INGEZONDEN
Het is goed nieuws dat Suriname sinds deze week met MapBiomas Suriname beschikt over een openbaar platform dat jaarlijks wordt bijgewerkt en veertig jaar landgebruik in kaart brengt. Voor het eerst hoeft niemand meer te gissen: 166.000 hectare bos minder sinds 1985, een bosbedekking die nog altijd rond de 93 procent van het grondgebied ligt, een mijnbouwareaal dat met meer dan 850 procent is gegroeid tot zo’n 90.000 hectare en een stedelijk gebied dat in veertig jaar is verdubbeld. Nauwkeurige, controleerbare cijfers zijn de eerste voorwaarde voor een verstandig debat.
Maar het woord waarmee dat debat meestal wordt gevoerd — bos dat “verdwijnt” — dekt de lading niet en raakt de kern van het vraagstuk niet. Er verdwijnt in de meeste gevallen namelijk helemaal niets; er vindt een transformatie plaats. Een hectare primair bos wordt een hectare akkerland, weiland, mijnbouwterrein of woonwijk. De vegetatie die wordt verwijderd, is met een één-op-éénboekhouding (hectare bos eraf, hectare bos minder) weliswaar correct beschreven, maar dat zegt niets over wat ervoor in de plaats komt, hoe blijvend die verandering is en welk deel van de onderliggende functies van bodem, water en lucht behouden blijft, kan worden hersteld of juist onomkeerbaar verloren gaat.
Een simpel percentage bosbedekking behandelt de omzetting van bos naar een familiebedrijf met wisselbouw en de omzetting naar een open mijnbouwput als exact hetzelfde verlies. Dat is precies de reden waarom de discussie over landbouwgrond — waarin wordt gesteld dat geen bos meer mag worden opgeofferd aan landbouw, zeker niet op grote schaal, en dat uitbreiding zich zo nodig moet beperken tot de kustvlakte — vaak blijft steken in een welles-nietesdiscussie over één enkel getal. De werkelijk relevante vraag blijft daardoor onbeantwoord: wat is de nettoverandering in de kwaliteit van bodem, water en lucht, en hoe verhoudt die zich tot de nettoverandering die mijnbouw, verstedelijking of houtkap veroorzaken?
Internationaal bestaat al ruime ervaring met het samenvoegen van uiteenlopende milieugegevens tot één cijfer. De Environmental Performance Index (EPI) van Yale University doet dit sinds 2006 voor complete landen door tientallen indicatoren voor ecosysteemvitaliteit en milieudruk op de volksgezondheid samen te wegen tot één score tussen 0 en 100. De opzet is vergelijkbaar met die van de Human Development Index, waarin inkomen, gezondheid en onderwijs worden samengebracht in één indicator.
Ook methoden zoals de ecologische voetafdruk en levenscyclusanalyses gaan binnen de landbouw- en industriewetenschappen al langer een stap verder. Daarbij wordt landgebruik niet alleen beoordeeld op oppervlakte, maar ook op het type functieverlies en de mate waarin ecosysteemdiensten — zoals koolstofopslag, waterberging en nutriëntenkringlopen — na de ingreep behouden blijven. Precies dat principe is nodig voor het Surinaamse debat: een index die het gebruik van bodem, water en lucht samenweegt op basis van de bijdrage aan de kwaliteit van die elementen, in plaats van uitsluitend hectares te tellen.
Zo’n index — laten we die gemakshalve de Surinaamse Milieukwaliteitsindex noemen, met een score van 1 tot 100 — zou per milieucompartiment ten minste drie aspecten moeten vastleggen. Voor de bodem gaat het om veranderingen in organische stof en koolstofvoorraad, het erosierisico en de vraag of de bodem na de ingreep nog landbouwkundig of ecologisch functioneert, dan wel is afgegraven of vervuild. Voor water betreft het de effecten op hydrologie en waterkwaliteit. Uitspoeling van nutriënten en bestrijdingsmiddelen bij landbouw weegt immers anders dan kwikvervuiling en sedimentatie van rivieren door goudwinning. Voor lucht en klimaat gaat het om de balans tussen koolstofvastlegging en uitstoot, inclusief de gebruikte energiebronnen en transportmiddelen. Een bedrijf dat draait op zonne-energie en gebruikmaakt van paardentransport belast de lucht aantoonbaar anders dan een onderneming die afhankelijk is van dieselaggregaten en zwaar gemotoriseerd transport.
Een vierde factor die in alle drie de onderdelen zou moeten meewegen, is de mate van omkeerbaarheid. Een akker kan braak worden gelegd, worden herbebost of een andere bestemming krijgen. Een uitgegraven mijnbouwput of een geasfalteerde woonwijk laat zich daarentegen nauwelijks herstellen. Die onomkeerbaarheid verdient daarom een zwaarder gewicht dan de oppervlakte alleen.
