Gloria Bottse wil bescherming 5 verwaarloosde kinderen – nu

INGEZONDEN

Gloria Bottse vraagt in een openbrief aandacht voor vijf minderjarige kinderen die structureel worden blootgesteld aan ernstige verwaarlozing. De ernst, duur en herhaling van deze situatie laten geen ruimte meer voor stilzwijgen, uitstel of afwachten. De brief is gericht aan allen die verantwoordelijk zijn, of zich verantwoordelijk behoren te voelen.

Het betreft vijf minderjarige kinderen, in de leeftijd van vijf jaar tot zeven maanden. Zij verblijven bij hun ouders onder omstandigheden die aantoonbaar schadelijk zijn voor hun gezondheid, veiligheid en ontwikkeling. Deze situatie is niet nieuw en niet onbekend. Eerder is door de bevoegde autoriteiten vastgesteld dat sprake was van een acute en ernstige onveilige situatie, hetgeen heeft geleid tot een uithuisplaatsing.

“Daarnaast roken de kinderen sigaretten die zij van hun ouders pakken”

Terugplaatsing zonder duurzame waarborg

Die uithuisplaatsing betekende een duidelijke erkenning door de Staat dat de ouders niet in staat waren de veiligheid van hun kinderen te garanderen. Daarmee was ook de kennis van de risico’s en de noodzaak tot bescherming ondubbelzinnig aanwezig.

Na een periode van twee maanden zijn de kinderen teruggeplaatst bij de ouders, nadat was geoordeeld dat aan bepaalde voorwaarden zou zijn voldaan, waaronder het opruimen van de woning. De conclusie dat de veiligheid hiermee voldoende zou zijn hersteld, is gebaseerd gebleken op een momentopname en niet op een structurele, duurzame beoordeling van opvoedvaardigheden, toezicht en daadwerkelijke veiligheid. Van intensieve begeleiding, frequente controles en afdwingbare voorwaarden is onvoldoende sprake geweest.

Huidige feitelijke omstandigheden

Bij een recent bezoek zijn opnieuw ernstige tekortkomingen vastgesteld. De kinderen doen hun behoefte buiten; fecaliën liggen op het erf. Er is geen toegang tot douche- of adequate sanitaire voorzieningen. De kinderen slapen op vervuilde matrassen, dragen vuile kleding en vertonen duidelijke tekenen van verwaarlozing.

De baby wordt gevoed met een papfles die op een vervuilde vloer ligt. Een kind van vijf jaar verricht zorgtaken door pap te bereiden voor de baby, wat wijst op een ernstige verschuiving van ouderlijke verantwoordelijkheden. 

Daarnaast roken de kinderen sigaretten die zij van hun ouders pakken, wat duidt op ernstig toezicht- en opvoedingsfalen en directe gezondheidsrisico’s. De moeder ontkent deze omstandigheden. Er is echter beeldmateriaal beschikbaar dat deze feiten ondersteunt.

Falend toezicht en gebrek aan nazorg

Suriname heeft in 1993 het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind geratificeerd. Dit verdrag verplicht de Staat om kinderen te beschermen tegen alle vormen van verwaarlozing. Artikel 3 bepaalt dat het belang van het kind bij alle maatregelen de eerste overweging moet zijn. Artikel 19 verplicht tot actieve bescherming wanneer ouders of verzorgers tekortschieten. Nu eerder reeds is vastgesteld dat de ouders de veiligheid niet konden garanderen, rustte bij terugplaatsing een verhoogde zorg- en toezichtplicht op de Staat.

De terugplaatsing zonder structurele en intensieve nazorg heeft ertoe geleid dat de kinderen opnieuw zijn blootgesteld aan omstandigheden die hun gezondheid en ontwikkeling ernstig schaden. Het tijdelijk voldoen aan praktische voorwaarden kan nooit worden aangemerkt als een duurzame garantie voor veiligheid en welzijn.

Dit is geen incident. Dit is systeemfalen. Oproep aan overheid én bedrijfsleven. Naast een dringende oproep aan de bevoegde overheidsinstanties richt ik mij met deze open brief expliciet tot het Surinaamse bedrijfsleven. Kinderbescherming en crisisopvang zijn een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid. Wanneer de overheid tekortschiet in capaciteit, middelen of infrastructuur, moet samenwerking volgen. Bedrijven kunnen en moeten — in partnerschap met de overheid — bijdragen aan:

het realiseren en financieren van crisisopvang en noodvoorzieningen;

het beschikbaar stellen van gebouwen, hotelkamers of leegstaande panden;

publiek-private samenwerkingen gericht op structurele kinderbescherming;

maatschappelijke investeringen waarbij het belang van het kind centraal staat.

Er is geen tijd meer voor uitstel, procedures of overleg op de lange termijn. Deze kinderen leven nu in omstandigheden die onveilig en onmenselijk zijn. Elk uur dat wordt gewacht, vergroot de schade. Wanneer reguliere crisisopvang ontbreekt, moet onmiddellijk creatief en daadkrachtig worden gehandeld. Desnoods worden hotelkamers gehuurd, tijdelijke opvanglocaties ingericht of noodoplossingen georganiseerd buiten de bestaande structuren. 

Het ontbreken van plek, budget of beleid mag nooit zwaarder wegen dan het recht van een kind op veiligheid. Bottse roept op om de veiligheidssituatie van deze minderjarigen onmiddellijk en integraal te herbeoordelen, per direct beschermende maatregelen te treffen indien veiligheid niet aantoonbaar gegarandeerd is en alle beschikbare middelen in te zetten, inclusief noodopvang in hotels of andere tijdelijke locaties;

Ook is het van belang om intensieve begeleiding voor de ouders te organiseren, structureel toezicht en controle te waarborgen, transparant te communiceren over de genomen en voorgenomen maatregelen. “Kinderen hebben geen stem in falende systemen. Volwassenen en instituties hebben die wel”.