Tekst Ivan Cairo
PARAMARIBO – De parlementaire onderzoekscommissie die belast is met het onderzoek naar de vorderingen tot in staat van beschuldigingstelling van voormalige ministers, acht zich onvoldoende geïnformeerd om een zorgvuldig en verantwoord eindadvies uit te brengen aan De Nationale Assemblee. Dat standpunt werd woensdag ingenomen tijdens de laatste vergadering van de commissie. In het eindsverslag waar de Ware Tijd de hand op heeft weten te leggen, wordt daarom geen advies gegeven.
De procureur-generaal (pg) had ruim drie maanden geleden vorderingen bij het parlement ingediend om de ex-ministers Bronto Somohardjo, Gillmore Hoefdraad en Riad Nurmohamed in staat van beschuldiging te stellen, zodat het Openbaar Ministerie strafrechtelijke onderzoeken naar deze ex-bewindslieden kan voortzetten. De uiterlijke beslisdatum waarop het parlement een besluit moet hebben genomen, verstrijkt op 9 juni. Indien er geen besluit wordt genomen, wordt dat beschouwd als een afwijzing van het verzoek van de pg.Onderzoekstraject afgerondVolgens de commissie is het volledige onderzoekstraject inmiddels doorlopen. Sinds haar instelling heeft zij negen vergaderingen gehouden en verschillende betrokkenen en stakeholders gehoord. Ook werd op initiatief van de commissie een aanvullende stakeholder uitgenodigd om zijn visie te geven. Tijdens de slotvergadering werd vastgesteld dat de commissie voortvarend uitvoering heeft gegeven aan haar opdracht en daarbij steeds heeft gestreefd naar een zorgvuldige en evenwichtige behandeling van de voorliggende kwesties.Binnen de commissie bestonden echter uiteenlopende opvattingen over de vraag of voldoende informatie beschikbaar was om tot een definitief oordeel te komen. Een deel van de leden stelde dat de procedure conform de wettelijke voorschriften is gevolgd en dat de commissie, op basis van de ontvangen informatie en de gevoerde gesprekken, in staat is een eindadvies uit te brengen over de vraag of het politiek-bestuurlijk algemeen belang is gediend met toewijzing van de vorderingen.Andere commissieleden waren van mening dat nog fundamentele vragen onbeantwoord zijn gebleven. Daarbij werd onder meer gewezen op onduidelijkheden rond de betrokkenheid van andere functionarissen, de afbakening van individuele verantwoordelijkheden en aspecten die verband houden met eerdere procedures en de communicatie vanuit het Openbaar Ministerie (OM).Discussie over uitleg van de wetEen belangrijk discussiepunt vormde de uitleg van de relevante wettelijke bepalingen, in het bijzonder de samenhang tussen de artikelen 5 en 9 van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling Politieke Ambtsdragers (WIPA). Sommige leden waren van oordeel dat de commissie zich uitsluitend dient te beperken tot procedurele vereisten en de vraag of zij genoegzaam is geïnformeerd. Volgens hen behoort een inhoudelijke beoordeling van de onderliggende strafzaken niet tot de taak van de commissie.Daartegenover stelden andere leden dat het begrip “genoegzaam geïnformeerd” juist vereist dat een beperkte inhoudelijke toetsing plaatsvindt om te kunnen beoordelen of de aangeleverde informatie voldoende basis biedt voor een verantwoord oordeel.Kritiek op communicatie OMTijdens de beraadslagingen werd tevens kritiek geuit op de wijze waarop het OM heeft gereageerd op verzoeken om nadere toelichting. Verschillende leden vonden dat essentiële vragen onbeantwoord zijn gebleven doordat het OM uitsluitend schriftelijk heeft gereageerd, terwijl de commissie binnen een wettelijke termijn haar werkzaamheden moest afronden. Andere leden wezen erop dat het OM gerechtigd was schriftelijk te communiceren en dat deze werkwijze geen afbreuk doet aan de zorgvuldigheid van de procedure.Ook toehoorders kregen gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen. Daarbij werd onder meer de vraag opgeworpen of de commissie zonder inzage in het volledige dossier wel als genoegzaam geïnformeerd kan worden beschouwd. Tevens werd gepleit voor een evenwichtige weergave van alle standpunten in het eindverslag.Meerderheid ziet nog fundamentele vragenUiteindelijk stelde de meerderheid van de commissie vast dat ten aanzien van alle vorderingen nog fundamentele vraagstukken bestaan die om verduidelijking vragen. Volgens de commissie was het OM de aangewezen instantie om die noodzakelijke informatie te verschaffen. Omdat die verduidelijking volgens de meerderheid is uitgebleven, acht de commissie zich, onder verwijzing naar artikel 9 van de WIPA, niet voldoende geïnformeerd om tot een gedegen, zorgvuldig en verantwoord advies aan De Nationale Assemblee te komen.De commissie brengt donderdag (vandaag) tijdens de huishoudelijke vergadering van De Nationale Assemblee verslag uit van haar bevindingen. De openbare vergadering om deze kwestie te behandelen wordt na de huishoudelijke vergadering gehouden.
- DNA bepaalt donderdag wijze van stemmen over vordering oud-…..
- Belangstelling voor Surinaamse urbanmuziek in Nederland gro…..
- DNA vraagt opheldering over sloop Danny’s Villapark; …..
- Ontruiming, sloop en bedreiging: Bewoners Mungra-project tr…..
- Jogi: ´Agrarisch beleid ontbreekt, boeren worden aan hun lo…..
- ‘Our Suriname – Dis’ Na Wi’: Lancering nationale campagne v…..
- Een modderpoel kan niet in één stap veranderen in drinkwate…..
- Honderden kinderen bidden voor vrede, onderwijs en de toeko…..
- Geerlings-Simons: ‘Tijd om groot potentieel van onze landen…..
- Rubrieken woensdag 3 juni 2026..
- Doorbraak in onderwijsconflict: Scholen open na akkoord ove…..
- Nobelprijs voor André..
- Onderwijsbonden en regering bereiken akkoord; morgen school..
- VN waarschuwt: minder fondsen bedreigen hulp aan Rohingya-v…..
- Acties onderwijsveld..
- Kabinet President biedt voedselhulp aan door wateroverlast …..
- Mathoera kritisch over aanhouden Comptabiliteitswet 2024..
- Examens niet in gedrang: leraren strijden voor beter onderw…..
- Odily Pallees: Winnaar ‘The Next Big Thing’ klaar om volgen…..
- Gewapende overvallers knevelen bewaker bij RGD-polikliniek..
- Simons in Brazilië blij gemaakt met een dode mus, terwijl L…..