Het systeem in Suriname is niet kapot, het is zo ontworpen

Het beeld is eenvoudig maar functioneel. Aan één tafel overvloed vlees wijn en desserts. Aan de rand van dezelfde straat zit iemand in lompen met een beker. Niet gescheiden door muren maar door structuur. Dat is ook de kern van de Surinaamse realiteit. Armoede en rijkdom bestaan niet naast elkaar door toeval maar door beleid.

In Suriname wordt structurele ongelijkheid vaak verklaard met pech omstandigheden of erfenissen uit het verleden. Dat is analytisch onjuist. De verdeling van middelen volgt patronen van macht.

Subsidies verdwijnen naar dezelfde netwerken.

Staatscontracten worden herhaaldelijk gegund aan een beperkte kring. Reizen toelagen en dienstwagens blijven onaantastbaar terwijl basisvoorzieningen zoals water onderwijs en zorg onder druk staan.

Het systeem werkt precies zoals het is ingericht. Inflatie treft vooral loonafhankelijken. Belastingen zijn relatief zwaarder voor consumptie dan voor kapitaal. Informele arbeid groeit omdat formele banen verdwijnen. Dat is geen storing maar een logisch gevolg van keuzes.

Politieke retoriek spreekt over hervorming en geduld. In de praktijk betekent dat uitstel voor de onderkant en continuïteit voor de bovenkant.

De man aan tafel eet niet meer omdat hij harder werkt maar omdat het systeem hem beschermt. De man op straat zit daar niet door falen maar door uitsluiting.

Wie dit een kapot systeem noemt mist de analyse.

Het functioneert exact volgens ontwerp. Alleen niet in het belang van de meerderheid.