De beslissing van DNA-voorzitter Ashwin Adhin om onlangs een vergadering voor onbepaalde tijd te verdagen (vanwege de ophef rond uitspraken van een Assemblid gedaan buiten de Assemblee) blijft voer voor juridisch debat. Volgens staatsrechtjuristen bevat zijn verklaring zowel sterke constitutionele argumenten als kwetsbare punten die mogelijk de grenzen van zijn bevoegdheid raken.
De voorzitter beroept zich terecht op de Grondwet, waarin het gelijkheidsbeginsel en het verbod op discriminatie zijn verankerd. Ook is hij op grond van het Reglement van Orde belast met de handhaving van de orde en vertegenwoordigt hij De Nationale Assemblée naar buiten toe. Vanuit die verantwoordelijkheid kan worden verdedigd dat hij publiek afstand neemt van uitlatingen die volgens hem indruisen tegen de constitutionele waarden waarop volksvertegenwoordigers hun eed hebben afgelegd.
De juridische discussie ontstaat echter bij de vraag of die verantwoordelijkheid hem ook de bevoegdheid geeft een parlementaire vergadering stil te leggen vanwege uitspraken die buiten de vergaderzaal zijn gedaan. Het Reglement van Orde is in hoofdzaak bedoeld om de orde tijdens de parlementaire beraadslagingen te bewaken. Een voorzitter beschikt weliswaar over een zekere beoordelingsruimte om een vergadering te schorsen of te verdagen, maar die bevoegdheid is traditioneel gekoppeld aan het ordelijk verloop van de vergadering zelf.
Een rechtsgeleerde zou kunnen betogen dat Adhin de Grondwet terecht als normatief kompas gebruikt, maar dat de handhaving van vermeende grondwettelijke schendingen primair behoort tot de rechter, het parlement als geheel of politieke sancties binnen de Assemblee, en niet uitsluitend tot het oordeel van de voorzitter. Anders ontstaat het risico dat een voorzitter op basis van een eigen interpretatie van constitutionele normen vergaderingen kan stilleggen, wat de neutraliteit van het voorzitterschap onder druk zet.
Daar staat tegenover dat het massale vertrek van vrouwelijke Assembleeleden een directe verstoring van de parlementaire werkzaamheden veroorzaakte. Vanuit dat perspectief kan worden verdedigd dat de voorzitter niet zozeer reageerde op de oorspronkelijke uitspraak, maar op de ontstane ontwrichting van de vergadering.
De kernvraag is daarom niet of Adhin de Grondwet mocht verdedigen. Die verantwoordelijkheid staat nauwelijks ter discussie. De vraag is of het gekozen middel – het voor onbepaalde tijd verdagen van de vergadering – een proportionele en juridisch gedragen uitoefening van zijn bevoegdheid was. Juist daarover zullen staatsrechtjuristen waarschijnlijk verdeeld blijven.
- In memoriam: Kunstenaar Nelson Carrilho (1953-2026)..
- Local Content Summit moet nationale koers tot 2050 vastlegg…..
- Kanhai ziet gratiekans voor Van Trikt bij 51 jaar onafhanke…..
- Behandeling grensprotocol Suriname en Frankrijk uitgesteld …..
- Markoesatraining Commewijne benadrukt gevaren van ‘co…..
- Goed onderhoud moet zonne-energiesystemen binnenland verduu…..
- Voor elke Surinamer 1×24 uur stroom tegen 2030..
- Kersten stelt studiebeurzen van USD 50.000 beschikbaar voor…..
- Concacaf Nations League in september: Hoe zal Natio eruitzi…..
- Joepie! De voetbalgekte is voorbij!..
- Bekendmaking verbruikers met betalingsachterstand EBS..
- Onderzoek naar vissterfte richt zich op mogelijk chemisch l…..
- Update: Bromfietser komt om bij verkeersongeval; duorijdste…..
- Zuid-Japan: Doden en schade na aardbeving magnitude 7,1..
- Sital Indradj Shardhanand..
- Betalingskwestie eindigt in ontvoering van moeder en haar t…..
- Onderzoeksresultaten wijst op chemische oorzaak massale vis…..
- Heritagemaand..
- Eckhorst: Suriname weet mogelijk niet welke koers het wil v…..
- Zes nieuwe Surinaamse artsen studeren af aan Cubaanse unive…..
- Curaçao mikt op Surinaamse bezoekers met reeks grote evenem…..