Kritiek op de regering, een afwijkende mening of een actieve aanwezigheid op sociale media mogen volgens VHP-assembleelid Hakiem Lalmahomed geen aanleiding zijn voor een onbeperkt onderzoek naar iemands privéleven. Hij wil voorkomen dat de uitbreiding van digitale opsporingsbevoegdheden leidt tot onnodige inbreuken op de privacy van burgers, jongeren en personen die niet van een strafbaar feit worden verdacht.
Tijdens de behandeling van de ontwerpwet voor de modernisering van het strafprocesrecht in De Nationale Assemblée (DNA) pleitte Lalmahomed voor duidelijke wettelijke grenzen, effectieve rechterlijke controle en voldoende rechtsbescherming. Volgens hem moet de overheid over de juiste instrumenten beschikken om criminaliteit te bestrijden, maar mogen nieuwe bevoegdheden niet zonder duidelijke voorwaarden worden toegepast.
De parlementariër benadrukte dat hij niet tegen de modernisering van het strafprocesrecht is. Criminaliteit ontwikkelt zich voortdurend en belangrijk bewijsmateriaal bevindt zich steeds vaker op mobiele telefoons, computers, servers en digitale communicatieplatformen. Ook Suriname moet volgens hem over wettelijke mogelijkheden beschikken om dergelijke gegevens bij strafrechtelijke onderzoeken te gebruiken.
Ook gegevens van onschuldige burgers kunnen worden onderzocht
Lalmahomed vraagt bijzondere aandacht voor burgers die zelf niet worden verdacht, maar van wie persoonlijke gegevens tijdens een digitaal onderzoek kunnen worden verzameld. Hij noemde als voorbeeld ondernemers die bedrijfsgegevens en privéberichten op dezelfde laptop bewaren, werknemers die toegang hebben tot bedrijfsservers en gezinnen die gezamenlijk digitale apparaten gebruiken.
Volgens hem moet duidelijk zijn welke gegevens opsporingsdiensten mogen onderzoeken, welke informatie mag worden vastgelegd en welke rechten betrokkenen hebben. Ook wil hij weten of burgers achteraf worden geïnformeerd wanneer hun gegevens zijn onderzocht en welke mogelijkheden zij hebben om onrechtmatige ingrepen aan te vechten of onnodig bewaarde informatie te laten verwijderen.
De parlementariër vindt dat rechtsbescherming niet alleen bereikbaar mag zijn voor mensen die voldoende geld hebben om juridische bijstand te betalen.
Bijzondere bescherming voor jongeren
De VHP-parlementariër maakt zich ook zorgen over de gevolgen van digitale opsporing voor jongeren. Hun sociale contacten, opleiding, foto’s en communicatie spelen zich voor een belangrijk deel online af.
Een mobiele telefoon bevat daardoor veel persoonlijke informatie die volgens Lalmahomed niet zonder duidelijke wettelijke grondslag mag worden onderzocht. Hij benadrukte dat jongeren niet buiten het bereik van de strafwet vallen. De overheid moet kunnen optreden tegen cyberpesten, bedreiging, afpersing, digitale fraude en het ongeoorloofd verspreiden van persoonlijke beelden.
Ook wanneer jongeren zelf strafbare feiten plegen, moet de overheid kunnen ingrijpen.
Volgens Lalmahomed moet echter onderscheid worden gemaakt tussen het onderzoeken van een strafbaar feit en het onnodig blootleggen van het privéleven van jongeren.
Een onderzoek naar één verdachte mag volgens hem niet automatisch leiden tot een onbeperkt onderzoek naar de gegevens van schoolgenoten, familieleden en vrienden. Hij wil daarom van de regering weten welke bijzondere waarborgen gelden wanneer minderjarigen zelf verdachte zijn of wanneer hun gegevens indirect bij een strafrechtelijk onderzoek worden betrokken.
Rechterlijke controle en bescherming van digitale gegevens
Lalmahomed vindt dat duidelijk moet worden vastgesteld wanneer voorafgaande toestemming van een rechter nodig is voor een digitaal onderzoek dat inbreuk maakt op de privacy.
Ook moet volgens hem worden gecontroleerd of opsporingsdiensten binnen de grenzen van die toestemming blijven.
Daarnaast vraagt hij aandacht voor de manier waarop digitale gegevens worden beveiligd, bewaard, hergebruikt en vernietigd. De betrouwbaarheid van digitaal bewijsmateriaal moet volgens de parlementariër eveneens worden gewaarborgd. Daarbij moet de verdediging voldoende mogelijkheden krijgen om de authenticiteit en integriteit van het bewijs te controleren.
