Klimaatverandering vormt ernstige bedreiging voor Surinaams erfgoed

‘Calamiteitenplan geen keuze meer, maar noodzaak’

Terwijl Suriname worstelt met de zichtbare gevolgen van klimaatverandering – hevige regenbuien, periodes van droogte en kusterosie – waarschuwen deskundigen voor een stille, sluipende ramp. Het verlies van het nationaal erfgoed. Tijdens de thema-avond van het Nationaal Archief Suriname afgelopen vrijdag klonken de urgente pleidooien van archeoloog Andrea Richards en nationaal archivaris Rita Tjien Fooh als een noodkreet. “Omdat klimaatverandering een reële bedreiging vormt voor ons erfgoed, is het opstellen van een calamiteitenplan geen keuze meer, maar noodzaak voor bescherming en behoud van erfgoed en identiteit”, benadrukte Tjien Fooh.

Tekst en beeld Audry Wajwakana

Gevolg klimaatsruk

De overstroming in Brokopondo in 2023, veroorzaakt door noodlozingen van de Afobakastuwdam, die bijna vol raakte vanwege extreme regens in het binnenland, leidde tot omvangrijk verlies. Het feit dat bewoners van Brokopondo aangaven ‘veel verloren te hebben’ zonder dit te kunnen specificeren, is voor erfgoedkenner Johan Roozer een teken aan de wand. Deze situatie laat volgens hem zien, hoe kwetsbaar erfgoed is zonder documentatie en bescherming. Het toont aan dat erfgoedbescherming – vooral op districtsniveau – vaak achterblijft. “Wat niet gedocumenteerd en gewaardeerd wordt is verloren gegaan met het water”, zegt hij. Roozer vindt daarom dat de oproep van Tjien Fooh niet aan dovemans oren gezegd moet zijn, zodat zij die verantwoordelijkheid dragen om dat structureel goed te regelen, die verantwoordelijkheid ook nemen.

In het kader van het geïntegreerde rampen risicobeheersplan voor Jodensavanna waaraan Richards samen met PIU-Purp werkt, is ze een week in Suriname. Richards, geboren op Jamaica en woonachtig op Barbados, kwam twaalf jaar geleden voor het eerst naar ons land voor een project over natuurrampen en immaterieel erfgoed, en de invloed daarvan op overdracht en bescherming. “Erfgoed is niet louter een esthetische of toeristische aangelegenheid. Het is kennis, geheugen en veerkracht, het verdwijnt waar klimaatdruk toeneemt”, benadrukt ze. In haar presentatie schetste Richards concrete voorbeelden hoe water en erosie fysieke sporen van het verleden uitwissen op de Caribische eilanden. Zo verdwijnen precolumbiaanse vindplaatsen en begraafplaatsen letterlijk in zee, fortificaties brokkelen af en kustlijnen trekken terug. Ze verwees naar voorbeelden uit de regio (Brighton Beach, Tariku Island, Nelson’s Dockyard) waar gemeenschappen en archeologen noodmaatregelen moeten nemen om materiële cultuur te redden. “We kunnen het niet laten zoals het is en hopen dat alles goed komt”, stelde ze. Die waarschuwing onderstreept de urgentie van proactief handelen.

‘Niet-economische verliezen’

Maar het verlies is niet alleen tastbaar. Richards benadrukte hoe klimaatverandering ook immaterieel erfgoed als rituelen, seizoenkalenders, kennis over riviernavigatie en landbouwtechnieken die generaties lang zijn doorgegeven, aantast. Verplaatsing, migratie en het uiteenvallen van gemeenschappen ondermijnen de overdracht van die kennis. Ze noemde als voorbeeld Galibi waar cassavewortels kleiner worden door verzadigde gronden en verzilting — een directe bedreiging voor voedselzekerheid en tradities rond voedselproductie. “Erfgoed is dus niet alleen wat we kunnen aanraken, het is wat ons ook raakt”, zegt ze. Richards maakte ook duidelijk dat rampenresponse vaak prioriteit geeft aan direct levensreddende hulp, waardoor cultuur naar de achtergrond verdwijnt. “Een ‘later’ dat vaak nooit komt.” Zo noemde ze schrijnende voorbeelden waarin wederopbouw voorbijging aan cultuurpraktijken. Na een ramp werden huizen gebouwd zonder rekening te houden met lokale woonvormen, waardoor gemeenschapsstructuren en sociale gewoonten werden verstoord. Dat leidt tot wat zij ‘niet-economische verliezen’ noemt. Verlies van identiteit, verbondenheid en continuïteit. Zaken die zich niet eenvoudig in geld laten uitdrukken.

