De beslissing van DNA-voorzitter Ashwin Adhin om onlangs een vergadering voor onbepaalde tijd te verdagen (vanwege de ophef rond uitspraken van een Assemblid gedaan buiten de Assemblee) blijft voer voor juridisch debat. Volgens staatsrechtjuristen bevat zijn verklaring zowel sterke constitutionele argumenten als kwetsbare punten die mogelijk de grenzen van zijn bevoegdheid raken.
De voorzitter beroept zich terecht op de Grondwet, waarin het gelijkheidsbeginsel en het verbod op discriminatie zijn verankerd. Ook is hij op grond van het Reglement van Orde belast met de handhaving van de orde en vertegenwoordigt hij De Nationale Assemblée naar buiten toe. Vanuit die verantwoordelijkheid kan worden verdedigd dat hij publiek afstand neemt van uitlatingen die volgens hem indruisen tegen de constitutionele waarden waarop volksvertegenwoordigers hun eed hebben afgelegd.
De juridische discussie ontstaat echter bij de vraag of die verantwoordelijkheid hem ook de bevoegdheid geeft een parlementaire vergadering stil te leggen vanwege uitspraken die buiten de vergaderzaal zijn gedaan. Het Reglement van Orde is in hoofdzaak bedoeld om de orde tijdens de parlementaire beraadslagingen te bewaken. Een voorzitter beschikt weliswaar over een zekere beoordelingsruimte om een vergadering te schorsen of te verdagen, maar die bevoegdheid is traditioneel gekoppeld aan het ordelijk verloop van de vergadering zelf.
Een rechtsgeleerde zou kunnen betogen dat Adhin de Grondwet terecht als normatief kompas gebruikt, maar dat de handhaving van vermeende grondwettelijke schendingen primair behoort tot de rechter, het parlement als geheel of politieke sancties binnen de Assemblee, en niet uitsluitend tot het oordeel van de voorzitter. Anders ontstaat het risico dat een voorzitter op basis van een eigen interpretatie van constitutionele normen vergaderingen kan stilleggen, wat de neutraliteit van het voorzitterschap onder druk zet.
Daar staat tegenover dat het massale vertrek van vrouwelijke Assembleeleden een directe verstoring van de parlementaire werkzaamheden veroorzaakte. Vanuit dat perspectief kan worden verdedigd dat de voorzitter niet zozeer reageerde op de oorspronkelijke uitspraak, maar op de ontstane ontwrichting van de vergadering.
De kernvraag is daarom niet of Adhin de Grondwet mocht verdedigen. Die verantwoordelijkheid staat nauwelijks ter discussie. De vraag is of het gekozen middel – het voor onbepaalde tijd verdagen van de vergadering – een proportionele en juridisch gedragen uitoefening van zijn bevoegdheid was. Juist daarover zullen staatsrechtjuristen waarschijnlijk verdeeld blijven.
- Trijntje Oosterhuis voelt zich thuis in Suriname: “Hier ont…..
- VERWAARLOOSD EN INTRIEST..
- Wanneer ophef belangrijker wordt dan beleid..
- UNODC beoordeelt Container Control Programme en verkent uit…..
- Ruzie tussen dorpsbewoners Witagron escaleert, verdachten a…..
- Column: Fraser, Mathoera en de paspoorten..
- DE TABOE VAN PERSOONLIJKE FINANCIËN VOOR SURINAMERS..
- INTEGRITEIT KPS: TWEE SIMPELE ROUTES..
- Zeventien..
- Bejaarde man dood aangetroffen langs Avobakaweg..
- BID team houdt drugssmokkelaar aan..
- Update: Bromfietser komt om bij aanrijding met vrachtwagen..
- Minstens vijf doden en 41 vermisten na brand op veerboot bi…..
- NOB en Finabank sluiten eerste second-tier leningsovereenko…..
- Del Castilho: “Geen fundamentele beleidswijziging na één ja…..
- DEZELFDE PROBLEMEN KEREN TERUG IN HET ONDERWIJS..
- Wereldbank: Suriname moet arbeidsmarkt beter voorbereiden o…..
- Moeder en minderjarige dochter overvallen bij gewapende won…..
- Van Dijk-Silos noemt DNA “waardeloze lage club”: “Ik ben ni…..
- IOL wil lerarenopleiding Lichamelijke Opvoeding vernieuwen …..
- Kookgas vrijwel kostendekkend, stroom en water blijven gesu…..