Caricom vraagt CCJ om advies over herbenoeming secretaris-generaal

GROS ISLET – De regeringsleiders van de Caribische Gemeenschap (Caricom) hebben besloten het Caribisch Hof van Justitie (CCJ) om een adviserend oordeel te vragen over de procedure rond de herbenoeming van de secretaris-generaal van de regionale organisatie. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan het bezwaar dat Trinidad en Tobago heeft geuit tegen de gevolgde herbenoemingsprocedure van Carla Barnett.

Tijdens de retraite van de Caricom-leiders maandag hield Trinidad en Tobago vast aan zijn standpunt dat de herbenoeming niet volgens de juiste procedure heeft plaatsgevonden. Het land verzocht daarom de kwestie voor te leggen aan het CCJ, zodat het hof op basis van artikel 212 van het Herziene Verdrag van Chaguaramas een juridisch advies kan uitbrengen.

Volgens de regeringsleiders is het juist de taak van het CCJ om als hoogste instantie verdragen van de Caribische Gemeenschap uit te leggen. Caricom zal daarom de benodigde juridische stappen in gang zetten om een adviserend oordeel van het hof te verkrijgen.

Huidige situatie blijft ongewijzigd

De regeringsleiders kwamen verder overeen dat de huidige situatie rond de herbenoeming van de secretaris-generaal ongewijzigd blijft totdat het advies van het CCJ is ontvangen en door de lidstaten is besproken. Volgens de gemeenschap biedt deze aanpak de mogelijkheid om het geschil op een vreedzame en constructieve manier op te lossen, zonder dat de dagelijkse werkzaamheden van Caricom worden belemmerd.

De organisatie bevestigde daarnaast dat de lopende evaluatie van de bestuurlijke structuur van de organisatie onderdeel is van een breder hervormingsproces dat eerder tijdens de regeringsconferentie in februari in St. Kitts en Nevis werd afgesproken. Het doel daarvan is de bestuursstructuur van de gemeenschap te versterken en de effectiviteit van de organisatie verder te vergroten.

De regeringsleiders benadrukten dat de juridische procedure geen afbreuk doet aan de integriteit van een lidstaat of een individu. Volgens hen weerspiegelt het besluit juist de gezamenlijke inzet van de lidstaten om de bestuurlijke kwaliteit en transparantie van de organisatie voortdurend te verbeteren.

Tot slot spraken de regeringsleiders opnieuw hun vertrouwen uit in de doelstellingen en idealen van Caricom. Zij verklaarden eensgezind te willen blijven samenwerken om de belangen van de regio te behartigen, ondanks de vele uitdagingen waarmee de Caribische Gemeenschap momenteel wordt geconfronteerd.