‘We moeten naar de mensen toe’
Tekst en beeld Audry Wajwakana
“Het gaat er niet om wat je doet, maar dat je er voor elkaar bent.” Met die woorden vat bisschop Karel Choennie (67) zijn visie op mens en kerk samen. Hij stelt dat mensen zich steeds meer op materiële doelen richten, terwijl samenleven, tijd maken voor elkaar en aandacht voor kinderen, bronnen van duurzaam geluk, naar de achtergrond verdwijnen. In lijn met het leiderschapsmodel van paus Franciscus, waarin solidariteit centraal staat, wil Choennie die visie ook in de toekomst sterker verankeren binnen de Rooms-Katholieke (RK) kerk in Suriname. Daarbij staan drie kernbegrippen centraal: gemeenschap (communio), participatie en missie.
Vroeger was leiderschap top-down binnen de RK-kerk. Nu draait het om communio: er zijn voor elkaar. “Iedereen moet daarin participeren, en we hebben een blijvende missie om het evangelie te verkondigen. Te vaak wachten we af wie naar de kerk komt, terwijl het naar de mensen toe gaan uit onze kerk is verdwenen. We moeten durven naar mensen toe te gaan en iedereen met zijn talenten betrekken”, zegt de geestelijke.
“Volgens hem gebeurt verzoening in de praktijk al, onder meer doordat politieke partijen als de NPS en de NDP samenwerken”
Op zaterdag 24 januari was het tien jaar geleden dat Choennie werd ingewijd als vierde opeenvolgende bisschop vanaf 1958 van het Bisdom Paramaribo. Het jubileum werd herdacht in een dienst in de Kathedrale Basiliek, waar hij zelf is voorgegaan. Van een groot(s) feest was geen sprake; de herdenking had een bescheiden karakter.
In gesprek met de Ware Tijd licht de bisschop toe dat die ingetogen viering een bewuste keuze is geweest. “In augustus vorig jaar was ik veertig jaar priester en dat hebben we iets groter gevierd. Om zo kort daarop opnieuw een feest te houden…., nee. Daarom is het zaterdag heel bescheiden gebleven in de Kathedrale Basiliek.”
Choennie werd op 26-jarige leeftijd tot priester gewijd. Zijn motivatie voor het priesterschap omschrijft hij als een roeping. “Het is net als verliefd worden op iemand. Je weet op een gegeven moment: zij of hij is het. Zo weet je ook: je bent geroepen om priester te worden.” Over zijn rol als bisschop zegt de geestelijk leider dat hij in de eerste plaats herder is voor priesters en gelovigen, maar ook bestuurder en manager. Hij geeft leiding aan priesters, instituten en een netwerk van 52 stichtingen en het onderhouden van relaties met onder meer het ziekenhuis, bejaardentehuizen en scholen. Bij dit laatste gaat het om twintigduizend leerlingen en meer dan tweeduizend leerkrachten. Daarbij wordt hij ondersteund door adviesraden.
Verzoening
Terugblikkend op zijn tien jaar als bisschop noemt Choennie het verzoeningsproces rond het 8 decembergebeuren een van de meest belangrijke thema’s. “Toen ik bisschop werd, was Desi Bouterse nog president. Kort na mijn bisschopswijding heb ik met hem gesproken. We hebben twee gesprekken gehad en we wilden een verzoeningstraject inzetten.” Er waren serieuze stappen gezet en gesprekken gevoerd over de manier waarop dit inhoud moest krijgen, waaronder het respecteren van mensenrechten, het erkennen van het leed van nabestaanden en het afleggen van schuldbekentenis.
Het traject zou samengaan met het rechtsproces, zonder dat dit werd doorkruist. Uiteindelijk bleef het echter bij de veroordeling. Choennie benadrukt dat het verzoeningsproces niet is afgesloten. Dat Bouterse inmiddels is overleden, verandert volgens hem daar niets aan. “Er zitten anderen nog in de gevangenis. Daar is een gratieverzoek voor geweest.” Hij wijst erop dat de betrokkenen dat verzoek niet hebben ondertekend en dat het debat over verzoening niet eindeloos kan worden uitgesteld. “We kunnen het voor ons blijven schuiven, maar op een gegeven moment moet de volgende generatie of de generatie daarna het toch doen.”
Volgens Choennie vereist verzoening bereidheid van zowel daders als nabestaanden. Niet alle nabestaanden zijn daartoe bereid. “Toch moet het gebeuren, anders blijft het een open einde”, stelt hij. Hij vergelijkt het met het slavernijverleden dat na zoveel jaren toch een ritueel moest plaatsvinden met de Nederlandse koning. “Alles gaat voorbij behalve het verleden. Op een gegeven moment moet je ermee omgaan. Misschien is nu niet de tijd, maar het moment zal komen”, verwijst hij naar de verzoening. Op de vraag of het verzoeningsproces misschien nog te jong of te vers is, blijft Choennie aarzelend. Volgens hem gebeurt verzoening in de praktijk al, onder meer doordat politieke partijen als de NPS en de NDP samenwerken.
De bisschop trekt een parallel met de coronapandemie. Volgens hem heeft de samenleving weinig geleerd van die periode. “Na corona is men teruggegaan naar het normale, naar het jachtige leven. De levensstijl is niet veranderd, terwijl we tijdens corona echt voelden hoe kwetsbaar het leven is en hoe belangrijk relaties zijn.” Wat volgens hem wél is blijven hangen, is het besef dat moderne media steeds belangrijker worden. “Als de kerk niet meegaat met moderne media, zullen we binnen tien tot twintig jaar totaal irrelevant zijn”, waarschuwt hij.
