In de voetsporen van de revolutie: geschiedenis leeft in Partijmuseum van Beijing

Nog voordat de geschiedenis binnen begint, wordt buiten al duidelijk dat het Museum van de Communistische Partij van China meer wil zijn dan een verzameling oude documenten en voorwerpen. Op het enorme plein voor het gebouw staan monumentale beeldengroepen van arbeiders, boeren, soldaten en revolutionairen. De rode partijvlag vormt er een dominant symbool. Alles is groot, strak en zorgvuldig geordend.

Tekst en beeld Ivan Cairo

Het Museum of the Communist Party of China ligt aan Beichen East Road in het district Chaoyang, bij het Olympisch Park en aan de noordelijke verlenging van de centrale as van Beijing. Het gebouw, dat in 2021 werd voltooid, heeft de vorm van het Chinese karakter 工 (gong), dat arbeid of arbeider betekent. Aan de oost- en westzijde staan 28 zuilen, een verwijzing naar de 28 jaar tussen de oprichting van de Communistische Partij in 1921 en het stichten van de Volksrepubliek China in 1949.

“Het museum vertelt niet alleen wat er volgens de officiële geschiedschrijving gebeurde, maar gebruikt de inrichting om de bezoeker het gevoel te geven dat het verleden rechtstreeks uitmondt in het China van nu”

Binnen verandert de schaal, maar nauwelijks de monumentaliteit. Brede trappen, hoge plafonds, gepolijste vloeren en enorme zalen leiden de bezoeker door ruim een eeuw recente Chinese geschiedenis. Rood en goud keren voortdurend terug. ’s, schilderijen, documenten, wapens, uniformen, gebruiksvoorwerpen, vlaggen, beelden en meterslange tijdlijnen worden afgewisseld met films, digitale schermen en levensgrote reconstructies.

Van vernedering naar revolutie

De vaste tentoonstelling beslaat de eerste drie verdiepingen en telt meer dan 2.500 ’s en ruim 4.500 voorwerpen en verzamelingen. De totale tentoonstellingsroute is ongeveer 3,5 kilometer lang. Wie alles aandachtig wil bekijken, heeft aan een vluchtig museumbezoek dus weinig. Je zal er uren voor moeten uittrekken of meerdere dagen moeten komen.

Het verhaal wordt grotendeels chronologisch verteld. Eerst verschijnt het China van vóór de revolutie: buitenlandse inmenging, oorlog, armoede en politieke ontwrichting. Daarna komen de opkomst van de revolutionaire beweging en de oprichting van de Communistische Partij in 1921.

Vanaf dat moment wordt het museum steeds theatraler. De geschiedenis staat niet alleen achter glas. Complete scènes zijn nagebouwd. Bezoekers staan tegenover revolutionairen die als levensgrote figuren uit rotsachtige landschappen lijken te stappen.

Politieagenten die het museum van de Communistische Partij bezoeken, gaan spontaan in de houding bij de presentatie van archiefbeelden van de grondleggers van het moderne China.

De Lange Mars wordt met beeld, geluid en digitale technieken tot leven gebracht. Een speciale bioscoop gebruikt panoramische LED-schermen om bezoekers als het ware midden in die tocht te plaatsen.

Tussen die grote taferelen liggen kleine voorwerpen die soms meer aandacht trekken: vergeelde documenten, persoonlijke bezittingen, wapens en oude kranten. Tot de historische objecten behoren pistolen die Zhu De tijdens de Nanchang-opstand gebruikte, stembussen van het Zevende Partijcongres en de eerste vijfsterrenrode vlag die tijdens de stichting van de Volksrepubliek werd gehesen.

Voor een buitenlandse bezoeker is het tegelijkertijd museum, geschiedenisles en een inkijk in de manier waarop China zijn moderne nationale verhaal vertelt. De rode draad is duidelijk: vanuit een periode van buitenlandse overheersing, verdeeldheid en armoede ontwikkelde China zich via revolutie, stichten van de Volksrepubliek en economische ontwikkeling tot de wereldmacht van vandaag.

Plotseling in de houding staan

Minstens zo interessant als de vitrines zijn de mensen ervoor, de bezoekers. Groepen scholieren bewegen door de zalen. Soms netjes achter een begeleider aan, even later verdringen ze zich rond een scherm of maquette. Telefoons komen tevoorschijn. Er worden ’s gemaakt van schilderijen, beelden en van elkaar.

Bij sommige interactieve onderdelen verdwijnt de plechtigheid even en wint de nieuwsgierigheid het. Kinderen wijzen, overleggen en proberen als eerste te zien wat er achter de volgende hoek wacht.

Dat jonge Chinezen nadrukkelijk tot het publiek behoren, is geen toeval. Het museum heeft naast zijn historische functie uitdrukkelijk een educatieve opdracht. Al kort na de opening beschreven Chinese autoriteiten het als een plek waar nieuwe generaties kennis moeten maken met de geschiedenis van de partij.

