‘Jazzscene laat zien wat migratie teweeg kan brengen’
In de jaren dertig groeide jazz uit tot een internationaal fenomeen. De Nederlandse hoofdstad Amsterdam ontwikkelde zich tot een ontmoetingsplaats waar musici uit verschillende delen van de wereld samenkwamen. Tussen Afro-Amerikaanse artiesten, Europese muzikanten en lokale bands namen Surinaamse musici een opvallende positie in. Die geschiedenis staat centraal in het boek ‘Jazzjaren’ en in de gelijknamige tentoonstelling die sinds april te zien is in het Stadarchief Amsterdam. “Er waren mensen van overal, maar er was een belangrijke Surinaamse bijdrage”, zegt historicus Mark Ponte, de initiatiefnemer van het project.
Tekst en beeld Audry Wajwakana
Hij verbleef ruim een week in Suriname voor de presentatie van het boek en voor onderzoek naar een nieuwe tentoonstelling over de geschiedenis van de Nederlandse Handelmaatschappij, waarvan het voormalige hoofdkantoor op 4 oktober honderd jaar bestaat. Hierover verzorgde hij afgelopen week een presentatie in het Nationaal Archief Suriname.
“Ook buiten de jazz bleven Surinamers hun culturele tradities onderhouden. Zo voegden zij hun eigen Surinaamse flavor toe aan de jazz”
Culturele uitwisseling
De geschiedenis laat zien dat Amsterdam al eeuwenlang een stad van migratie is. Mensen van uiteenlopende landen en culturen vonden er een nieuw bestaan. Die uitwisseling liet ook haar sporen na in de kunst en muziek. “Eén van de mooie manieren om te laten zien wat migratie kan brengen, is via culturele verrijking en dat zie je heel duidelijk terug in de jazzscene van die tijd”, zegt Ponte.
De culturele uitwisseling speelde zich niet alleen af op de podia. Ook kunstenaars raakten geïnspireerd door de levendige jazzwereld die in Amsterdam ontstond. Zo verkeerde kunstschilderes Nola Hatterman in de jaren dertig in kringen van Surinaamse en Afro-Amerikaanse musici. Zij maakte portretten van artiesten, waaronder het bekende schilderij van trompettist en bandleider Lou Drenthe. Dat schilderij geldt als haar bekendste werk en was zelfs te zien in de Harlem Renaissance-tentoonstelling in het Metropolitan Museum of Art in New York.
Surinaamse invloeden
Lou Drenthe was als verstekeling naar Amsterdam gekomen en groeide uit tot een bekende figuur binnen de jazzwereld. Hij was niet de enige Surinamer die zijn stempel drukte op de Amsterdamse jazzscene. Ook musici als Teddy Cotton – officiële naam Theodorus Kantoor – en Kid Dynamite, geboren als Arthur Parisius, bouwden er een reputatie op. Veel van deze muzikanten arriveerden niet met een uitgewerkt carrièreplan. Sommigen werkten aanvankelijk als zeeman en besloten in Amsterdam te blijven om hun bestaan als muzikant op te bouwen.
Jazz vond haar oorsprong in de Verenigde Staten van Amerika, maar Surinaamse musici voegden er hun eigen muzikale invloeden aan toe. Zo bevatte de muziek van Kid Dynamite niet alleen Latijns-Amerikaanse ritmes, zoals de rumba, maar ook elementen van de kaseko. Die mengeling van stijlen gaf de Amsterdamse jazz een eigen karakter. Ook buiten de jazz bleven Surinamers hun culturele tradities onderhouden. “Zo voegden zij hun eigen Surinaamse flavor toe aan de jazz”, zegt Ponte.
Onderzoek
Het onderzoek voor ‘Jazzjaren’ bracht Ponte langs uiteenlopende archieven, musea en collecties. Anders dan bij veel historische studies bestond er geen centrale bron waarin alle informatie samenkwam. Bij het Nederlands Jazz Archief kreeg hij te horen dat er over Surinamers uit de periode vóór de oorlog niet veel beschikbaar is. “Maar ik wist dat er meer moest zijn”, zegt Ponte.
Uit bevolkingsregisters, verblijfsvergunningen, krantenartikelen, archieven en persoonlijke documenten werden de verhalen gereconstrueerd. “In bevolkingsadministraties zie je waar mensen woonden en welk beroep ze hadden. Voor Amerikaanse artiesten waren er verblijfsvergunningen waarin precies stond waar ze optraden”, zegt de onderzoeker.
