Boetebetaling geen schuldbekentenis banken

Afwikkeling ‘positief’ voor financiële sector

De buitengerechtelijke afdoening van het slepend juridische dossier rond Surinaamse banken in Nederland heeft volgens Aroon Gonesh, advocaat van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), een einde gemaakt aan jarenlange onzekerheid zonder dat er sprake is van een schuldbekentenis. In een interview met de Ware Tijd licht hij toe waarom de gekozen route volgens hem zowel juridisch als maatschappelijk de meest pragmatische oplossing is.

Tekst Ivan Cairo

Beeld X

Dinsdag maakten zowel het Openbaar Ministerie (OM) in Nederland als de betrokken handelsbanken – De Surinaamsche Bank, Hakrinbank en Finabank – bekend dat de kwestie met betaling van een boete buiten proces is afgewikkeld. Hakrinbank-directeur Rafiek Sheorajpanday is zeer ingenomen dat de nachtmerrie voor zijn bank voorbij is. De jongste ontwikkeling in deze kwestie zal volgens hem een positieve invloed hebben op de financiële sector. “Deze afdoening buiten proces is een zeer positieve ontwikkeling voor de sector. Het etaleert de positieve ontwikkelingen op het gebied van de aanpak van money laundering, zoals ook in de positieve evaluaties van de Carribbean Financial Action Task Force tot uiting komt”, zegt hij tegen de Ware Tijd.

“Dit brengt rust, helpt bij liquiditeitsplanning en draagt bij aan reputatieherstel“Advocaat Aroon Gonesh

Hiermee wordt volgens hem het de-risking risico door correspondentbanken verbeterd en wordt het financiële risico van potentieel verlies van (een deel van) de euro-gelden gemitigeerd. “Ook komen de gelden weer ter beschikking van de banken om te worden ingezet om investeringen van Surinaamse bedrijven en burgers te financieren”, aldus de directeur.

Transactie geen rechterlijk oordeel

De handelsbanken zijn met het OM transacties overeengekomen wegens verdenking van schuldwitwassen om de zaak definitief af te wikkelen. Gonesh stelt dat het publiek het begrip ‘transactie’ vaak verkeerd interpreteert. “Een transactie is een buitengerechtelijke afdoening van een strafzaak”, legt hij uit. “Dat betekent dat een zaak formeel wordt afgesloten zonder dat er een inhoudelijk eindvonnis van de strafrechter komt. Het is dus geen rechterlijk schuldvonnis.”

Hij noemt het essentieel om dit onderscheid scherp te houden in de publieke beeldvorming. “Nee, dit is geen schuldbekentenis”, stelt hij nadrukkelijk. “Het is een manier om een langdurig dossier af te ronden zonder verdere procedures. Dat brengt duidelijkheid en rust, zeker na een traject dat bijna acht jaar heeft geduurd.”

De rol van het Openbaar Ministerie, in dit geval het OM Nederland, blijft daarbij volgens Gonesh overeind. “Het OM blijft verantwoordelijk voor zijn kwalificaties. De banken kiezen er simpelweg voor om het dossier af te sluiten.”

Afwegingen doorslaggevend

Gonesh verwerpt de redenering dat de banken voor een schikking hebben gekozen en op die manier impliciet schuld hebben erkend omdat ze juridisch zwak stonden. “Het aangaan van een transactie betekent niet dat er geen vertrouwen bestond in een goede uitkomst”, meent hij.

De advocaat wijst op een reeks factoren die bij dergelijke beslissingen een rol spelen. “Na bijna acht jaar spelen tijdsverloop, kosten, reputatierisico’s en onzekerheid een grote rol. Ook het bredere belang van stabiliteit in het financiële systeem weegt mee. Die keuze moet je niet reduceren tot alleen de juridische merites van de zaak.” Volgens de advocaat hing de dreiging van verdere vervolgstappen jarenlang “boven de markt”, wat niet alleen de betrokken instellingen maar ook het vertrouwen in de sector beïnvloedde.