Breed draagvlak zoeken

Tegelijk riep Richards op om erfgoed niet enkel als kwetsbaar, maar ook als hulpbron te zien. Archeologie en traditionele kennissystemen bieden praktische aanwijzingen voor aanpassing: van vroegere bouwwijzen en paalfunderingen tot lokale technieken om zoet water te bewaren. In St. Kitts werden archeologische data gekoppeld aan levensonderhoud en gebruikt om beleidsinstrumenten te ontwikkelen. Richards beveelt een vergelijkbaar model aan voor Suriname, waarbij vindplaatsen en culturele kennis worden gekoppeld aan beleids- en beschermingsmaatregelen, zodat zowel erfgoed als gemeenschapsinkomens worden beschermd. Een terugkerend pleidooi in haar toespraak was het belang van kartering en het opnemen van cultuur in rampenrisicobeheer: het in kaart brengen van locaties, risico’s en levende kennis, en het betrekken van gemeenschappen en jongeren bij dat proces. De inleider wees erop dat dit geen dure ingreep hoeft te zijn, maar dat nalatigheid later veel hogere kosten en onherstelbaar verlies veroorzaakt. Ze illustreerde dit met een voorbeeld uit Dominica na orkaan Maria in 2017. Door een gebrek aan ijs konden traditionele uitvaartrituelen met nachtwaken niet meer plaatsvinden; doden werden snel begraven. “Veel gemeenschappen zijn daarna nooit meer teruggekeerd naar die oude rituelen. Dat is het subtiele verlies: het lied blijft, maar de plek om het te zingen bestaat niet meer”, zegt ze.

‘Erfgoed is niet louter een esthetische of toeristische aangelegenheid. Het is kennis, geheugen en veerkracht, het verdwijnt waar klimaatdruk toeneemt.’ – Andrea Richards

In Suriname zijn het de rivieren die het ritme van het leven van marron- en inheemse gemeenschappen bepalen en de geschiedenis vertellen. Uit haar gesprekken met marronbewoners blijkt een diepgevoelde verandering: “De rivier stijgt nog zoals vroeger, maar niet meer op dezelfde tijd of op dezelfde manier.” Deze ogenschijnlijk eenvoudige observatie vat twee crises samen: klimaatverandering en erfgoedverlies. Richards benadrukt dat deze kennis niet in officiële rapporten staat, maar leeft in het geheugen en de ervaring van mensen. “Het laat zien dat de wereld sneller verandert dan culturele tradities zich kunnen aanpassen. Wanneer dit levende geheugen verloren gaat – door migratie, gedwongen verplaatsing of overstromingen – verliezen we niet alleen land. We verliezen ons kompas: het begrip van onze natuurlijke omgeving, van onszelf en van de onderlinge verbondenheid die ons definieert”, zegt ze. Erfgoed spreekt al generaties lang. Het klimaat is altijd in beweging. “Maar wat nu ongekend is, is de snelheid. De vraag is: luisteren we nog?”

Wat verloren gaat

Suriname deelt zijn water, bossen, kwetsbaarheden en voorouders met de Caribische eilanden en de Guyana’s. Overstromingswater stopt niet bij een grens; erfgoedverlies wordt overal gevoeld, ook al manifesteert het zich verschillend. In Suriname uit dit verlies zich op twee manieren. Het tastbare erfgoed staat onder directe fysieke druk. Archeologische vindplaatsen langs rivieren en fundamenten van voorouderlijke gemeenschappen kalven af door erosie en veranderende waterlopen. Het unieke houten erfgoed van Paramaribo wordt bedreigd door een nieuw klimaatregime: langdurige vochtigheid, hogere temperaturen en extreme regenval versnellen het verval door schimmels en insecten. Ook archieven en museale collecties zijn kwetsbaar; eenmaal aangetast door water of hitte is historisch bewijs onherstelbaar verloren.

In Suriname zijn het de rivieren die het ritme van het leven van marron- en inheemse gemeenschappen bepalen en de geschiedenis vertellen.

Even acuut is de dreiging voor het immateriële erfgoed: kennis die is opgeslagen in verhalen, rituelen en ambachten – de kunst van het navigeren op rivieren, het lezen van seizoensignalen in het bos (door de binnenlandbewoners…red.), het bouwen met lokale materialen. “Wanneer deze stille dialoog tussen mens en omgeving wordt verbroken, verliezen we niet alleen tradities, maar ook het adaptieve vermogen dat daarin besloten ligt.” De uitdaging voor Suriname is volgens Richards om dit tweevoudige erfgoed niet langer te zien als een slachtoffer dat beschermd moet worden, maar als een essentiële bron van wijsheid voor het vormgeven van een veerkrachtige toekomst.-.

Tjien Fooh kondigde een nieuwe gezamenlijke cursus voor erfgoedinstellingen en een mappingtraining om instellingen, collecties, locaties en hun status systematisch in kaart te brengen. Dit zal het Nationaal Archief Suriname doen in samenwerking met het Cultural Heritage Monitoring Lab van het Virginia Museum of Natural History. Zij roept erfgoedorganisaties, instellingen en gemeenschappen op om samen te werken en middelen te mobiliseren om dit proces opnieuw op gang te brengen.