dat het de bedoeling is de lezing jaarlijks te organiseren.

Omvangrijk nalatenschap

Ostendorf, die sinds een jaar is betrokken bij de Anton de Kom Stichting, koos ervoor om in haar lezing de materiële nalatenschap van De Kom centraal te stellen. De literaire nalatenschap werd in 2012 door de familie geschonken aan het Literatuurmuseum in Den Haag. Via de stichting kreeg zij toegang tot het archief.

Het bleek relatief klein – in twee dozen opgeborgen – en summier beschreven. Toch bevatten ze een variëteit aan documenten: manuscripten, gedichten, correspondentie met uitgevers en familieleden in Suriname, delen van een opsporingsdossier en persoonlijke stukken zoals bibliotheek- en reiskaartjes.

Wat ontbreekt, is het originele manuscript van ‘Wij slaven van Suriname’. Ondanks intensief zoeken trof Ostendorf het niet aan. Uit correspondentie over vertalingen blijkt dat al kort na het verschijnen onduidelijk was waar het manuscript zich bevond. De brieven met de uitgever, die de wetenschapper vond, laten zien dat De Kom tot laat in het productieproces nog wijzigingen aanbracht. De uitgever beklaagde zich over extra correctiekosten en sprak hem daar nadrukkelijk op aan.

Uit dezelfde correspondentie blijkt ook dat de publicatie onder toezicht stond van de autoriteiten. Zo is er correspondentie van de uitgever over bezoeken van de recherche naar aanleiding van het boek en stelde voor voortaan persoonlijk met De Kom af te spreken in plaats van schriftelijk te corresponderen.

Filmscript

Naast het bekende boek bevat het archief minder bekende projecten. Op één van de dozen stond vermeld: ‘Tjiboe’. Het gaat om een uitgebreid filmscript, in meerdere versies uitgewerkt. De Kom schreef het helemaal uit in een schrift, met ruimte voor correcties, een inhoudsopgave en gedetailleerde beschrijvingen van personages, kleding en figuranten.

Het verhaal draait om Tjiboe, een man uit het Surinaamse binnenland die naar Nederland reist, daar een Nederlandse vrouw ontmoet en uiteindelijk terugkeert naar Suriname. Het scenario werd nooit verfilmd, maar toont volgens Ostendorf een andere kant van De Kom’s schrijverschap.

Ook zijn er handgeschreven gedichten, romans en halfromans bewaard gebleven, deels geschreven op kladpapier en achterkanten van kasboeken. Inmiddels zijn alle bekende gedichten in één uitgave gebundeld.

Daarnaast bevat het archief illustraties die worden toegeschreven aan Nola Hatterman, behorend bij Anansi-verhalen van De Kom die jaren later zijn uitgegeven. “Dat alles geeft heel erg aan dat de Kom een veelzijdige schrijver was, die eigenlijk door omstandigheden en zeker door het gouvernement en de Nederlandse overheid niet de kans heeft gekregen om al die talenten bij leven te laten zien”, concludeert Ostendorf.

Opsporingsdossier

Het meest aangrijpende onderdeel van het archief vormt het opsporingsdossier rond het overlijden van De Kom. Hij werd in Nederland gearresteerd vanwege zijn verzetsactiviteiten en gedeporteerd naar een concentratiekamp. Voor zijn gezin betekende dat aanvankelijk slechts dat hij op een dag niet thuiskwam. Pas in 1960 werd zijn stoffelijk overschot geïdentificeerd, onder meer aan de hand van zijn gaaf gebit en een litteken op zijn schedel, dat hij had overgehouden van een racistische in Nederland, waarbij stenen naar hem werden gegooid. Hij werd herbegraven op het Ereveld Loenen in Nederland.

“Wat ontbreekt, is het originele manuscript van ‘Wij slaven van Suriname’”

In het dossier bevinden zich ook documenten over de correspondentie van zijn weduwe met de Nederlandse overheid over erkenning en een weduwe-uitkering. De Kom wordt daarnaast in de publieke ruimte herdacht. In Den Haag is bij zijn voormalige woonadres een zogeheten Stolpersteine (struikelsteen) geplaatst; dat is een herdenkingssteen in het trottoir met zijn naam en levensgegevens.

Na de presentatie vrijdag ontstond er een levendige discussie. Voor Headley en de organisatoren is de lezing bedoeld om De Kom niet alleen als historische figuur te eren, maar zijn werk blijvend te bespreken en te bevragen. Headley stelde dat niet alleen een universiteit en straat de naam De Kom moeten dragen, maar ook dat zijn gedachtegoed levend moet blijven.