De recente uitspraken van het hoofd van het Examenbureau, waarin de verantwoordelijkheid voor de tegenvallende examenresultaten in belangrijke mate bij het onderwijsveld lijkt te worden gelegd, zijn teleurstellend en zorgwekkend.
Wanneer gaat het Examenbureau eerst kritisch naar zichzelf kijken voordat het met een beschuldigende vinger naar scholen, leraren en leerlingen wijst?
Laat één ding duidelijk zijn: scholen, directies, leraren én leerlingen doen dagelijks wat binnen hun mogelijkheden ligt. Natuurlijk zijn er verbeterpunten. Maar wie structurele problemen wil oplossen, moet eerst de oorzaken onderzoeken en niet beginnen met het aanwijzen van schuldigen.
Daarom wil ik aan het hoofd van het Examenbureau zeven fundamentele vragen voorleggen.
1. Sluiten de toelatingsexamens nog aan op het curriculum?
Na COVID-19 zijn binnen het curriculum van de leerjaren 9 en 10 — voorheen de eerste twee leerjaren van het mulo — ingrijpende veranderingen doorgevoerd. Met name het niveau van exacte vakken en rekenen lijkt op onderdelen te zijn afgenomen.
Tegelijkertijd krijgen leerlingen in hogere leerjaren te maken met examenstof die qua niveau en inhoud sterk doet denken aan het programma van twintig jaar geleden.
Is deze aansluiting nog logisch en verantwoord?
2. Zijn de randvoorwaarden op orde?
Heeft het Examenbureau samen met het ministerie onderzocht of scholen beschikken over voldoende en actuele lesmaterialen, geschikte faciliteiten, de benodigde apparatuur, voldoende bevoegde leerkrachten en adequate ondersteuning?
Het is moeilijk scholen en leraren verantwoordelijk te houden voor resultaten als niet eerst is vastgesteld of de omstandigheden waaronder zij werken op orde zijn.
3. Wat zijn de gevolgen van COVID-19?
Heeft het Examenbureau systematisch onderzocht welke langetermijneffecten de coronaperiode heeft gehad op leerachterstanden, basisvaardigheden, motivatie, rekenvaardigheid, kennisontwikkeling en de aansluiting tussen leerjaren?
En vooral: welke invloed hebben deze factoren op de huidige examenprestaties?
4. Waar zijn de eindtermen en kwaliteitsbewaking?
Een examen moet gebaseerd zijn op duidelijke eindtermen, leerdoelen en het curriculum.
Hoe bewaakt het Examenbureau dat examens daadwerkelijk aansluiten op deze vastgestelde eindtermen? En hoe wordt gecontroleerd of moeilijkheidsgraad, vraagstelling en inhoud evenwichtig zijn?
Een examen mag geen verrassing zijn met leerstof of vraagstellingen waarop leerlingen onvoldoende zijn voorbereid.
5. Wie stelt onze examens eigenlijk op?
Goede toetsontwikkeling vereist vakinhoudelijke deskundigheid, toetsdeskundigheid en structurele kwaliteitscontrole.
Daarom zijn belangrijke vragen:
Hoe breed is het team dat examens ontwikkelt?
Hoeveel ervaren vakdocenten zijn structureel betrokken?
Welke toetsdeskundigen beoordelen de examens?
Welke kwaliteitscontroles vinden vooraf plaats?
En vooral: hoeveel invloed heeft het onderwijsveld daadwerkelijk?
Bij gerenommeerde toetsinstituten, zoals Cito, is brede expertise onderdeel van de kwaliteitsbewaking. Waarom zou dat bij onze examens anders moeten zijn?
6. Waar is de tussentijdse evaluatie?
Een Examenbureau zou niet alleen zichtbaar moeten zijn wanneer de examenresultaten bekend zijn.
Waar was de tussentijdse evaluatie? Waarom worden knelpunten niet eerder gesignaleerd? En waarom worden scholen en vakdocenten niet structureel betrokken bij de analyse van toetsresultaten?
Heeft het Examenbureau gedurende het schooljaar gebruikgemaakt van tussentijdse examens, proefexamens of andere systematische meetmomenten om tijdig vast te stellen waar leerlingen vastlopen en waar bijsturing nodig is?
Een goed kwaliteitssysteem werkt niet alleen achteraf, maar juist vooraf, tijdens én na het examen.
7. Waarom dalen de slagingsresultaten binnen de S-richtingen al meerdere jaren?
Als resultaten binnen bepaalde richtingen structureel dalen, moeten we onderzoeken waarom. Zijn er problemen in het curriculum, de aansluiting tussen leerjaren, de examinering, begeleiding of randvoorwaarden?
Pas na zo’n brede analyse kan verantwoord worden gesproken over verantwoordelijkheid.
Mijn boodschap aan mevrouw Pelswijk is daarom duidelijk:
Mevrouw Pelswijk, wilt u verandering? Begin dan bij uzelf.
Kijk eerst in de spiegel voordat u met de vinger naar anderen wijst. Onderwijs verbeteren doe je niet door schuldigen aan te wijzen, maar door problemen eerlijk te analyseren en samen verantwoordelijkheid te nemen.
Erak Fatehmohamed
The post Examenresultaten onder vuur: eerst de spiegel, daarna de vinger appeared first on Suriname suriname.
- Poortgebouw Bisdom wordt gerestaureerd..
- Jarbandhan: ‘Fiscale zaken vragen om een eigen minister’..
- Minister Noersalim: Overeenkomst met Braganza geen sluiprou…..
- Essed: coalitie riskeert maatschappelijk verzet bij aantast…..
- SIMONS ZET BONDEN SCHAAKMAT MET VERHOGING..
- VS voert nieuwe aanvallen uit op Iran; Teheran kondigt “zwa…..
- Speedboot vliegt door de lucht en slaat over de kop..
- Currie: 100 nieuwe lokalen en renovatie 35 scholen voor nie…..
- Minister Huur wil DC’s Sipaliwini terug in eigen best…..
- Abiamofo: US$ 500 miljoen nodig om stroomtekort structureel…..
- ‘Ik begon zonder sponsors en onzekerheid of zich deelnemers…..
- Abiamofo: US$ 500 miljoen nodig om stroomcapaciteit Surinam…..
- CLO: Regering verantwoordelijk voor uitbetaling 15% loonsve…..
- Hugo Essed: ‘Maatschappelijk middenveld zal rechtsstaat bli…..
- RO zoekt financiering voor nieuw hoofdkantoor..
- Blindenstok op straat krijgt te weinig respect van weggebru…..
- Vreemdeling ter zake overtreding Vreemdelingenwet en smokke…..
- Eerste nationale Heritage Month afgesloten bij monument Mam…..
- Currie: ´We hebben geen toverstaf om alles op te lossen’..
- VIDS vraagt regering om beschermingswet niet af te kondigen..
- Pawiroredjo waarschuwt voor gevolgen extreme droogte voor r…..