Eén van de meest verrassende vondsten kwam voort uit onderzoek naar Nola Hatterman. Ponte stuitte op een woningkaart waarop stond geregistreerd wie op haar adres woonde. Daar ontdekte hij de naam van de Afro-Amerikaanse trompettist Johnny Dunn, die in die tijd een bekende jazzmuzikant was uit de Verenigde Staten. Hij heeft maanden bij Nola Hatterman ingewoond, terwijl hij in Amsterdam optrad. In diezelfde periode maakte zij een abstract werk over jazzmuziek met instrumenten en een zingende figuur, Johnny Dunn. Dat schilderij was rechtstreeks geïnspireerd door de Amerikaanse artiest.
De tentoonstelling is tot september van dit jaar te bezichtigen. Het boek ‘Jazzjaren’ werd vorige week tijdens de eerste editie van ‘Boeken, Bier en Meer’ in Souposo gepresenteerd. Het evenement, een initiatief van Ponte in samenwerking met stichting Skrifi, combineert literatuur, gesprekken, muziek en ontmoeting in een informele setting.
Nederlandse Handelmaatschappij
De belangstelling voor dergelijke gedeelde geschiedenis vormt ook de basis van Ponte’s nieuwste onderzoeksproject. Tijdens zijn verblijf in Suriname werkte hij aan onderzoek voor een nieuwe tentoonstelling rond honderd jaar Nederlandse Handelmaatschappij.
Het monumentale gebouw, dat op 4 oktober 1926 werd geopend en waarin tegenwoordig het Stadsarchief Amsterdam is gehuisvest, was ooit het centrum van een onderneming die nauw was verweven met het koloniale systeem in onder meer Suriname en Indonesië. De Nederlandse Handelmaatschappij was eigenaar van plantages, waaronder Mariënburg en speelde een belangrijke rol bij de financiering en organisatie van koloniale onderneming. In de bestuurskamers van het gebouw werden besluiten genomen die directe gevolgen hadden voor duizenden contractarbeiders; van hun werving en arbeidsvoorwaarden tot hun lonen.
Het gebouw draagt die geschiedenis nog zichtbaar met zich mee. Op de gevel en in de architectuur zijn verwijzingen naar het Nederlandse koloniale verleden terug te vinden, waaronder afbeeldingen van bestuurders uit Nederlands-Indië.
Het honderdjarige jubileum vormt voor het Stadsarchief Amsterdam aanleiding om opnieuw stil te staan bij de geschiedenis achter het gebouw en de wereldwijde netwerken van de Nederlandse Handelmaatschappij. Voor de tentoonstelling wordt onderzoek gedaan in zowel Nederland en Suriname. Daarbij worden onder meer archiefstukken, ’s en persoonlijke verhalen gebruikt om de relaties tussen Suriname, Indonesië en Nederland zichtbaar te maken.
Kunstenaar en filmmaker Dimitri Madimin werkt daarnaast aan een kunstproject dat verwijst naar 1926, het jaar waarin het gebouw werd geopend en een groep contractarbeiders vanuit Indonesië naar Suriname vertrok. De tentoonstelling zal naar verwachting in het voorjaar van 2027 in het Stadarchief Amsterdam te zien zijn en belicht de Nederlandse Handelmaatschappij als een onderneming waarvan de invloed zich uitstrekte over grote delen van de koloniale wereld.
Mark Ponte hield ook een boekpresentatie over zijn pennenvrucht ‘Jazzjaren’.
- Ministers zijn geen uitvoerders en dat is precies hoe het h…..
- Themadag Projekta slaat wederom alarm over geweld tegen kin…..
- Suriname en Caribisch rampenagentschap versterken samenwerk…..
- VN investeerden in 2025 ruim USD 12 miljoen in Surinaamse o…..
- Sociale dialoog en tripartisme centraal tijdens ILO-confere…..
- Surinaamse regering krijgt lof uit Guyana voor harde lijn b…..
- Derde helft WK 2026: Wie zijn de beste sterren om in de gat…..
- Van liefdadigheid naar naleving kinderrechten: rights-based…..
- Misverstand leidt tot korte werkonderbreking bij Centrale B…..
- Parlement begint medio juni met Begrotingsbehandeling 2026..
- Misiekaba zet in Genève in op arbeidsbescherming, sociale d…..
- Eline Jamilagatoen Ghafoerkhan – Wazir..
- Carmen Beatrix de Vries – Netto..
- André Alexander Amarello..
- Ramdei Fernandes-Sewnarain..
- Robbie – Henk Poetsema..
- Werknemer aangehouden voor diefstal gouden sieraden..
- Breed draagvlak voor investering in onderwijs en menselijk …..
- Geen vrolijke column..
- VS plaatst Chinese techreuzen Alibaba, BYD en Baidu op zwar…..
- Laita Moreno Sasmiardja..