Eerlijkheidshalve zijn hierbij twee kanttekeningen op hun plaats. De eerste is methodologisch. Samengestelde indices zoals de EPI liggen ook onder vuur, juist omdat de keuze van de weegfactoren een normatieve en geen natuurwetenschappelijke keuze is. Critici spreken van rickety rankings wanneer die onderliggende weging onvoldoende wordt onderbouwd. Een Surinaamse Milieukwaliteitsindex ontsnapt niet vanzelf aan die kritiek. De gehanteerde weegfactoren zullen expliciet, controleerbaar en openbaar bespreekbaar moeten zijn en mogen niet verborgen blijven in een ‘black box’.
De tweede kanttekening betreft de inhoud van het huidige debat. Critici van grootschalige landbouw in het binnenland wijzen erop dat regenwoudbodems vaak voedselarm zijn en bij intensieve akkerbouw snel uitgeput raken. Daarnaast benadrukken zij dat deze gebieden leefgebied zijn van dieren en mogelijk ook van inheemse en tribale gemeenschappen, terwijl daarover volgens hen nog onvoldoende transparantie bestaat. Ook wijzen zij op de ervaringen met grootschalige ontbossing elders in de wereld. Dat zijn reële zorgen die onderdeel moeten zijn van dezelfde afweging. Ze mogen niet worden weggepoetst door een gunstige index, maar zouden juist meetbaar moeten worden gemaakt met behulp van zo’n index, zodat zij naast argumenten over zonne-energie, wisselbouw en beperkt gemotoriseerd vervoer objectief kunnen worden gewogen, in plaats van tegenover elkaar te blijven staan als losstaande beweringen.
Een dergelijke index vervangt de bosbedekkingscijfers van MapBiomas niet, maar vormt daarop een waardevolle aanvulling, zoals de Environmental Performance Index het bruto binnenlands product aanvult zonder het te vervangen. MapBiomas beschikt inmiddels over de noodzakelijke infrastructuur — met jaarlijkse actualisaties, een resolutie van 30 bij 30 meter en toekomstige uitbreidingen voor water en lucht — waarop een dergelijke kwaliteitslaag zou kunnen worden gebouwd.
Suriname, als een van de weinige netto-koolstofnegatieve landen ter wereld, verkeert in een unieke positie om hierin internationaal het voortouw te nemen. Niet door minder te meten, maar door slimmer te meten. Dat begint met het loslaten van het woord ‘verdwijnen’ voor iets wat in werkelijkheid een verandering van functie is, en met de bereidheid om die verandering, in al haar vormen, eerlijk en zorgvuldig te wegen.
Dr. Bert SchreudersVoorzitter Stichting Stomix
De redactie van de Ware Tijd stelt lezers in de gelegenheid stukken in te zenden ter publicatie. In principe worden alle ingezonden artikelen opgenomen, tenzij de inhoud schadelijk, kwetsend of beledigend is voor derden. Stukken die worden geplaatst komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de mening van de Ware Tijd. De redactie behoudt zich het recht voor om stukken niet te plaatsen, of in te korten of te redigeren zonder dat die uit hun context worden gehaald.
- VN-erkenning slavernij als misdaad tegen de menselijkheid v…..
- 你好! Ni hao, hallo (3)..
- Wan anu no e meki bari..
- UNODC wil Container Control Programme uitbreiden naar Zande…..
- Van Samson: ‘Mijn uitspraken over president Simons uit cont…..
- Vrouwelijke coalitieleden verwerpen uitspraak Cedric van Sa…..
- Sally na bijna twee jaar weer met eigen show: ‘Ik spreek ni…..
- Nauru herneemt traditionele naam Naoero en eert zijn erfgoe…..
- TCT bekijkt strengere maatregelen tegen roekeloos rijgedrag…..
- Selectieve verontwaardiging is ook een vorm van medeplichti…..
- Robinhood strandt in halve finale CFU Club Shield met 3-1 n…..
- Geen Caribbean Cup voor Robinhood na verlies tegen Mount Pl…..
- Suriname overspoeld met illegale sigaretten uit Paraquay..
- Elektrische taxi geïntroduceerd in Suriname..
- Jogi wil opheldering over gesprekken president Simons in En…..
- Kersten stelt twaalf studiebeurzen beschikbaar voor AdeKUS-…..
- Verdachte gehaktmolenmoord ook in hoger beroep vrijgesproke…..
- Italiaanse voetballegende Franco Baresi overleden: symbool …..
- Bromfietser doodgereden op Oostwestverbinding, chauffeur zo…..
- Controles..
- Jogi: “Gaan we meer lenen of schulden herschikken?”..