Geloof en vertrouwen

Afgelopen weekend bezocht ik de agrarische beurs op het KKF-beursterrein. Ik was aangenaam verrast door de opzet. Uit ervaring met beurzen in Suriname zie je vaak dat de nadruk ligt op verkoop in plaats van op het presenteren van nieuwe ontwikkelingen binnen een sector. Maar op deze agrarische beurs stonden standhouders juist klaar om hun producten – sommige nieuw, andere vernieuwd – aan de bezoekers te presenteren.

Het mooie was dat zij ruim de tijd namen om uit te leggen hoe hun producten zijn ontwikkeld en wat deze uniek maakt. Het was lekker druk en er waren veel jongeren aanwezig. Mooi was ook om te zien dat de ondernemers de verschillende aspecten goed hebben aangepakt, van verpakking tot marketing. Ik hoor al jaren dat Suriname veel potentieel heeft op het gebied van landbouw. Na mijn bezoek aan de beurs ben ik ervan overtuigd dat een aantal landbouwers dit potentieel al heeft omgezet in tastbare producten. De vraag is nu hoe deze producten verder ontwikkeld kunnen worden richting grotere afzetmarkten.

Mijn vriend Vincent Kenswil zei vaak tegen me: “Je hoeft in Suriname maar een stok in de grond te steken en er groeit iets.” Daar zit zeker waarheid in. We hebben vruchtbare grond en alles wat nodig is om iets te laten groeien of bloeien.

Maar het wordt tijd dat we dit potentieel beter benutten en er meer mee doen. Het aanleggen van moestuinen zou bijvoorbeeld weer gestimuleerd moeten worden, iets wat de laatste jaren is verwaarloosd. Ook zou het goed zijn om meer te werken met Surinaamse groenten en die vaker centraal te zetten in onze keuken. Juist die producten blijken ook internationaal interessant. Mensen uit het buitenland waarderen onze groenten zoals klaroen, tayerblad, bitawiwiri en sopropo heel erg.

Meerdere regeringen hebben gesproken over de ambitie dat Suriname een ‘voedselschuur’ voor het Caribisch gebied en zelfs voor de wereld kan worden. In de praktijk wordt echter nog te weinig gedaan om de agrarische sector echt te stimuleren en uit te breiden. Maar dit kan en mag niet alleen van de overheid afhangen; ook consumenten spelen hierin een rol. We zijn nog vaak sterk gericht op buitenlandse producten en hebben- vaak onbewust – het idee dat die beter zijn dan lokale.

Daar gaat het juist mis, want veel Surinaamse producten zijn de afgelopen jaren juist verbeterd en kunnen concurreren met buitenlandse alternatieven. Sommige worden zelfs al in het buitenland verkocht als speciale producten

Het wordt tijd dat we anders gaan kijken naar Surinaamse makelij. Trots zijn op eigen producten moet weer groeien. Er liggen interessante tijden in het verschiet, met onder andere de olie- en gasontwikkelingen, maar juist daarom is het belangrijk dat Surinaamse producten worden meegenomen in deze groei – en dat ze worden aangeboden aan bedrijven en consumenten die op de markt komen.

Belangrijk is dat ondernemers hierbij worden ondersteund in hun ontwikkeling, bijvoorbeeld via trainingen en hulp bij certificering. En misschien is het belangrijkste dat consumenten ondernemers ondersteunen met iets heel eenvoudig maar krachtig: vertrouwen.-.

headleydwt@gmail.com