Acht maanden. Slechts acht maanden en het patroon ligt alweer open en bloot op tafel. De minister van Financiën wijst op stijgende internationale reserves als bewijs dat het economisch beleid zogenaamd werkt. Voor veel naïeve burgers klinkt dat geruststellend. Meer reserves betekent toch stabiliteit zou men denken? Technisch gezien klopt het verhaal. Volgens internationale regels mogen buitenlandse valuta die vrij beschikbaar zijn bij de Centrale Bank, worden meegeteld als internationale reserves. Ook wanneer die dollars afkomstig zijn van een keiharde lening. Wanneer de overheid een obligatie uitgeeft en de opbrengst in vreemde valuta bij de Centrale Bank parkeert, stijgen de bruto reserves. Tot zover technisch correct. Maar economisch gezien is het geen verdiende kracht uit productie of export. Het is simpelweg opnieuw keihard geleend geld. Tegenover elke dollar die als reserve verschijnt, staat een harde verplichting. Wat vandaag als buffer wordt gepresenteerd, moet morgen met rente worden terugbetaald. Deze reserves worden niet gedragen door een krachtige exportexpansie. Niet door structurele productiegroei. Niet door harde begrotingsdiscipline. Zij worden in belangrijke mate ondersteund door maar steeds oplopende schulden, leningen op leningen. Dat is geen interpretatie. Dat is balanslogica.
Bruto reserves kunnen stijgen, maar de onderliggende kwetsbaarheid groeit even hard mee! En dit gebeurt in een context waarin binnen acht maanden, opnieuw fors is geleend. Eerst 2,5 miljard USD, daarna opnieuw honderden miljoenen USD, meer dan een kwart miljard USD erbij. De toelichting door de minister bleef vaag, net als bij de eerste lening. Het is noodzakelijk. Het is beheersbaar. Dat zijn geen uitgewerkte economische strategieën. Dat zijn rookgordijnen. Waar is het gedetailleerde investeringskader? Waar is de onderbouwde cashflowprojectie? Waar is het plan dat aantoont hoe deze schulden productieve capaciteit vergroten in plaats van consumptieve gaten vullen?
We hebben dit al eerder gezien. Lenen om het ‘beheersbaar’ te houden. Hopen op toekomstige olie- en gasinkomsten. Toen met de VHP-regering onder het mom van IMF-discipline. Nu zonder de hete adem van het IMF in de nek. Men leent zich wederom suf om bestuurlijke onkunde en een diepgewortelde corrupte politieke cultuur, te maskeren. En men gokt opnieuw op toekomstige olie- en gasdollars. Maar stel dat het weer misgaat, net als toen, toen de VHP had gehoopt dat het los zou komen voor 2025. Zijn wij ons als volk bewust wat dat betekent? En zelfs als het lukt en de eerste olie- en gasinkomsten binnenstromen, waar gaan die dan heen? Juist ja, linea recta naar schuldeisers. Daarna naar politieke structuren, die u weer het mandaat heeft gegeven en die zichzelf natuurlijk eerst zullen bedienen. En wat overblijft, kruimels, zal het volk, u dus, mogen opvangen. De financiële kant is slechts één dimensie van dit drama. Wat zich in dezelfde acht maanden binnen onze instituties afspeelt, is minstens zo verontrustend. Raden van commissarissen worden gevuld met mensen zonder sectorspecifieke expertise. In complexe sectoren zoals luchtvaart worden personen geplaatst zonder diepgaande kennis van internationale regelgeving en veiligheidssystemen. In andere instellingen zien we hetzelfde patroon. Je hoeft ooit vis of garnalen te hebben verkocht en je bent kennelijk geschikt om toezicht te houden op een maritiem staatsbedrijf. Een foodspecialist kan president commissaris worden bij een luchtvaartbedrijf. Te zot voor woorden. Wanneer daarop kritiek komt, luidt het antwoord dat statuten ruimte bieden om externe deskundigheid in te huren als de raad het zelf niet weet. Aldus de presidentiële fluisteraar in gesprek met de heer Cramer van Supreme Exclusive. Dat argument is onthullend. Men benoemt geen deskundige maar politiek loyale, goed betaalde leden, om vervolgens tegen extra kosten echte expertise van buiten in te huren. Waarom niet vanaf het begin deskundige mensen benoemen? Omdat klaarblijkelijk deskundigheid ondergeschikt is aan politieke accommodatie. Dat vernietigt dit land al vijftig jaar. Adviseurs met zogenaamde titels duiken op in gevoelige dossiers. Tevens rond instellingen zoals het Staatsziekenfonds stapelen kwesties zich op. De beerput opent zich in zo’n rap tempo dat alarmerend is voor een regering die nog maar acht maanden onderweg is en had beloofd, het systeem te veranderen. Boven dit alles staat een president die plechtig beloofde het anders te doen. Maar de regie oogt ernstig diffuus. Beloften lijken selectief herinnerd of volledig vergeten. Achterkamer partijbonzen lijken meer invloed te hebben dan transparante structuren. En dit is pas maand acht!
