BESCHOUWING — Koopkracht blijft in 2026 onder druk

Voor veel Surinamers is het afscheid nemen van het voorbije jaar vooral vooruitblikken op het nieuwe jaar in de hoop dat dit eindelijk de voorspoed en welvaart zal brengen die politici al decennia tevergeefs beloven. Voor anderen is dit hét moment om te reflecteren over het – bewogen – afgelopen jaar. De Ware Tijd stipt wat opvallende gebeurtenissen aan en kijkt vooruit naar wat Suriname mogelijk te wachten staat. Vast staat in ieder geval dat er nog heel veel onzekerheden zullen zijn en dat de koopkracht voor iedereen verder afneemt.

Tekst Armand Snijders

Beeld DNA & dWT archief

Het voorbije jaar gaat de geschiedenisboeken in als het jaar waarin drie ex-presidenten – Desi Bouterse, Jules Wijdenbosch en Ronald Venetiaan – werden gecremeerd, waarmee ook een stukje historie letterlijk tot as verging. Met name de dood van Bouterse en Venetiaan heeft bij heel veel mensen emoties losgemaakt.

Bouterse stierf in eenzaamheid in het bos, waar hij zich een jaar schuil had gehouden, nadat hij op de vlucht was geslagen voor de autoriteiten na zijn veroordeling voor de Decembermoorden van 1982. Dat hij is gestorven zonder dat hij ook maar één dag in de gevangenis heeft gezeten voor zijn daden, is een wrang feit waarmee de nabestaanden van zijn daden moeten leren leven.

De puinhopen van Bouterse

Om Venetiaan werd vooral gerouwd omdat híj het is geweest die iedere keer dat hij president was de financiële en economische puinhopen van Bouterse en consorten succesvol had opgeruimd. In de laatste maanden van zijn leven keerde hij zich af van ‘zijn’ NPS omdat voorzitter Gregory Rusland het aandurfde na de verkiezingen van mei in zee te gaan met de door ‘Vene’ zo gehate NDP.

Dat de NDP – ondanks eerdere teleurstellingen – er toch in slaagde de meeste zetels in De Nationale Assemblee te vergaren, had de paarse partij vooral te danken aan Chandrikapersad Santokhi. Die had in de voorafgaande jaren als president met zijn VHP samen met coalitiepartner Abop in de ogen van de kiezers zijn family & friends bevoordeeld/verrijkt. En het volk met alle – deels noodzakelijke – bezuinigingsmaatregelen enorm verarmd. Het door hem keer op keer beloofde licht aan het einde van de tunnel kwam nooit, waardoor vele mensen met de bedelstaf in de hand, verkiezingsdag, 25 mei 2025 haalden.

Geen onbeschreven blad

Op die dag greep de NDP dus weer de macht, ook al omdat er behalve de VHP geen alternatieven waren. Wat zeker in het voordeel heeft gewerkt voor de partij, is – gek genoeg – dat Bouterse van het politieke toneel was verdwenen en dat de hele oude ‘revolutionaire garde’ binnen het bestuur door toedoen van Jennifer Geerlings-Simons vakkundig buitenspel is gezet. Dat schiep vertrouwen bij veel kiezers, die het vertrouwen in de politiek grotendeels hadden verloren.

‘Nu de wittebroodsweken voorbij zijn, zal haar regering wel tastbare resultaten moeten bereiken. Want wat dat betreft, overheerst teleurstelling.’

Echter, ook Geerlings-Simons zelf was geen onbeschreven blad met een schoon blazoen, maar haar beheerste en verzoenende toon tijdens de verkiezingscampagne heeft de doorslag gegeven bij de kiezers die nog twijfelden of zij wel geschikt was het land te leiden. Ze haalde zelfs veel meer stemmen dan de ooit gedoodverfde kroonprins binnen de partij, oud-vicepresident Ashwin Adhin. Hij werd uiteindelijk door Geerlings-Simons ‘beloond’ met de voorzittershamer van het parlement.

Wittebroodsweken voorbij

Suriname kreeg met Jennifer Geerlings-Simons voor het eerst een vrouw als president, waarmee ze zelfs internationaal de krantenkoppen haalde. De NDP-voorvrouw zou een nieuwe wind laten waaien en afrekenen met corruptie en vriendjespolitiek en al die andere zaken die al decennialang een doorn in het oog zijn van de kiezers. Ze pakte hoofdpijndossiers kordaat op en presenteerde allerlei plannen om zaken op de rails te krijgen. Daarmee dwong ze zeker bewondering af.

Nu de wittebroodsweken voorbij zijn, zal haar regering wel tastbare resultaten moeten bereiken. Want wat dat betreft, overheerst teleurstelling. Ook Geerlings-Simons kon bijvoorbeeld de verleiding niet weerstaan om topfunctionarissen op ministeries en staatsbedrijven en instanties, die vanuit uit het VHP-nest waren benoemd, massaal aan de kant te schuiven en te vervangen door haar ‘eigen’ mensen. Daarmee gaat in sommige gevallen een hoop kennis en ervaring verloren én handelde ze tegen haar verkiezingsbelofte in.