De leegloop van kerken is volgens Choennie een reëel probleem. Na de coronaperiode kostte het veel moeite om mensen terug naar de kerk te krijgen. Tegelijkertijd wijst hij op de risico’s van moderne media, zoals oppervlakkigheid en nep nieuws. “Maar we moeten het leren beheersen. Iedereen leeft met zijn mobiel. Als je als kerk daar niet op inspeelt, kun je je boodschap niet meer verkondigen.”
“De bisschop noemt onder meer de gebeurtenissen in Pikin Saron, waarbij volgens hem het rechtsproces geen recht doet aan wat er is gebeurd en levens verloren zijn gegaan“
Buitenlandse ondersteuning
De bisschop wijst ook op het groeiende tekort aan priesters. Het bisdom is steeds afhankelijker van missionarissen uit Afrika, India en Indonesië, terwijl uit Europa nauwelijks nog roepingen komen. Dat is volgens hem geen wereldwijd verschijnsel. De kerk groeit immers in Afrika, Vietnam en Zuidoost-Azië, maar in Europa en ook in Amerika daalt de belangstelling voor het priesterschap. Die afhankelijkheid van buitenlandse priesters brengt praktische problemen met zich mee. Een van de grote obstakels is de taalbarrière, maar ook cultuurverschillen spelen een rol.
Choennie wijst erop dat de kerk in Suriname meer werkt met inspraak en medezeggenschap, onder meer van vrouwen, terwijl in veel Afrikaanse landen een autoritair, mannelijk kerkmodel overheerst. “Dat levert wel conflicten op, maar we zijn dankbaar voor de buitenlandse ondersteuning.” Hij benadrukt het belang van het religieuze leven in Suriname, onder meer dankzij de inzet van nonnen in verschillende instellingen. “Dat religieuze leven met jonge vrouwen die helemaal aan de Heer zijn toegewijd, is een krachtig getuigenis in de samenleving”, zegt hij.
Tegelijkertijd maakt Choennie zich grote zorgen over het onderwijs. Volgens hem zou de overheid idealiter SRD 900 per kind per jaar moeten bijdragen, maar de subsidie blijft steken op ongeveer SRD 400. “Dat de overheid gratis onderwijs wil voor iedereen is een goed streven. Maar dan moeten ze wel de subsidie realistisch vaststellen en op tijd betalen”, stelt hij. Omdat scholen ouders niet mogen vragen te helpen het tekort aan te vullen, kunnen de scholen volgens hem slechts het meest noodzakelijke bekostigen. “Aan onderhoud van de schoolgebouwen kun je bijna niets doen. Als je een dakgoot of een dak vernieuwt, ben je meteen een subsidie van één tot twee jaar kwijt”, zegt hij. Daardoor gaat het onderwijsniveau achteruit, terwijl veel getalenteerde jongeren na hun middelbare school vertrekken naar Nederland of de Verenigde Staten, waar zij een leven opbouwen en meestal niet terugkomen.
Choennie verwijst ook naar de aandacht die de vorige paus, Franciscus, heeft gevraagd voor milieu en inheemse volkeren. Als lid van een bisschoppenconferentie van de Amazone voelt hij zich verantwoordelijk om zijn stem te laten horen wanneer er misstanden plaatsvinden. De bisschop noemt onder meer de gebeurtenissen in Pikin Saron, waarbij volgens hem het rechtsproces geen recht doet aan wat er is gebeurd en levens verloren zijn gegaan. Ook de kwestie van grondenrechten blijft voor hem een urgent en onopgelost probleem.
- Column: Kentering noodzakelijk in beoefening voetbal..
- Directie MCP wil buitenlandse dochteronderneming en uitbrei…..
- Houtdossier 13: Hout zes houtexporteurs al ingeklaard, alle…..
- Samenwerking cruciaal bij indamming chikungunya-uitbraak..
- Juspol neemt verkeersmeubilair in eigen hand en kondigt str…..
- Bouva: Suriname vriend van allen, vijand van niemand..
- Regeringsdelegatie naar Rosebelmijn na escalatie..
- Natio-aanvaller Markelo maakt overstap naar Engelse Champio…..
- Juspol-minister en PG niet op één lijn over artikel 26 Vuur…..
- Onderzoek naar sabotage Safe City-camera’s en reeks brandst…..
- TCT start nieuwe opleiding luchtverkeersleiders om capacite…..
- Verdachte na gewelddadige beroving snel opgespoord en aange…..
- Staat Suriname wint hoger beroep tegen houtexporteurs..
- SLM krijgt boete voor opzeggen deal over cargovliegtuig..
- Vliegtuigongeluk in Colombia eist 15 levens, onder wie een …..
- Arrestant ontvlucht uit arrestantenbus bij politiebureau Ho…..
- Brand Havo 4 nog onduidelijk: brandweer spreekt van tegenst…..
- Hervorming rechterlijke macht is een antwoord op een democr…..
- Verdachte kort na beroving aangehouden..
- Zijin/Rosebel Goldmines lijdt miljoenen USD’s schade na onr…..
- Ramsukul trekt reis vicepresident in twijfel: “Geen World T…..