Juiste terminologie bij landrechten

INGEZONDEN

Nu de kwestie van landhervorming in Suriname volop in de belangstelling staat — met vragen over de eigendomsrechten van oorspronkelijke en binnenlandse gemeenschappen in hun eeuwenoude leefgebieden — is het goed om één punt juridisch en taalkundig helder te stellen.

Het laatste woord hierover is natuurlijk nog niet gezegd. Los van de inhoudelijke discussie wil ik dit punt echter onder de aandacht brengen, omdat mij is opgevallen dat voor dit vraagstuk de term grondenrechten wordt gebruikt, terwijl deze juridisch en taalkundig onjuist is.

Wanneer het gaat om rechten op land (eigendoms- en gebruiksrechten), is het in correct Nederlands niet juist om te spreken van grondenrechten, gronderechten of zelfs grondrechten. Juist omdat het hier om begrippen gaat die mogelijk in wet- en regelgeving worden vastgelegd, is een zorgvuldige formulering essentieel. Daarbij komt dat grondrechten in het recht al een vaste en andere betekenis heeft, namelijk die van fundamentele mensenrechten.

Waarom dit taalkundig niet klopt

Los van de betekenis van grondrechten als fundamentele mensenrechten, gaat het hier specifiek om de termen grondenrechten en gronderechten, die soms worden gebruikt om rechten op land aan te duiden. Taalkundig klopt deze woordvorming niet. Het Nederlands vormt dit soort begrippen niet via oude bezits- of genitiefvormen zoals gronde- of gronden-. Die manier van woordvorming bestaat in het moderne Nederlands niet meer. We zeggen immers ook niet huizerechten, landerechten of waterechten. Dergelijke vormen kunnen logisch aandoen, maar zijn taalkundig onjuist.

Hoe doet het Nederlands het wél?

Wanneer het gaat om rechten die betrekking hebben op iets concreets, gebruikt het Nederlands duidelijke en transparante samenstellingen of voorzetselconstructies, zoals landrechten, rechten op grond, grondeigendomsrechten of grondbezitsrechten. Zo wordt direct duidelijk waarop het recht betrekking heeft, wat juridisch gezien noodzakelijk is.

Voor een correcte juridische toepassing is het van essentieel belang dat begrippen duidelijk en eenduidig worden geformuleerd. In het recht bestaat het zogenoemde legaliteitsbeginsel, dat inhoudt dat wetten helder en vooraf kenbaar moeten zijn, zodat burgers weten wat wel en niet is toegestaan. Dit beginsel waarborgt de rechtszekerheid en voorkomt dat wetgeving dubbelzinnig of op meerdere manieren uitlegbaar is.

Wat zou ‘grondenrechten’ eigenlijk betekenen?

Taalkundig suggereert grondenrechten rechten van of over meerdere “gronden”, maar het is geen bestaand of erkend begrip in het Nederlands. Het heeft geen vaste juridische of taalkundige betekenis en wordt niet gebruikt in wetgeving of standaardtaal. Daardoor schept het vooral verwarring.

Conclusie

Wanneer het debat gaat over land, eigendom en gebruik, zijn juridisch en taalkundig houdbare termen bijvoorbeeld landrechten of rechten op grond. Het gebruik van grondenrechten, gronderechten of grondrechten is zowel taalkundig als juridisch onjuist en ongeschikt voor wetgeving. Mocht men er toch voor kiezen een van deze termen te hanteren, dan is het essentieel dat nauwkeurig wordt omschreven wat ermee wordt bedoeld, zowel juridisch als taalkundig, om misverstanden en interpretatieverschillen te voorkomen. In dit kader volstaat het te benadrukken dat duidelijke en eenduidige begripsvorming noodzakelijk is, zonder daarbij het volledige wetgevingsproces te hoeven uiteenzetten.

H. J. Deekman

De redactie van de Ware Tijd stelt lezers in de gelegenheid stukken in te zenden ter publicatie. In principe worden alle ingezonden artikelen opgenomen, tenzij de inhoud schadelijk, kwetsend of beledigend is voor derden. Stukken die worden geplaatst komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de mening van de Ware Tijd. De redactie behoudt zich het recht voor om stukken niet te plaatsen, of in te korten of te redigeren zonder dat die uit hun context worden gehaald.