Herstel vraagt eigen koers

DE DISCUSSIE OVER het slavernijverleden en herstelbetaling is complex, vooral omdat verschillende partijen met verschillende verantwoordelijkheden aan tafel zitten. De brief van de Nederlandse stichting Grani, waarin concrete zaken worden aangehaald en voorgesteld, is gericht aan het Nederlandse parlement. De vragen van de assembleeleden Ronny Asabina en Cedric van Samson zijn gericht aan de Surinaamse regering. Nederland heeft tot nu toe alleen geld toegezegd voor projecten, geen herstelbetaling. Wie het debat wil begrijpen, moet die scheidslijn helder houden.

Nederland heeft excuses aangeboden, maar een meerderheid in de Tweede Kamer is tegen herstelbetaling. Het beschikbare geld – een fonds van tweehonderd miljoen euro, waarvan 66 miljoen voor Suriname – wordt nadrukkelijk gepresenteerd als bewustwordingsfonds voor onderwijs en maatschappelijke projecten, niet als reparatie of schadeloosstelling. Nederland wil praten en luisteren, maar koppelt daar geen juridische erkenning of financiële compensatie aan. Dat is een politieke keuze, geen neutraal uitgangspunt.

Zolang Suriname geen eigen standpunt formuleert, blijft het afwachten wat er uit Den Haag komt

De Surinaamse regering heeft hierop nog altijd geen helder antwoord. Er is een Nationale Reparatie Commissie die pleit voor onderhandelingen over een concreet bedrag, bij voorkeur in een onafhankelijk beheerd fonds. Het Brattle-rapport becijfert een mogelijke claim van circa 1,6 biljoen US dollar, maar Nederland heeft daar nog niet inhoudelijk op gereageerd. Zolang Suriname geen eigen standpunt formuleert, blijft het afwachten wat er uit Den Haag komt. Van Samson en Asabina vroegen in De Nationale Assemblee terecht om die duidelijkheid.

De regering zou haar verantwoordelijkheid moeten nemen. Eerst door een publiek standpunt te formuleren: is Suriname het eens met de projectbenadering van Nederland of kiest het voor een eigen reparatietraject met onderhandelingen over een concreet bedrag? Daarna door de Nationale Reparatie Commissie een duidelijk mandaat te geven. Wie beslist er over prioriteiten? Hoe worden nazaten en hun organisaties betrokken? De commissie functioneert nu zonder vaste eindtermijn, maar dat is iets anders dan een helder mandaat op basis van het standpunt van de regering.

Daarnaast moet de regering zelf werk maken van transparantie over de geldstromen zodra de middelen vrijkomen. Nederland heeft 66 miljoen euro beschikbaar gesteld, maar wie beslist over de besteding? Suriname hoort daarover mede aan het stuur te zitten, niet alleen aan de zijlijn. De regering kan ook actiever gebruikmaken van Caricom, dat een tienpuntenplan voor herstelrechtvaardigheid heeft opgesteld. Met het aanstaande Caricom-voorzitterschap van president Jennifer Geerlings-Simons ligt daar een kans.

Het gaat niet om één groot gebaar. Het gaat om een duidelijke koers: onderhandelen over een gezamenlijk kader, nazaten van tot slaafgemaakte Afrikanen zeggenschap geven en jaarlijks verantwoording afleggen over wat is bereikt. Zonder die koers blijft Suriname afhankelijk van wat Nederland bereid is te geven. Herstel is geen gunst. Het is een kwestie van recht. De regering moet dat recht zelf opeisen.