BESCHOUWING — Suriname niet klaar voor importverbod uit Israëlische nederzettingen

In Nederland en andere Europese landen bestaat steeds meer weerstand tegen de agressie van Israël tegen het Palestijnse volk. Dit heeft recentelijk geleid tot het instellen van een expliciet import- en verkoopverbod voor goederen uit de onrechtmatige nederzettingen in door dat land bezette gebieden, zoals de Westelijke Jordaanoever. Suriname is nog niet zover.

Tekst Armand Snijders

Beeld Nu.nl & AFP

Nederland stelt zich op het standpunt dat de Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied in strijd zijn met het internationale recht. Daarnaast speelt de onderdrukking van Palestijnen een rol. Vanaf 22 september mogen daarom goederen uit de nederzettingen niet meer in Nederland worden ingevoerd, gekocht of verkocht.

“Politiek is er geen animo om de fragiele relatie met Israël op het spel te zetten. Suriname schaart zich daardoor in de lange rij landen die de genocide in Gaza oogluikend toestaan”

Bedrijven die de handel in deze producten mogelijk maken, bijvoorbeeld als tussenpersoon, mogen dat eveneens niet meer doen. De regels omzeilen wordt strafbaar. Met het handelsverbod wil Nederland voorkomen dat het via handel bijdraagt aan het voortbestaan van de situatie.

Nederland behoort hiermee tot een kleine groep Europese landen dat zelf ingrijpt. België besloot vorige maand ook een importverbod in te voeren nadat de Europese Commissie er opnieuw niet in was geslaagd voldoende steun te krijgen voor een gezamenlijk Europees verbod. De Europese ministers van Buitenlandse Zaken spraken onlangs wél af om een voorstel voor een Europees importverbod verder uit te werken.

Slappe houding Europese Unie

Het is tekenend voor de slappe en verdeelde houding van de Europese Unie. Terwijl andere landen al snel met sancties te maken krijgen zodra ze ook maar iets doen dat Brussel niet bevalt – zoals Rusland – kan Israël ongestraft genocide in Gaza plegen, waarbij ook onschuldige vrouwen en kinderen worden gemarteld en soms zelfs vermoord. Onder aanvoering van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, die de steun heeft van de Amerikaanse president Donald Trump, kan het leger een ongekende slachting aanrichten en ondertussen Palestijns grondgebied bezetten.

De rest van de wereld kijkt toe en zwijgt. Vanwege de onzichtbare economische macht die de Joodse gemeenschap in de wereld heeft – én vanwege de nog altijd bestaande gevoeligheid van de holocaust die het Joodse volk een kleine eeuw geleden heeft ondergaan – is de wereld huiverig om een keihard standpunt tegen het land in te nemen. Met als gevolg dat het Palestijnse volk al jaren wordt onderdrukt en afgemaakt.

De weerstand in Nederland en sommige andere landen is wel groeiende, met de aanstaande boycot als gevolg. De intentie van Den Haag is nobel en het klinkt als een krachtig moreel statement; een vuist tegen de onrechtmatige bezetting die ook door het Internationaal Gerechtshof illegaal is verklaard. Door de invoer van dadels, avocado’s en citrusvruchten uit bezet gebied strafbaar te stellen als een economisch misdrijf – met gevangenisstraffen die kunnen oplopen tot zes jaar – wil men weigeren nog langer financieel bij te dragen aan de instandhouding van de nederzettingen.

Herkomst niet traceerbaar

Maar wetgeving maken is één ding, handhaven is een heel ander verhaal. Het fundamentele probleem zit ingebakken in de aard van de internationale logistiek. Hoe controleert een douanier of een lading sesampasta is geproduceerd in een fabriek in Tel Aviv of op een geconfisqueerde akker nabij Bethlehem? Het antwoord is even simpel als ontluisterend: niet. Producten uit de nederzettingen worden stelselmatig en doelbewust geëxporteerd onder het label ‘Made in Israël’.

Uit onderzoek van de niet-gouvernementele organisatie Global Echo is gebleken dat maar liefst 19 procent van de onderzochte ladingen citrusvruchten en dadels uit de bezette gebieden een vals herkomstcertificaat had meegekregen en de herkomst niet traceerbaar is. Als de hoogtechnologische Nederlandse douane al hardop waarschuwt dat de controle een schier onmogelijke opgave wordt, hoe zou dat dan bijvoorbeeld in Suriname moeten?

