Lachwekkend

MONSIEUR JEANETTE / Christio Wijnhard

Om mijn gezondheid te beschermen, kijk ik niet meer zo vaak naar de live uitzendingen van de vergaderingen van De Nationale Assemblee. Niet alleen vanwege het gedrag van sommige assembleeleden, maar ook omdat ik het verschrikkelijk vind het taalniveau aan te horen. Het is een pijnlijke indicator dat niet alle mensen die daar zitten de juiste scholingsachtergrond hebben. De filmpjes van personen die moeite hebben moeilijke woorden uit te spreken, hebben vaak genoeg gewerkt op onze lachspieren. Plaatsvervangende schaamte is ons ook niet vreemd.

De taalverloedering is een feit. In meerdere projecten werd ik geconfronteerd met het schrikbarende taalniveau. Ik heb me laten vertellen dat de impact van de Covid-periode een grote rol speelt. Weinig tot geen onderwijs was er in die periode. Het onderwijs, dat al vele kanttekeningen had vanwege de resultaten, werd er dus niet beter op. Nu zien we ook dat rare, foutieve zinsconstructies en samenvoegingen een feit zijn geworden. Het klinkt zo lelijk wanneer mensen zeggen ‘De DC is gevraagd geworden om blablabla’. Gevraagd geworden. Waar kwam dat geworden vandaan?

In mijn hoofd is het een foutieve Google-vertaling die erin is geslopen. Want niet alles van het internet is honderd procent correct. De spellingscontrole stelt mij net ook voor om ‘ik vindt’ te gebruiken. Zonder enige kennis had ik waarschijnlijk de suggestie overgenomen. Met de komst van kunstmatige intelligentie, vaak afgekort als AI, is het nog belangrijker om de juiste kennis te hebben. Hoewel er al veel verbeterd is, blijft het nog steeds zo dat men een bepaalde mate van kennis moet hebben. AI is afgeleid van ons als mens. Wij voeden het op dit moment met kennis, zodat het ons in de toekomst op correcte wijze kan helpen. Wat wij erin stoppen, zal er dus later weer uitkomen. Zijn we nu een slang aan het kweken? Die later onze taal-aboma wordt? Wat een horror.

Er zijn meerdere oorzaken van ons taalprobleem. Bijvoorbeeld de reden waarom men tegenwoordig in het onderwijs gaat. Het gaat om geld. Niet om de passie een generatie te produceren die door een goed niveau een waardiger bijdrage kan leveren aan de samenleving. Leerkrachten gaan ook naar andere sectoren omdat ze daar beter betaald worden. Soms wordt het de hoofdbaan. Soms een bijbaan. In het ene geval zijn we een leerkracht kwijt. In het andere geval hebben we een leerkracht die zijn of haar krachten moet verdelen, wat geen positief effect heeft op het overbrengen van kennis.

Afgelopen week hoorde ik dat we ons onderwijs willen transformeren. Zodanig zelfs dat men in ons land zou willen (komen) studeren. Gelijk brak ik mijn hoofd. Wij willen zoveel, maar missen zoveel. We willen mensen naar ons land trekken, terwijl we niet eens onze infrastructuur op orde hebben. We hebben nog steeds digibeten. We hebben nog steeds financiële exclusie. We hebben nog steeds gebrek aan goed drinkwater in sommige gebieden. We staan onderaan de lijst en ambiëren de top. Wat niet verkeerd is. Echter, ambiëren wij in één keer een grote sprong, terwijl we stap voor stap zouden moeten werken. Dat brengt ons bij het volgende probleem. De wereld wacht niet op ons. Tenzij we een inhaalslag maken, zullen we lange tijd achter blijven lopen. Een inhaalslag wil niet zeggen dat we stappen moeten overslaan. We moeten het anders aanpakken. Een manier is elkaar wijzen op de fouten in onze manier van spreken. Dat gebeurt nu ook in de assemblee. Dat is goed. Jammer dat de personen die verbetering van hun taalniveau hard nodig hebben, de meeste weerstand bieden. Komende tijd zie ik dus weer wat mooie lachwekkende spraakverwarringen tegemoet.-.

christiowijnhard@gmail.com