Enkele zalen verder verandert het tempo. Oudere bezoekers nemen meer tijd. Sommigen staan lang voor zwart-wit’s uit de eerste decennia van de Volksrepubliek. Waar scholieren snel van het ene scherm naar het andere lopen, blijven oudere mannen en vrouwen lezen.

Soms wordt een ander bij de arm gepakt en op een gewezen. Voor hen ligt een deel van wat hier als geschiedenis wordt gepresenteerd dichter bij de eigen levensloop. Toen waren ze nog kleuters of al tieners.

Juist die vermenging van generaties maakt het museumbezoek bijzonder. Grootouders lopen er met kleinkinderen, schoolgroepen passeren gepensioneerden. De een leert over een China dat hij alleen uit boeken kent; de ander kijkt naar beelden uit een land waarin hij zelf jong was.

“Dat jonge Chinezen nadrukkelijk tot het publiek behoren, is geen toeval. Het museum heeft naast zijn historische functie uitdrukkelijk een educatieve opdracht”

Op sommige plaatsen krijgt het bezoek een bijna ceremonieel karakter. Dat wordt opvallend zichtbaar wanneer groepen politieagenten of militairen, veelal nog in opleiding, door de tentoonstelling trekken. Voor belangrijke afbeeldingen en sculpturen van de grondleggers van de revolutie verandert hun lichaamstaal. Gesprekken verstommen. Ruggen worden recht. Voeten gaan naast elkaar. Ze springen in de houding of salueren.

Het duurt soms maar kort, maar tussen de voorbijlopende bezoekers valt het onmiddellijk op. Waar toeristen hun telefoon omhooghouden en kinderen nieuwsgierig dichterbij komen, staan de geüniformeerde bezoekers roerloos. Het is een gebaar van respect voor degenen die binnen het officiële Chinese historische verhaal worden beschouwd als grondleggers van de revolutie en het moderne China. Zij zijn de helden.

Daar krijgt het museum een betekenis die verder gaat dan geschiedenis alleen. Voor veel bezoekers is wat achter het glas ligt geen afstandelijk verleden. De revolutie, de oorlog tegen Japan, de burgeroorlog, de stichting van de Volksrepubliek in 1949 en de daaropvolgende ontwikkeling van het land vormen onderdelen van een collectief nationaal verhaal.

Mao en het nieuwe China

Onvermijdelijk neemt Mao Zedong daarin een prominente plaats in. ’s, filmbeelden, schilderijen en documenten volgen zijn rol in de revolutionaire strijd en uiteindelijk het moment waarop de Volksrepubliek China wordt uitgeroepen.

Daarna verandert ook het museumlandschap. Revolutionaire strijd maakt plaats voor staatsopbouw. Fabrieken, landbouw, infrastructuur, wetenschap en technologie komen nadrukkelijker in beeld.

De tentoonstelling beweegt uiteindelijk naar het China van hogesnelheidstreinen, ruimtevaart, moderne steden, armoedebestrijding en technologische ontwikkeling. Ook de vorm verandert mee. Oude, zwart-wit ’s en vergeelde documenten maken geleidelijk plaats voor kleur, grote videoschermen, digitale presentaties en moderne interactieve technieken.

Het museum vertelt daardoor niet alleen wat er volgens de officiële geschiedschrijving gebeurde, maar gebruikt de inrichting om de bezoeker het gevoel te geven dat het verleden rechtstreeks uitmondt in het China van nu. Dat maakt een bezoek ook journalistiek interessant. Wie uitsluitend naar de voorwerpen kijkt, ziet de geschiedenis die China wil tonen.

Wie ondertussen naar de bezoekers kijkt, ziet iets anders: hoe die geschiedenis vandaag wordt beleefd. Een scholier die enthousiast naar een revolutionair tafereel wijst. Een oude vrouw die minutenlang voor een blijft staan. Een grootvader die zijn kleinkind iets uitlegt. Militairen en politieagenten die zonder aansporing hun houding veranderen zodra zij voor een belangrijk revolutionair monument staan.

Misschien vertelt juist dat laatste beeld het meest over deze plek. Buiten raast Beijing verder: met elektrische auto’s, wolkenkrabbers, smartphones, hogesnelheidstreinen en een economie die inmiddels tot de grootste ter wereld behoort. Binnen wordt de bezoeker steeds teruggebracht naar 1921, naar revolutie, oorlog en 1949.

Tussen die twee werelden probeert het museum één lange historische lijn te trekken. En aan het einde van de kilometerslange route is duidelijk dat dit gebouw daarvoor niet alleen voorwerpen bewaart. Het wil herinnering organiseren, geschiedenis tastbaar maken en vooral aan een nieuwe generatie doorgeven welk verhaal China over zijn eigen weg naar het heden vertelt.

In het museum staan talrijke beeldende installaties over de Chinese revolutie.