Geen bewijs criminele herkomst

Een ander cruciaal punt in het debat betreft de aard van de gelden waar het onderzoek om draaide. Gonesh benadrukt dat het OM expliciet heeft aangegeven dat niet is vastgesteld dat het volledige bedrag een criminele herkomst had. “Dat is een wezenlijke constatering”, zegt hij. “In het publieke debat moet je niet doen alsof er sprake is van bewezen crimineel geld. Dat is simpelweg niet vastgesteld.”

De kern van de verdenking lag volgens hem elders. “Het gaat om mogelijke tekortkomingen in de zogenoemde poortwachtersfunctie van banken, dus hoe zij toezicht houden op herkomst van gelden en klantrelaties. Niet om bewezen opzet of georganiseerde criminaliteit.”

De kwalificatie ‘schuldwitwassen’ speelt een belangrijke rol in de zaak. Gonesh licht toe dat dit juridisch een andere lading heeft dan opzettelijk witwassen. “Het gaat hier om verwijtbare onzorgvuldigheid, niet om opzet”, zegt hij. “Het OM heeft ook aangegeven dat van opzet niet is gebleken.”

Dat betekent volgens hem dat de discussie vooral draait om compliance en interne controles. “Denk aan ken-je-klant-processen, monitoring en governance. Het is geen kwestie van bewust handelen, maar van de vraag of controles voldoende waren.”

Manke vergelijking

Volgens Gonesh is de vergelijking van deze kwestie met zaken waarin de Nederlandse banken ING en ABN-Amro waren verwikkeld niet terecht. “In die zaken ging het om structurele en langdurige tekortkomingen binnen compliance processen”, zegt hij. “Hier gaat het om een specifieke kwestie rond een geldzending in 2018 en een verdenking van schuldwitwassen.”

Hij benadrukt dat de context wezenlijk verschilt. “Het OM heeft hier zelf aangegeven dat geen opzet is vastgesteld en dat niet het volledige bedrag als crimineel is aangemerkt. Dat maakt een één-op-één vergelijking onjuist.”

Met de transactie komt ook duidelijkheid over het in beslag genomen geld. Dit zal deze worden teruggegeven aan de betrokken banken. “De transactie creëert de juridische basis voor afronding en teruggaaf”, zegt hij. “Dat neemt de jarenlange onzekerheid weg.”

Hoewel hij geen details kan geven over de exacte timing van de teruggave, noemt hij de ontwikkeling positief voor het financiële systeem. “Dit brengt rust, helpt bij liquiditeitsplanning en draagt bij aan reputatieherstel.”

Internationale context en normontwikkeling

Een belangrijk punt in de analyse van Gonesh is de internationale context waarin de zaak volgens hem moet worden geplaatst. Omdat de geldstroom via Nederlands grondgebied liep, is het volgens hem logisch dat Nederlandse autoriteiten hun eigen juridisch kader toepassen.

Tegelijk pleit hij voor nuance. “Je moet ook kijken naar het Surinaamse toezicht kader en wat in 2018 als voldoende werd beschouwd”, zegt hij. “Normen rond bijvoorbeeld ‘klant-van-klant’-onderzoek zijn internationaal in ontwikkeling geweest.”

Volgens hem is dit geen tegenstelling met de positie van het OM, maar eerder een kwestie van context. “Het gaat om normontwikkeling en verschillen per land en tijdvak. Dat is precies waarom een pragmatische afronding nu verstandig is.”

Gonesh waarschuwt voor het opnieuw politiseren of juridiseren van de kwestie. Hij ziet weinig waarde in het nastreven van verdere claims of discussies over reputatieschade. De jurist adviseert om de zaak te laten rusten. “Dit dossier moet juist de-escaleren”, zegt hij. “De betere lijn is: afsluiten, herstellen en vooruitkijken.”

Volgens hem ligt de nadruk nu op versterking van compliance en internationale samenwerking. “De les voor de sector is duidelijk: controles moeten aantoonbaar sterk zijn. Daar ligt de toekomst.”

Met de afronding van het dossier komt er volgens Gonesh een einde aan een periode van onzekerheid die bijna een decennium duurde. “Dit is geen erkenning van schuld”, herhaalt hij. “Het is een bewuste keuze voor duidelijkheid, stabiliteit en vooruitgang.”

Advocaat Aroon Gonesh zegt dat er met de afronding van het dossier een einde komt aan een periode van onzekerheid die bijna een decennium duurde.