GOOD GOVERNANCE IN SURINAME LIJKT FICTIE

Een recente publieke presentatie na de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van een beursgenoteerd bedrijf, heeft opnieuw de aandacht gevestigd op een kernvraag binnen goed ondernemingsbestuur. In dit geval werden de financiële resultaten en de gang van zaken binnen de onderneming toegelicht door de voorzitter van de Raad van Commissarissen, terwijl het bedrijf opereert volgens een two-tier bestuursmodel. Dat roept vragen op over rolverdeling, onafhankelijk toezicht en de perceptie van good governance. Internationaal erkende governance-deskundigen benadrukken al jaren, het belang van een duidelijke scheiding tussen bestuur en toezicht.
De OESO stelt in haar Principles of Corporate Gouvernante dat het bestuur verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding, strategische keuzes en financiële verantwoording, terwijl de toezichthoudende raad primair belast is met controle, beoordeling en advisering. Deze scheiding vormt de basis voor effectieve checks and balances binnen een onderneming. Volgens Sir Adrian Cadbury, grondlegger van moderne corporate governance-standaarden, is goed bestuur meer dan het volgen van regels alleen. Het draait om het creëren van structuren die macht spreiden en misbruik voorkomen. Wanneer toezichthouders zich publiekelijk opstellen als woordvoerders van de operationele prestaties van een onderneming, kan het onderscheid tussen toezicht en uitvoering vervagen. Dat hoeft niet te wijzen op feitelijke misstanden, maar kan wel afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van het toezicht. Governance-experts wijzen erop dat perceptie een cruciale rol speelt bij vertrouwen. In kleinere economieën zoals Suriname, waar zakelijke, politieke en maatschappelijke netwerken vaak nauw met elkaar verbonden zijn, is die perceptie extra gevoelig. Wan-neer de voorzitter van de Raad van Commissarissen naar buiten toe het verhaal van het management presenteert, kan bij aandeelhouders en het bredere publiek de indruk ontstaan, dat toezichthouders onvoldoende afstand houden tot de uitvoerende leiding. Professor Mervyn King, bekend van de King-rapporten over corporate governance in Zuidelijk Afrika, benadrukt dat verantwoordelijkheid en verantwoording altijd duidelijk gescheiden moeten blijven. Toezicht is effectief wanneer het kritisch, onafhankelijk en zichtbaar controlerend is. Zodra toezichthouders taken overnemen die bij het bestuur horen, wordt het lastiger om bestuurders scherp ter verantwoording te roepen over beleid en prestaties. Voor Suriname is deze discussie bijzonder relevant. Ons land werkt aan versterking van instituties, transparanter bestuur en een aantrekkelijker investeringsklimaat. Internationale investeerders, ontwikkelingsbanken en kredietbeoordelaars hechten groot belang aan de kwaliteit van governance-structuren, vooral bij beursgenoteerde ondernemingen en staatsbedrijven. Duidelijke rolafbakening fungeert daarbij als een belangrijk signaal van betrouwbaarheid en institutionele volwassenheid. Good governance draait uiteindelijk niet alleen om formele naleving van statuten en wetgeving, maar om het respecteren van de geest achter die regels. Heldere rolverdeling beschermt zowel bestuurders als toezichthouders en versterkt het vertrouwen van aandeelhouders en samenleving. De kernvraag blijft daarom niet wie een presentatie kan geven, maar wie dat vanuit zijn of haar rol behoort te doen. Die afweging is essentieel voor duurzaam vertrouwen in het Surinaamse ondernemingsbestel. Of is het zo dat de good governance-structuur binnen bepaalde organisaties, gewoonweg fictie is?
The post GOOD GOVERNANCE IN SURINAME LIJKT FICTIE ..