Zes vragen aan de regering
Tijdens de behandeling legde Lalmahomed de regering zes belangrijke vraagstukken voor. Hij wil duidelijkheid over de grenzen van digitale opsporing, de voorwaarden voor rechterlijke machtiging en de bescherming van gegevens.
Daarnaast vraagt hij welke personele, technische en financiële middelen beschikbaar zijn om de nieuwe bevoegdheden deskundig en veilig uit te voeren. Volgens hem is het onvoldoende wanneer de regering alleen verwijst naar toekomstige trainingen of beschikbare middelen. Hij verwacht concrete informatie over de planning, verantwoordelijkheden en financiering.
Ook wil hij weten welke rechtsmiddelen beschikbaar zijn voor burgers en minderjarigen die door digitaal onderzoek worden geraakt. Verder stelt hij voor om de toepassing van de nieuwe bevoegdheden periodiek te evalueren, bijvoorbeeld na twee jaar.
DNA zou dan kunnen beoordelen hoe vaak de bevoegdheden zijn gebruikt, welke onregelmatigheden zijn vastgesteld en of de wettelijke waarborgen in de praktijk voldoende bescherming bieden.
Jongeren moeten hun digitale rechten kennen
Naast wettelijke bescherming vindt Lalmahomed dat jongeren beter moeten worden geïnformeerd over hun rechten. Zij moeten volgens hem weten wat hun rechten zijn wanneer hun mobiele telefoon in beslag wordt genomen, hun gegevens worden onderzocht of zij als getuige of verdachte worden gehoord.
De regering zou hiervoor kunnen samenwerken met onderwijsinstellingen, juridische beroepsgroepen en maatschappelijke organisaties. Volgens Lalmahomed kan deze voorlichting worden opgenomen in bestaande activiteiten, zodat niet noodzakelijk een afzonderlijk en kostbaar programma hoeft te worden opgezet.
Modernisering mag grondrechten niet aantasten
Lalmahomed benadrukte dat hij bereid is mee te werken aan wetgeving die de opsporing versterkt, mits daar duidelijke bevoegdheidsgrenzen, effectieve controle en betrouwbare bewijsvoering tegenover staan. Volgens hem hebben slachtoffers recht op serieus onderzoek en moet de samenleving tegen criminaliteit worden beschermd.
Tegelijkertijd moeten ondernemers erop kunnen vertrouwen dat hun bedrijfsgegevens niet zonder wettelijke grondslag worden onderzocht en moeten gezinnen en jongeren worden beschermd tegen onrechtmatig overheidsoptreden. Hij wil daarom dat de regering de gestelde vragen concreet beantwoordt, met voldoende juridische, organisatorische en financiële onderbouwing.
“Een sterke rechtsstaat wordt niet gemeten aan de hoeveelheid macht die de overheid bezit, maar aan de wijze waarop zij die macht gebruikt en begrensd”, stelde Lalmahomed.
The post Lalmahomed: kritiek op regering mag geen aanleiding zijn voor digitaal onderzoek appeared first on Suriname suriname.
- Wendy Jap-A-Joe niet langer bevoegd als directeur van TAS..
- Strijd om Amerikaanse Senaat verhardt: vier zetels kunnen m…..
- Abop installeert speciaal managementteam voor landelijke we…..
- Minister Currie wil leerlingen met taalachterstand eerst Ne…..
- 175 AZP-verpleegkundigen krijgen gespecialiseerde training …..
- Hoge temperaturen en kans op verspreide buien..
- Meer dan kwart Surinaamse Amsterdammers kampt met discrimin…..
- Colombia: 14 doden bij instorting illegale goudmijn..
- Simons wil dat Nederland meebetaalt aan opleiding Surinaams…..
- Sekteleider in Kenia schuldig aan uithongering van 190 kind…..
- APSS wacht nog steeds op laboratoriumresultaten onderzoek n…..
- Dr. Mantelaers: ‘Accountant van de toekomst is hoeder van v…..
- Baby dood aangetroffen in auto te Livorno..
- Nieuwe film van Vijay Deverakonda begint teleurstellend..
- Man vindt steen en ontdekt 3.300 jaar oude Egyptische schat..
- Janhvi Kapoor begint opnamen van nieuwe thriller..
- Saif Ali Khan onthult vreemde gewoonte van Kareena..
- ‘Fri Fri Suriname’ valt in de prijzen bij Cinekid Awards..
- Vrouw in onderarm geschoten bij poging tot beroving te Lato…..
- Column: De strijd om de macht begint bij de partijstructure…..
- CELOS-directeur kondigt actie aan na meldingen van ontbossi…..