Door Ivan Cairo
PARAMARIBO – In De Nationale Assemblee zijn maandag kritische vragen gesteld aan de regering over de legitimiteit van de nieuwe Raad van Commissarissen (RvC) bij de Centrale Bank van Suriname. Onder anderen VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien uitte zijn zorgen over de wijze waarop de raad zou zijn gewijzigd, terwijl volgens hem de bestaande raad nog een geldige benoeming had.Volgens Gajadien raakt de kwestie direct aan het vertrouwen in het financieel-monetaire stelsel van het land. Hij wees erop dat de regels rond het bestuur van de Centrale Bank duidelijk zijn vastgelegd in de Bankwet van Suriname. “We maken ons ernstig zorgen over zeker ons financieel-monetair stelsel, waar de Centrale Bank een belangrijke rol in speelt,” stelde hij in het parlement.De VHP-fractieleider gaf aan dat recent een nieuwe raad tot stand zou zijn gebracht, terwijl er al een bestaande raad was die voor een termijn van vijf jaar was benoemd. Volgens hem is dat gebeurd via een missive die volgens hem niet strookt met de bepalingen in de Bankwet.“Wij hebben hier in het parlement een Bankwet tot stand gebracht en in de Bankwet zijn er regels opgenomen hoe gehandeld dient te worden,” zei Gajadien. “We hebben recent gezien dat er een raad tot stand is gebracht terwijl er een bestaande raad was, gekozen voor vijf jaar, benoemd voor vijf jaar.”Onduidelijkheid
De parlementariër stelde dat er inmiddels onduidelijkheid is ontstaan over welke raad rechtsgeldig is. Hij sprak zelfs van een bestuurlijk vacuüm bij de Centrale Bank. “We zien op dit ogenblik dat er een vacuüm is ontstaan en we willen duidelijkheid van de regering verkrijgen wat zich daar afspeelt,” aldus Gajadien. Volgens hem kan de nieuw benoemde raad vooralsnog niet bijeenkomen, wat de onzekerheid verder vergroot.Gajadien benadrukte dat de situatie snel moet worden opgehelderd. “Er is onduidelijkheid welke raad nu legitiem is en hoe daar gehandeld wordt,” zei hij. Hij riep de regering op om direct uitleg te geven, omdat het volgens hem onaanvaardbaar is dat een nationale financiële instelling in een dergelijke positie terechtkomt. Ter ondersteuning van zijn fractieleider vroeg Mahinder Jogi welke bepalingen in de Bankwet met de aanstelling van de nieuwe RvC zijn overtreden.Namens de regering reageerde vicepresident Gregory Rusland. Hij onderstreepte dat stabiliteit en vertrouwen in het financiële beleid vooropstaan en dat de regering zich daarvan bewust is.“Ten aanzien van de Centrale Bank moeten we beleid voeren waarbij we steeds vertrouwenwekkend overkomen en besluiten nemen richting de stabiliteit van onze financiële situatie,” verklaarde Rusland in zijn reactie.Nog geen inhoudelijke reactie regering
De vicepresident gaf echter aan dat een inhoudelijke toelichting op de kwestie later zal volgen. Hij gaf aan dat de minister van Financiën en Planning op een ander moment uitgebreider zal ingaan op de benoeming van de raad en de ontstane situatie.“Wat dat betreft zullen we wachten op de minister van Financiën om daar gedetailleerd op in te kunnen gaan,” zei Rusland. Hij voegde daaraan toe dat de regering er alles aan zal doen om twijfel over goed en verantwoord bestuur te voorkomen. “De signalen en maatregelen vanuit de Centrale Bank moeten zodanig zijn dat er geen twijfel bestaat over goed bestuur, omdat we natuurlijk een stabiele situatie willen hebben.”
Benoeming nieuwe raadsleden
Op 13 maart 2024 benoemde toenmalig president Chan Santokhi een nieuwe raad van commissarissen bij de Centrale Bank van Suriname. Krachtens artikel 32, lid 5 van de Bankwet van Suriname worden de leden van de RvC voor een periode van vijf jaar benoemd. Zij zijn na hun aftreden terstond herbenoembaar voor maximaal één extra zittingstermijn. Het tussentijds benoemen van nieuwe RvC-leden voordat de termijn van de zittende leden is verstreken, is in de wet niet geregeld.In artikel 32, lid 6 is wel bepaald dat een commissaris die niet langer voldoet aan de eisen voor de uitoefening van zijn of haar functie door de overige leden van de raad en de CBvS-directie bij de regering wordt voorgedragen voor schorsing of ontheffing uit de functie. “Een besluit tot schorsing of ontheffing dient met redenen te zijn omkleed. Alvorens een besluit te nemen, zal de regering de betreffende commissaris de gelegenheid geven door de regering te worden gehoord”, aldus artikel 32, lid 6 van de Bankwet. Ontheffing uit de functie kan voorts ook op eigen verzoek plaatsvinden.Per 15 februari van dit jaar stelde de regering een nieuwe raad van commissarissen aan bij de CBvS. Deze raad staat onder leiding van voormalig governor Glenn Gersie. In financiële kringen en onder juristen zorgde deze ontwikkeling voor gefronste wenkbrauwen en rezen vragen over de legitimiteit van de nieuwe raad. Nu zijn hierover ook in het parlement vragen gerezen.
- Vakbond OW MCP vraagt snelle ingreep van ministerie RO..
- IN MEMORIAM — Reginald ‘Bes’ Tjon-Akon: Geliefd, gepassione…..
- Technische staf Natio..
- POLITIEK THEATER..
- LVV start trainingen voor beginnende pluimveehouders..
- Zeventien dagen van escalatie in de VS-Israël-Iran oorlog..
- Deelname Iran aan WK 2026 onder druk door spanningen met VS..
- Man doet aangifte ter zake misbruik van kopie ID-kaart door…..
- SPB-voorzitter Eijk tevreden over samenwerking met minister…..
- Centrale banken heroverwegen renteverlagingen vrees voor ni…..
- Danitsia Sahadewsing brengt soca naar The Voice of Holland …..
- Trump geïnformeerd dat nieuwe Iraanse leider Mojtaba Khamen…..
- VHP-INTERPELLATIE PARLEMENTAIRE NOODZAAK..
- KINDEREN VERZUIPEN IN HET ONDERWIJSSYSTEEM..
- LVV en pluimveesector zoeken oplossingen voor knelpunten..
- Eersel uit op heroveren kickbokswereldtitel..
- Van Dijk-Silos: regering kan Hof vragen procureur-generaal …..
- LVV traint beginners in pluimveehouderij om productie in Su…..
- Omstreden lijst van boothouders leidt tot onrust in Boven-S…..
- Commissie Monumentenzorg geschokt over uitspraak minister C…..
- Bedrijfsleven waarschuwt voor impact mondiale crisis en ple…..