Kibri

MONSIEUR JEANETTE / Christio Wijnhard

Veel zaken in ons land verdragen het daglicht niet. Dat is een obstakel op ons pad naar een beter Suriname. Dit omdat het ons beperkt om zaken efficiënt en grondig aan te pakken. De eerste en meest desastreuze vorm van iets wat we kibri is de corruptie. We willen het niet zien. Maar het staat echt onze ontwikkeling in de weg. Dit omdat de middelen die beschikbaar en nodig zijn niet daar komen waar de nood het hoogst is.

Ons kibri-gedrag hebben we zelf in de hand gewerkt. We houden het ook in stand. Dus eigenlijk zijn wij het grootste obstakel in de ontwikkeling en vooruitgang van alle Surinamers. De meest simpele zaken plaatsen wij in de taboesfeer. Seks bijvoorbeeld.

“Maar inmiddels weet ik dat mensen harde keuzes maken omdat ze denken dat ze helpen. Vaak zijn ze gewoon harteloos”

Veel aspecten van onze seksuele beleving bespreken we niet. Of we veroordelen en stigmatiseren mensen omdat ze een invulling geven die niet strookt met de onze. Dat maakt dat we niet alle groepen bereiken. Deze groepen komen niet terecht in onze data waardoor onze aanpak inadequaat is.

Voorbeelden? Kijk maar naar tienerzwangerschappen. De aanpak van HIV, met name onder mannen die seks hebben met mannen. Onze aanpak leidt ertoe dat het aantal slachtoffers stijgt. We houden mensen bewust in onwetendheid waardoor er een gat ontstaat. Dat gat wordt ingevuld door kwakzalvers en profiteurs.

Een ander voorbeeld zijn de dak- en thuislozen. We kijken slechts naar hen die wij ervaren als een doorn in het oog. Daarom willen we er iets aan doen. Hun aanzicht stoort ons. Onze motivatie is dus niet om dakloosheid aan te pakken. We willen de effecten ervan aanpakken en dan met name de visuele effecten. Daarom stoppen we die mensen het liefst weg. Ons probleem is dan opgelost. Hun probleem niet.

Ook hier zien we dus een stuk wat kan vallen onder kibri. Verborgen dakloosheid noem ik het. Zo vertelde een taxichauffeur mij laatst dat hij zelf ook tijdelijk dakloos was. Hij had zich door die periode heen geslagen door te slapen in zijn auto. Daarnaast had hij wel bepaalde diensten tot zijn beschikking zoals een bankrekening zodat hij wel financieel inclusief was.

Hij wees mij erop dat het een veel voorkomend probleem was dat weinig werd besproken. Uit schaamte. Angst voor stigmatisering. Er is volgens hem een groep mannen die geen huis heeft. Ze slapen in hun auto. Vaak op parkeerterreinen omdat daar bewaking is. Douchen en eten konden sommigen nog wel bij hun voormalige gezinnen. Dat was de enige opvang die zij konden krijgen. Hard om aan te horen.

Maar inmiddels weet ik dat mensen harde keuzes maken omdat ze denken dat ze helpen. Vaak zijn ze gewoon harteloos. We hebben ook gewoon mensen die op straat slapen terwijl ze werk hebben. Echter, het loon voorziet niet in de basisbehoeften. Of ze kunnen met hun loon een woning huren die groot genoeg is voor hun gezin waardoor zij zichzelf opofferen.

Wat we ook hebben zijn te grote gezinnen in te kleine huizen. Laatst las ik over jongeren die om de beurt in huis moeten slapen. Ook dat vind ik een vorm van dakloosheid! We sluiten onze ogen voor deze verborgen slachtoffers in onze samenleving. Yes, dubbelop. Ze verbergen zich en we sluiten onze ogen ervoor. Terwijl het makkelijk op te lossen is met bijvoorbeeld goedkope huisvesting.

We bouwen veel nu. Allemaal voor olie en gas. Want daar zit het geld in. Dat wil dus zeggen dat we nu al zien dat de opbrengsten uit olie en gas ook niet daar zullen gaan waar ze het hardst nodig zijn.

christiowijnhard@gmail.com