Het is een vraag die op het eerste gezicht eenvoudig lijkt, maar bij nadere beschouwing, raakt aan de kern van wat het vak eigenlijk is. Want om die vraag te beantwoorden, moeten we eerst een stap terug doen en ons afvragen: wat verstaan we onder wetenschap?
Wetenschap is in essentie de systematische zoektocht naar kennis. Zij probeert verschijnselen te verklaren, patronen te ontdekken en, waar mogelijk, voorspellingen te doen. Wetenschap kenmerkt zich door methodische discipline. Het formuleren van hypotheses, het verzamelen en analyseren van data, en het kritisch toetsen van uitkomsten. Maar wetenschap is niet alleen beschrijvend. Zij is ook reflectief en normatief. Zij stelt de vraag niet alleen hoe de wereld is, maar ook hoe systemen beter kunnen functioneren.
Als we accountancy langs deze maatstaf leggen, wordt al snel zichtbaar dat het vak duidelijke wetenschappelijke trekken heeft. Accountancy gaat immers niet alleen over het registreren van feiten, maar over het begrijpen van economische werkelijkheid. Waarom presenteren organisaties hun financiële resultaten op een bepaalde manier? Welke prikkels beïnvloeden dat gedrag? Wanneer is verslaggeving informatief, en wanneer misleidend?
Om deze vragen te beantwoorden, maakt accountancy gebruik van theoretische kaders, zoals informatie-asymmetrie en agency-relaties. Daarnaast bestaat er een omvangrijke empirische traditie waarin wordt onderzocht hoe regelgeving uitwerkt, hoe accountants beslissingen nemen, en hoe gebruikers van financiële informatie, daarop reageren. In die zin is accountancy duidelijk meer dan techniek. Het is een vakgebied dat probeert te verklaren, hoe vertrouwen in economische informatie ontstaat en hoe dat vertrouwen kan worden ondermijnd.
En toch is dat niet het hele verhaal
Wie de praktijk van dichtbij kent, weet dat accountancy zich niet laat reduceren tot modellen en theorieën. De dagelijkse werkelijkheid van het vak wordt gekenmerkt door onzekerheid, context en nuance. Regels bieden richting, maar zelden volledige antwoorden. De beoordeling van waarderingen, de inschatting van risico’s, het wegen van controle-informatie; dit alles vereist professioneel oordeel. En dat oordeel is niet volledig te codificeren.
Hier openbaart zich een andere dimensie van accountancy, die van het ambacht. Zoals bij een arts of een jurist speelt ervaring een doorslaggevende rol. Het vermogen om patronen te herkennen, om afwijkingen te duiden, om door cijfers heen gedrag te zien. Dat ontwikkelt zich niet louter uit studie, maar uit praktijk. Het is impliciete kennis (tacit knowledge), moeilijk overdraagbaar, maar essentieel voor de kwaliteit van het werk.
Dit leidt tot een fundamentele spanning. Wetenschap zoekt naar generaliseerbare inzichten; de praktijk wordt gekenmerkt door het unieke en het specifieke. Wetenschap abstraheert; de accountant moet juist concretiseren. Wetenschap vraagt afstand; de praktijk vereist betrokkenheid.
Maar juist in deze spanning ligt de kracht van accountancy
Zonder wetenschappelijke basis, zou het vak vervallen in willekeur. Dan zou elk oordeel uitsluitend afhangen van individuele interpretatie, zonder gemeenschappelijke maatstaven of toetsbaarheid. Tegelijkertijd zou accountancy zonder ambachtelijke dimensie, verstarren tot een technisch systeem dat geen recht doet aan de complexiteit van de werkelijkheid. Regels zou men dan mechanisch kunnen toepassen, maar zonder begrip van context en intentie.
Accountancy bevindt zich dus op het snijvlak van twee werelden. Het is geen zuivere natuurwetenschap, maar ook geen puur praktijkvak. Het is een toegepaste discipline waarin kennis en oordeel onafscheidelijk met elkaar verbonden zijn. De wetenschap biedt het raamwerk; het ambacht geeft het betekenis.
Deze dubbele aard krijgt bijzondere relevantie in omgevingen waar instituties in ontwikkeling zijn en vertrouwen niet vanzelfsprekend is. Daar wordt zichtbaar dat regels alleen onvoldoende zijn om transparantie te waarborgen. Internationale standaarden kunnen richting geven, maar hun effectiviteit hangt af van de manier waarop zij worden geïnterpreteerd en toegepast.
Tegelijkertijd zien wij dat juist dit menselijke element onder invloed van technologische ontwikkelingen een nieuwe dimensie krijgt. De opkomst van data-analyse, kunstmatige intelligentie en geavanceerde algoritmen zorgt ervoor dat steeds grotere hoeveelheden informatie systematisch kunnen worden verwerkt, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Waar het oordeel van de accountant traditioneel sterk leunde op ervaring en individuele afweging, worden beslissingen in toenemende mate ondersteund, en soms zelfs overtroffen, door modellen die patronen herkennen die voor het menselijk oog onzichtbaar blijven. Frauderisico’s kunnen continu worden gemonitord, afwijkingen real time gesignaleerd en inschattingen consistenter gemaakt. Daarmee neemt het wetenschappelijke gehalte van accountancy toe. Meer processen worden meetbaar, reproduceerbaar en toetsbaar. Maar juist in deze ontwikkeling schuilt ook een nieuwe verantwoordelijkheid. Want hoewel machines steeds beter worden in het nemen van beslissingen, blijft de vraag bestaan, welke beslissingen genomen móéten worden, en onder welke normen. Het is in die laatste afweging dat de mens, en de accountant, onmisbaar blijft.
In een context als Suriname wordt die realiteit scherp voelbaar. Economische ontwikkeling, investeringsklimaat en publieke verantwoording zijn nauw verbonden met de kwaliteit van financiële informatie. Maar die kwaliteit kan niet worden gegarandeerd door regelgeving alleen. Zij ontstaat in het samenspel tussen structuren en mensen, tussen formele kaders en professioneel handelen.
(Volgende week deel 2)
Auteurs:
Dr. Eric J.H.J. Mantelaers RA AA CFE CISA C|CISO (als partner verbonden aan RSM Accountants, alsmede aan diverse kennisinstituten) onderzoekt waarom financiële misstanden vaak onzichtbaar blijven. Zijn focus ligt op systemische verklaringen, anomaliedetectie en de rol van menselijk oordeel in complexe omgevingen. Daarmee beoogt hij bestaande verklaringsmodellen te overstijgen.
Prof. dr. Peter Diekman RA is founding partner van FourValue BV, Amsterdam. Hij is inmiddels 45 jaar werkzaam in het accountantsberoep, waarvan 41 jaar als registeraccountant. Zijn focus ligt op financieel forensisch onderzoek en advisering op het terrein van corporate governance en interne en externe accountantscontrole. Hij is verbonden aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname en de Erasmus Universiteit Rotterdam, Nederland.
The post IS ACCOUNTANCY EEN WETENSCHAP? (dl. 1) ..