Wat gebeurt er wanneer de olie- en gasinkomsten daadwerkelijk binnenstromen in een systeem dat nu al tekenen van institutionele erosie vertoont? Meer geld in een zwak systeem betekent geen versnelling van ontwikkeling. Het betekent een explosie van risico en corruptie van ongekende omvang. De combinatie van schuldfinanciering, stijgende maar schulddragende reserves en verzwakte controlemechanismen, is geen theoretisch gevaar. Het is een recept dat Suriname eerder heeft geproefd en waarvan het nog steeds de nasmaak draagt. Bestaat 2010 tot 2020 niet meer? Hebben we 2020 tot 2025 niet gevoeld? Zien we niet wat vijftien jaar van dit patroon hebben aangericht?
En toch zijn we weer opgescheept met dezelfde politieke cultuur en dezelfde figuren in ons DNA en regering. Hoe kan dat? Wat gaat er fundamenteel mis met ons als volk dat wij blijven lopen achter politici die ons herhaaldelijk hebben teleurgesteld, misleid en bestolen. Leiden wij collectief aan een vorm van politieke Stockholm syndroom? Wanneer dit opnieuw ontspoort, zal het volk moord en brand schreeuwen. Dan zullen dezelfde stemmen die vandaag applaudisseren roepen dat niemand hen heeft gewaarschuwd. Dan gaat men weer protesteren. Dan spreekt men over onverwachte schokken en externe factoren. Maar niets hiervan is onverwacht integendeel. Wanneer je schulden opstapelt zonder structurele productieve hervorming, wanneer je instituties verzwakt in plaats van versterkt, wanneer loyaliteit boven deskundigheid wordt geplaatst, wanneer je keer op keer kiest voor dezelfde corrupte partijen en politici, dan bouw je niet aan stabiliteit. Dan bouw je opnieuw aan een crisis. Het verschil is alleen dat de signalen al vijftig jaar zichtbaar zijn, maar steeds worden genegeerd en gebagatelliseerd. Men kan vandaag juichen over stijgende reserves.
Men kan kritiek wegzetten als negativiteit. Maar wanneer het fundament breekt, gebeurt dat niet langzaam en beleefd. Het gebeurt hard. En dan is het te laat. Dan helpt geen applaus meer. Dan helpt geen verwijt aan het buitenland. Dan helpt geen politieke slogan. Dan betaalt opnieuw de gewone Surinamer de prijs en niet de financiële en politieke elite, wees daar maar verzekerd van. U die als een naïeve burger, maar alles voor zoete koek aanneemt voor een pakketje en een beloofde job bij de overheid. Wie vandaag weigert kritisch te kijken, kiest ervoor morgen verrast te zijn en de dure prijs te betalen. En verrast worden door een crisis die je ziet aankomen, is geen ongeluk. Het is nalatigheid. Het is onverschilligheid. En misschien, nog pijnlijker, een hypocrisie die wij als samenleving maar niet willen afleren.
Romeo Stienstra
The post DE WAAN VAN VERBETERDE INTERNATIONALE RESERVES ..