Bovendien legt het verbod waar Nederland zich nu zo hard voor maakt, bloot waar de grenzen van de westerse sanctiepolitiek liggen. Immers, de doorvoer van ‘verboden’ goederen via Nederlandse havens naar elders op de wereldmarkt blijft wel gewoon toegestaan. Een flagrante inconsistentie die de geloofwaardigheid van de maatregel direct ondergraaft.

“Hoe controleert een douanier of een lading sesampasta is geproduceerd in een fabriek in Tel Aviv of op een geconfisqueerde akker nabij Bethlehem? Het antwoord is ontluisterend: niet.”

Het is moraalshoppen voor de bühne: Nederland weert het uit de schappen van de superrmarkt, maar verdient nog wel fors aan de overslag in de Rotterdamse haven. Zolang de mazen in de wet groter zijn dan het net en gekozen wordt voor de eigen economische belangen, blijft de effectiviteit van zo’n boycot steken in goede bedoelingen.

‘Onzichtbare’ import

De Surinaamse importcijfers uit Israël vallen in het niet bij de miljardenimport uit traditionele partners zoals de Verenigde Staten, China en Nederland. De directe import bedraagt gemiddeld hooguit 1,5 miljoen US dollar per jaar.

Daarnaast bestaat er de indirecte onzichtbare import waarbij goederen door Surinaamse importeurs via internationale knooppunten worden aangevoerd. En die worden ingeklaard als producten uit de Verenigde Staten of de Europese Unie. Dit maakt de exacte herkomst van producten in de Surinaamse schappen nagenoeg niet-traceerbaar. Overigens, een rondje bellen naar importeurs levert weinig informatie op in hoeverre zij zaken doen met Israëlische bedrijven/exporteurs.

In Suriname is men bovendien nog lang niet toe aan wetgeving die zelfs maar in de buurt komt van een importrestrictie voor producten uit nederzettingen. Geen regering durft de nek uit te steken om dat te doen, ook al zou een merendeel van het volk dit waarschijnlijk toejuichen. Want Israël heeft er nog maar weinig vrienden doordat het tal van moslimbroeders- en zusters naar de slachtbank heeft geleid.

Diplomatieke spagaat Suriname

Maar de Surinaamse regering bevindt zich al decennia in een diplomatieke spagaat; aan de ene kant profileert het land zich, mede onder invloed van historische banden binnen de Organisatie van Islamitische Samenwerking, als een bondgenoot van de Palestijnse zaak. In 2011 erkende Suriname officieel de staat Palestina binnen de grenzen van 1967. In de wandelgangen van de Verenigde Naties stemt de Surinaamse vertegenwoordiging plichtsgetrouw vóór moties die de Israëlische nederzettingenpolitiek veroordelen.

Maar aan de andere kant regeert het opportunisme en de economische realiteit waardoor de Palestijnse erkenning vooral een lege huls is. Suriname onderhoudt van oudsher warme, formele diplomatieke en handelsrelaties met Israël, dat nota bene tal van internationale organisaties, zoals het Internationaal Gerechtshof in Den Haag, niet erkent. Opeenvolgende regeringen hebben actief de rode loper uitgerold voor Israëlische deskundigen op het gebied van hoogwaardige technologie, agrarische innovatie, waterbeheer en energie. Veelal gaat het om donaties, dus daar zit het belang voor het land.

Dat de vorige regering een ambassade wilde openen in het bezette deel van Jeruzalem, ging zelfs het parlement te ver; het intrekken van die belofte heeft de betrekkingen naar verluidt wel enigszins bekoeld. En Suriname wil kennelijk geen extra olie op het vuur gooien door een importverbod op producten uit de bezette gebieden in te voeren.

Politiek is er geen animo om de fragiele relatie met Israël op het spel te zetten. Suriname schaart zich daardoor in de lange rij landen die de genocide in Gaza oogluikend toestaan.

Een Israëlische nederzetting op de Westelijke Jordaanoever. [: AFP]