GANGA / Sharda Ganga
Met afgrijzen volg ik de berichtgeving rond Danny’s Village, een verkavelingsproject waar al jaren veel gedoe om is. Deze week werden bewoners geconfronteerd met een nachtmerrie. Een ‘faceless’ stichting zegt dat zij de rechtmatige eigenaar is, en ging niet slechts over tot ontruiming van huizen, maar ook tot vernietiging. Een onmenselijke actie, vind ik. De bewoners zijn mensen die dachten dat zij een perceel hadden gekocht van de verkavelaar en daar rechtmatig woonden. Maar waar staan ze nu?
Mannen met wapens deelden briefjes uit aan de bewoners, en hielden zich zelf niet aan wat in de brieven stond. DC Budike las de ‘brief’ voor en ontkrachtte ter plek het idee dat de ontruiming en vernieling okay waren. De snelheid waarmee de stoere mannen verdwenen nadat de DC de brief ‘in kleingeld had gebroken’ was Usain Bolt-erig. De vraag is wie deze morserij gaat uitdiepen, wie zijn de notarissen die hand- en spandiensten verlenen, hoe ziet het web van oplichting eruit, en wie gaat de schade betalen?
“Wegwezen…”
Vijftien jaar geleden deelde ik op deze plek in de krant mijn ervaringen met dat verkavelingsproject. Ik herlas die oude column en dacht dat het misschien wel aardig was het opnieuw te delen (ook omdat ik in tijdnood ben vandaag).
In geval u denkt: over de doden niets dan goeds,: daar geloof ik niet in. Net zoals ik niet geloof in de mantel der partijliefde die alle zonden zou moeten bedekken. Je dood maakt de pijn die anderen is berokkend niet ongedaan.
Hier is de (iets ingekorte) column van 11 november 2011.
Enkele jaren geleden besloot ik de grote stap te nemen. Na jaren van sparen had ik net genoeg geld verzameld om nu eindelijk te durven dromen van een eigen perceel. En zo begon de jarenlange zoektocht naar een stuk grond dat a) betaalbaar was; b) niet te ver van mijn gratis- maaltijdenleverancier (mijn moeder), c) niet onderliep, en d) groot genoeg was zodat mijn buren en ik niet langer deelgenoot hoefden te zijn van elkaars biologische functies.
Al gauw kwam ik tot de ontdekking dat mijn wensenlijst niet realistisch was. Dacht ik dat ik stinkend rijk was, in de praktijk bleek dat ik met mijn centen niet veel meer kon kopen dan een stukje grond ergens ver in Noord. En zo kwam ik bij Villapark Danny terecht. Het was er nog één en al zwamp, maar dat zag ik niet. Ik zag alleen die 400 vierkante meter die ik kon betalen: mijn eigen stukje Suriname! Net zoals de Grondwet dat heeft bedoeld! En ik heb er niemand voor opgelicht, geen enkele tyuku betaald, geen enkele hiel gelikt! Zie je wel dat ‘t kan?
Ik belde mijn broer en schoonzus. Die werken beide in de private sector, en zo een zakelijke blik heeft een non-profit maatschappelijke middenvelder als ik wel nodig bij het nemen van grote financiële besluiten. En zo stonden we een zonnige middag daar in Tourtonne temidden van de wuivende grassprieten te wachten op de vertegenwoordiger van Danny’s Villapark.
Die kwam een kwartier te laat, maar dat vond ik niet erg, ik had immers alle tijd en alle geld van de wereld. De mevrouw loodste ons richting kantoor.
Maar voor we het kantoor binnen konden stappen, hielden we halt. Wat zag mijn oog? Een meer dan levensgrote muurschildering op de buitenmuur van het gebouw. Een romantische weergave van een man die de broer van Amitabh Bachchan kon zijn, met wapperende haren en open hemdskraag. Een prachtexemplaar van het mannelijk geslacht. Een man om van te dromen. Dat is pas passie, dachten we, dat is pas een adorerende fan! Ik bedoel, ik ben dol op George Clooney maar zie mezelf nog niet zijn portret op mijn buitenmuur schilderen. Wie is dat, welke filmster, vroegen wij aan de mevrouw.
Nee mevrouw, is niet een filmster, is meneer Surindre Mungra, lachte ze terwijl we binnenstapten. In het kantoor waren nog meer portretten van meneer Mungra aanwezig. Al gauw viel het woord grondhuur, en de combinatie van dat woord en die naam en dat portret…
“Wegwezen”, zeiden broer en schoonzus, en na enige plichtplegingen deden we dat.
Op de hoek van de straat hielden we stil. Het is moeilijk een auto te besturen als je naar adem hapt van het lachen. Enkele jaren later, toen de veiling van Danny’s Villapark werd aangekondigd, dronken we een flink glas cola, op onze ‘gut feeling’.
Waarom vertel ik dit verhaal? Omdat ik net begrijp dat meneer Mungra in Nickerie was opgepakt op verdenking van, zoals de politie zei ‘rommelen’ met een minderjarig meisje.
Vreemd, denk ik dan, heel vreemd. Ik dacht al die tijd dat meneer Mungra, politicus, politiek analyticus, historicus, zanger en kapitein, genoeg heeft aan zichzelf. Dat zijn eigenliefde en zelfadoratie zo groot is: daar heeft hij geen meisjes, grote of kleine, meer bij nodig. Slechts een grote spiegel.
gangadwt@gmail.com