Terwijl de Surinaamse samenleving gebukt gaat onder zware economische druk, leraren vechten voor een menswaardig bestaan in plaats van een ‘aalmoes’, en vitale sectoren rammelen aan de bedelstaf, heeft de Surinaamse Televisie Stichting (STVS) gemeend een frontale aanval te moeten openen op de lokale horecasector. Met een onsympathieke “Officiële Mededeling” eist de staatszender dat cafés, restaurants en sportbars vooraf schriftelijke toestemming aanvragen – en impliciet diep in de buidel tasten – om WK-wedstrijden te mogen vertonen. Dit staaltje juridische blufpoker bedekt echter een bittere realiteit: een schrijnend gebrek aan prioriteitstelling bij de overheid en een juridische claim die stoelt op drijfzand.
De prijs van ‘Volksvermaak’
Onlangs bracht waarnemend president Gregory Rusland in De Nationale Assemblee naar buiten dat de exclusieve uitzendrechten voor het Wereldkampioenschap Voetbal 2026 de staat maar liefst USD 450.000 hebben gekost. Een astronomisch bedrag voor een land in crisis. Terwijl STVS-directeur Raoul Abisoina tijdens een schimmige persconferentie hardnekkig weigerde openheid van zaken te geven over de cijfers en zich verschool achter de politieke top, werd in het parlement pijnlijk duidelijk hoe de vork in de steel zit: de overheid past de helft van dit bedrag bij uit de staatskas.
In een land waar nutsvoorzieningen onder druk staan, medische zorg ontoegankelijk dreigt te worden en het onderwijslandschap kreunt onder structurele tekorten, kiest de regering ervoor om bijna een half miljoen Amerikaanse dollars te spenderen aan voetbalrechten. Het klassieke Romeinse concept van panem et circenses – brood en spelen – wordt hier in herinnering gebracht. Maar in het Suriname van vandaag ontbreekt het brood inmiddels bij velen, terwijl de overheid koste wat kost de spelen subsidieert. Het is een ethisch failliet dat een staatsmedium, dat nota bene overleeft bij de gratie van belastinggelden, vervolgens diezelfde samenleving en hardwerkende horeca-ondernemers de duimschroeven probeert aan te draaien om dit prestigeobject terug te verdienen.
Een juridisch luchtkasteel
De dreigementen die de STVS uit naar de horecasector houden juridisch gezien echter geen stand. De claim dat ondernemers zonder voorafgaande toestemming geen “commerciële activiteiten” mogen ontplooien die verband houden met de uitzendingen, mist elke rechtsgrond. Ten eerste staat de wereldvoetbalbond FIFA in geen enkele rechtsrelatie tot de Surinaamse horeca-ondernemingen. Lokale bar- en restauranteigenaren zijn geen lid van deze internationale bond en hebben er nooit een contract mee afgesloten. De FIFA heeft de uitzendrechten verkocht aan een regionaal mediabedrijf, dat deze op zijn beurt heeft doorverkocht aan de STVS. Daar stopt de contractuele keten.
Ten tweede, door de uitzendrechten te kopen en de beelden lineair via de ether openbaar te maken, is de publicatie en vertoning een feit. De horeca-ondernemer die een televisiescherm ophangt voor zijn gasten, maakt van het vertonen van die beelden niet zijn beroep of bedrijf. De hoofdactiviteit van een café of restaurant blijft het verkopen van drank en spijzen; het scherm is louter sfeerverhogend. Er kan door de STVS dan ook geen juridisch onderscheid worden gemaakt tussen het regulier exploiteren van een terras en een ‘horeca-evenement’ op basis van het enkele feit dat er toevallig sport op de achtergrond wordt uitgezonden.
Bovendien is de STVS een publieke, nationale zender. Zij heft geen leges voor haar algemene content en verbiedt geen enkel ander programma dat in publieke ruimtes te zien is. De STVS staat niet in een contractsrelatie tot de kijker of de ondernemer die zijn antenne uitgooit.
Kortom: de staatszender beschikt simpelweg niet over de civielrechtelijke of bestuursrechtelijke rechtsmiddelen om het vertonen van deze publieke uitzendingen in de horeca te verbieden of te belasten.
De valstrik van de toestemmingsbrief
De mededeling van de STVS, inclusief het vermelden van een telefoonnummer waar ondernemers zich braaf moeten melden, fungeert in feite als een juridische valstrik. Horeca-ondernemers wordt met klem geadviseerd om niet in te gaan op deze oproep en de STVS niet aan te schrijven voor toestemming.
Het sturen van een dergelijke brief is om drie redenen contraproductief voor een onderneming. Door toestemming te vragen, insinueert de ondernemer onbewust dat de STVS inderdaad het recht heeft om een verbod op te leggen, wat juridisch aantoonbaar onjuist is. Met een officiële brief verstrekt de ondernemer vrijwillig alle bedrijfs-, directie- en adresgegevens aan de staatszender. Mocht de STVS desondanks een (kansloze) civiele procedure of intimidatiecampagne willen starten, dan helpt de ondernemer hen hiermee rechtstreeks in het zadel. Een schriftelijke aanvraag levert het zwart-op-wit bewijs dat de ondernemer van plan is de WK-wedstrijden te vertonen. Normaal gesproken ligt de zware bewijslast om overtredingen aan te tonen volledig bij de STVS zelf. Waarom zou de horeca de zender een handje helpen?
Tijd voor weerbaarheid
De horecasector in Suriname heeft het al zwaar genoeg. Ondernemers betalen belasting, creëren werkgelegenheid en houden de economie draaiende onder turbulente omstandigheden. Dat de overheid USD 450.000 aan staatsmiddelen alloceert voor voetbaluitzendingen is een politieke keuze waarover de kiezer mag oordelen, maar dat een staatsorgaan vervolgens misleidende blufbrieven stuurt om de private sector angst aan te jagen, passeert een grens. Noch de FIFA, noch de STVS kan de reguliere uitzending van het WK in Surinaamse horecagelegenheden verbieden. Mocht de STVS besluiten om daadwerkelijk juridische stappen te ondernemen tegen ondernemers, dan zal dit stranden bij iedere helder oordelende kantonrechter. De Surinaamse horeca doet er goed aan de rug te rechten, de schermen onbevreesd aan te zetten en zich niet te laten intimideren door de holle retoriek van een noodlijdende staatszender die over de rug van ondernemers haar eigen dure managementbeslissingen probeert te financieren.
R.B.
The post HORECA HOEFT GEEN TOESTEMMING OM WK UIT TE ZENDEN ..