Defensie bevordert 42 militairen in kader van interne versterking

PARAMARIBO – Op het terrein van het ministerie van Defensie zijn afgelopen vrijdag 42 militairen bevorderd naar een naast hogere rang. De ceremonie markeert de eerste concrete stap in het beleid voor 2026, waarbij de rechtspositie van het personeel centraal staat. Volgens minister Uraiqit Ramsaram is een bevordering niet slechts een persoonlijke mijlpaal, maar een bevestiging van vertrouwen en onderlinge verbondenheid.

Focus op rechtspositie en resultaat

Het dienstjaar 2026 is door minister Ramsaram uitgeroepen tot het jaar van de interne versterking. Hierbij zijn vijf speerpunten vastgesteld, waarvan de rechtspositie van het defensiepersoneel een cruciale pijler is. De bewindsman benadrukte dat het beleid dit jaar wordt omgezet in tastbare resultaten.

“Vandaag krijgt de eerste groep militairen voor 2026 haar epauletten opgespeld. Dat is niet slechts een symbolische handeling, maar een zichtbaar teken dat wij doen wat wij zeggen. Dat wij daad bij het woord voegen,” stelde de minister tijdens zijn toespraak. Volgens hem draagt elke bevordering een verhaal met zich mee van volhouden en kiezen voor het grotere belang, ook wanneer dat de moeilijkste weg is.

Een voorbeeld voor de organisatie

De minister spoorde de manschappen aan om hun nieuwe rang met waardigheid te dragen en benadrukte dat er in de komende maanden meer bevorderingen zullen volgen.

“Draag deze epauletten met trots”, gaf minister Ramsaram de bevorderden mee. “Niet om de rang, maar om wat zij vertegenwoordigen. Zij staan voor het vertrouwen dat u hebt verdiend, de verantwoordelijkheid die u aankunt en het voorbeeld dat u vanaf vandaag nog nadrukkelijker bent voor anderen. Dit is pas het begin.” Hij verwees hierbij naar de eenheid binnen de organisatie: “Want unus pro omnibus (één voor allen en allen voor één) betekent ook dat vooruitgang niet voor enkelen is, maar voor ons allen. Het betekent dat wij dit samen dragen, dat succes wordt gedeeld, verbetering blijvend is en dat niemand wordt vergeten. Samen bouwen wij aan een sterkere Defensie.”

Erkenning voor zware omstandigheden

Bevelhebber van het Nationaal Leger, brigadegeneraal Werner Kioe A Sen, stond stil bij de offers die de militairen hebben gebracht. Veel van de bevorderden hebben gediend in het binnenland en langs de grenzen, vaak onder zeer zware omstandigheden. Volgens de bevelhebber is een rang dan ook geen voorrecht, maar een plicht.

“En dat vaak onder zeer zware omstandigheden. Een rang is geen voorrecht, maar een verantwoordelijkheid. Wie leidt, doet dat niet om gediend te worden, maar om anderen in staat te stellen hun taken goed uit te voeren”, aldus de bevelhebber. Hij vervolgde: “Het is onze plicht als leiders om ervoor te zorgen dat militairen krijgen waar zij recht op hebben: waardering, begeleiding en eerlijke kansen.”

De ruggengraat van Suriname

De legerleiding benadrukte dat een gemotiveerd korps essentieel is voor de nationale veiligheid, zeker in een tijd van maatschappelijke onzekerheid. Kioe A Sen hekelde de toenemende verdeeldheid in de samenleving en wees op de verbindende rol van de militair.

“Alleen samen kunnen wij bouwen aan een leger dat professioneler, betrouwbaarder en weerbaarder is. Alleen samen kunnen wij bijdragen aan de veiligheid en stabiliteit die Suriname nodig heeft en verdient. Wij leven in een tijd waarin wij worden geconfronteerd met spanning, onzekerheid en soms een verlies aan vertrouwen.” De bevelhebber sloot af door te stellen dat “wij te vaak vervallen in verdeeldheid en negativiteit, terwijl het besef van gezamenlijke verantwoordelijkheid afneemt”.