Vertrouwen kreeg gevoelige knauw

2026 Wordt voor het staatshoofd een heel belangrijk jaar om alsnog te realiseren wat ze heeft beloofd. De meeste kiezers hebben nu nog een sprankje hoop, ondanks dat haar regering nog weinig spraakmakende zaken voor elkaar heeft gekregen. Dat komt deels ook door haar ministersploeg van wie velen nog niet weten te overtuigen.

Dat op sommige ministeries grove corruptieschandalen uit het recente verleden zijn blootgelegd, is een goede zaak. Maar het is de vraag of deze keer wel de schuldigen met succes voor de rechter worden gebracht en niet dat – zoals zo vaak in het verleden – alles weer inzakt als een plumpudding en achter de schermen één en ander wordt ‘geschikt’.

Het vertrouwen in de regering heeft ook een gevoelige knauw gekregen door een nieuwe lening van 1,6 miljard US dollar die via internationale obligaties is opgehaald. Waar dit bedrag precies voor nodig is, tegen welke voorwaarden het is geleend en hoe het zal worden ingezet, heeft de president de samenleving nog niet verteld. Dat wekt argwaan, die de regering juist niet kan gebruiken.

Olie en milieu

Dat de lening even lucht geeft om de lopende uitgaven te dekken en de regering daarmee in feite tijd koopt totdat de olie in vermoedelijk 2028 begint te stromen en de inkomsten in de staatskas vloeien, is een pluspunt. Maar uiteindelijk moet het geleende bedrag wel worden terugbetaald en komt bovenop alle andere schulden die het land nog heeft.

Wat die olie betreft, heeft ook deze regering nog geen zekerheden kunnen inbouwen dat de inkomsten iedere burger in het land ten goede komen. En dat de winning niet ten koste zal gaan van het milieu.

Het is bijna een onmogelijke spagaat waarin het land verkeert: of kiezen voor het behoud van de vrijwel unieke negatieve koolstofbalans en daarmee het milieu op de voorgrond plaatsen of voor de olie die voor de kust voor het oprapen ligt. Een echte middenweg is er niet en dat is toch waarvoor ook deze regering kiest.

Goudwinning en houtkap

Immers, de oliedollars zijn hard nodig om in Suriname de ontwikkeling te brengen waar iedereen naar hunkert. Het  zou dan wel heel wenselijk zijn als het milieu op het land – door onder meer de vervuilende goudwinning en de illegale houtkap – flink wordt aangepakt. Maar of dat op korte termijn zal gebeuren, is niet eens de vraag. Want daar vullen prominente Surinamers – ook politici – hun zakken ruimschoots en dat willen ze niet zonder slag of stoot opgeven. Zij zullen daarom hun invloed aanwenden om ook maar de kleinste aanpassing die hun lucratieve inkomstenbron zal aantasten, tegen te gaan. Zoals dat in het verleden ook altijd is gebeurd.

Geerlings-Simons zal dus moeten kiezen tussen Suriname en de persoonlijke belangen van partij- en coalitiegenoten. Van de keuzes die ze maakt, zal afhangen of ze aan het eind van 2026 nog de zegen van het volk heeft of dat ze, zoals met haar voorganger gebeurde, zal worden uitgekotst.

‘Van de keuzes die ze maakt, zal afhangen of ze aan het eind van 2026 nog de zegen van het volk heeft of dat ze – zoals met haar voorganger gebeurde – zal worden uitgekotst.’

Overigens, de ‘gemiddelde’ Surinamer zal het een worst wezen wíe het land bestuurt en hoe de economische ontwikkelingen zullen zijn. Die wil gewoon weten of zijn leven er in de toekomst rooskleuriger uit zal zien dan het de afgelopen jaren is geweest. Afgaande op de meest recente ontwikkelingen, waarbij de prijzen in de winkels blijven stijgen en de inflatie harder stijgt dan wenselijk is, ziet het er nog niet goed voor hen uit.

Geen plotselinge voorspoed

In ieder geval mag worden gesteld dat 2026 geen jaar van plotselinge voorspoed wordt, want ook de huidige president heeft geen toverstok. Het zal eerder een vacuümjaar worden, waarin weinig opzienbarends gaat gebeuren en vooral een afwachtende houding wordt aangenomen voor wat er mogelijk komen gaat. De samenleving mag al blij zijn dat de situatie niet slechter wordt en dat het koopkrachtverlies beperkt zal blijven, ondanks de tekorten op de nog niet vastgestelde begroting voor het nieuwe jaar.

Dat veel analytici stellen dat de macro-economische stabiliteit zal blijven wankelen als de koers niet drastisch wordt gewijzigd, wordt door de beleidsmakers achteloos weggewuifd. Want ook deze regering is totaal gefocust op de olie-inkomsten die Suriname vanaf 2028 moeten redden. Tot die tijd heerst onzekerheid en zal het koopkrachtverlies voor de consumenten voelbaar blijven.