‘Kleinkinderen kunnen stilte slavernijverleden doorbreken’

UTRECHT — Surinaamse gemeenschappen spelen een sleutelrol in baanbrekend nieuw Nederlands onderzoek naar de doorwerking van het koloniale verleden. Kleinkinderen en latere generaties nazaten in Suriname en de diaspora bezitten de veerkracht om het diepe zwijgen rondom het slavernij- en contractarbeidsverleden definitief te doorbreken. Dit stelde historicus Esther Captain vorige week tijdens haar oratie aan de Universiteit Utrecht, waar zij de leerstoel ‘Intergenerationele impact van slavernij- en koloniale geschiedenis’ bekleedt. Haar rede, ‘Breuken en schakels’, trok online veel Surinaamse kijkers en legt een direct fundament voor diepgaand onderzoek in Suriname.

Uit historisch onderzoek blijkt dat de eerste generatie die trauma’s overleefde vaak zweeg om kinderen te beschermen. De tweede generatie hield hierdoor veelal afstand. Juist bij de kleinkinderen – de derde generatie – ontstaat nu een sterke behoefte om de geschiedenis van hun grootouders te ontrafelen.

“Captain benadrukt dat het Surinaamse verhaal niet alleen over trauma gaat, maar vooral over overgedragen veerkracht”

Verlies van taal en cultuur

Captain onderzoekt dit patroon nadrukkelijk binnen de Surinaamse context. Dit geldt voor nazaten van tot slaafgemaakten, marrons én families van contractarbeiders en voormalige plantagehouders. In Suriname wordt specifiek gekeken naar de doorwerking van gedwongen uithuisplaatsingen en het verlies van taal en cultuur, de assimilatiepolitiek die na de afschaffing van de slavernij werd gericht op Afro-Surinaamse Nederlanders én het staatstoezicht (1863-1873) en de zware contractarbeid.

Het onderzoek kijkt over grenzen heen en verbindt Suriname rechtstreeks met Indonesië, het Caribisch Gebied en Zuid-Afrika. Historische figuren, onder wie gouverneur Johannes Kielstra, tonen deze verwevenheid. Hij probeerde destijds een Aziatisch bestuursmodel in Suriname te introduceren voor Javanen en Hindostanen.

Binnen dit kader lopen er al concrete Surinaamse projecten onder de vlag van de leerstoel. Zo onderzoekt orthopedagoog Manon Sanches de mentale gezondheid in Suriname en brengt zij in kaart hoe de psychische en fysieke effecten van het slavernijverleden doorwerken op huidige generaties.

Antropoloog Jonathan Tjien Fooh start een promotieonderzoek naar Surinaamse locaties waar de geschiedenissen van inheemse bewoners, Afrikanen, Javanen, Hindostanen, marrons en Chinezen samenkomen. Hij focust op ecologische en spirituele wonden én het herstel daarvan.

Historisch letsel transformeren

Captain benadrukt dat het Surinaamse verhaal niet alleen over trauma gaat, maar vooral over overgedragen veerkracht. Als krachtig voorbeeld noemt zij de Surinaamse marroncultuur. In het recent verschenen boek ‘Apinti. De sprekende drum van de marrons’ beschrijft de familie Mosis hoe opeenvolgende generaties via de drum de ziel van hun West-Afrikaanse voorouders hebben behouden. De gecodeerde ritmes fungeerden destijds als puur verzet en communicatiemiddel.

De leerstoel van Captain, die nauw samenwerkt met de Anton de Kom Universiteit, wil historisch letsel transformeren naar hedendaagse bewustwording. Door de stemmen van de jongste generaties Surinamers te laten spreken, kunnen de historische breuken eindelijk worden omgesmeed tot verbindende schakels voor herstel.